+ Meer informatie

De dienst der engelen

4 minuten leestijd

We kunnen gerust stellen dat we weinig spreken over en weinig denken aan de engelen. Tè weinig? Of is het maar veiliger om op dit punt erg terughoudend te zijn, omdat we anders gemakkelijk komen tot onbijbelse, overdreven gedachten over beschermengelen en dergelijke?

In de Schrift wordt nogal wat gesproken over de engelen en hun dienst. Nu gaat het me in dit stukje niet in de eerste plaats om de eeuwige lofprijzing van God door de engelen in het hemelse heiligdom. Ik denk hier meer aan de dienst die de engelen bewijzen aan de heiligen, de kinderen Gods. Zij worden uitgezonden tot dienst „om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen" (Hebr. 1:14). Wat houdt dat in? En waar denken we eigenlijk aan wanneer we zingen: „Des HEEREN engel schaart een onverwinb're hemelwacht rondom hem, die Gods wil betracht?" Geldt dat vandaag ook nog?

Beschermengelen
Met name onder rooms-katholieken en lutheranen spreekt men (sprak men?) vrij onbevangen over beschermengelen. Ieder zou een bepaalde engel van God krijgen "toegewezen" tot bescherming in het dagelijks leven. De Bijbel geeft ons geen reden om dit zo te stellen. De Schrift spreekt echter wel van de dienst van de engelen ten goede van degenen die de zaligheid beërven. Daartoe worden zij blijkens Hebr. 1:14 keer op keer uitgezonden. Jezus waarschuwt tegen het ergeren van de kleinen, „omdat hun engelen, in de hemelen, altijd zien het aangezicht Mijns Vaders." En natuurlijk denken we aan Ps. 34 en Ps. 91. God zal Zijn engelen gebieden dat ze de Zijnen in gevaar op hun wegen zullen bewaren.
Calvijn spreekt in dit verband over „uitdelers en bedienaars van de goddelijke weldaden jegens ons", die waken en beschermen en onze weg leiden. Natuurlijk vraagt u zich af: waar moet ik concreet aan denken en hoe gaat dat dan precies? De Bijbel geeft ons op veel vragen geen antwoord. Veel blijft voor ons verborgen. Dat zal onder andere te maken hebben met het feit dat engelen (onzichtbare) geesten zijn.

Vervolging
Verder spreekt de Bijbel hier wellicht zo terughoudend, opdat we niet aan engelen de plaats zouden toekennen die alleen de levende God toekomt. We moeten niet de dienaren de plaats en de eer van de Heere Zelf geven. Hij beschermt. Hij behoedt. Alleen, Hij zendt daarbij wel keer op keer Zijn dienaren, de engelen, uit. Het is opmerkelijk dat in Ps. 34 en Ps. 91 en ook bij de bevrijding van Petrus uit de gevangenis sprake is van gevaar en vervolging voor de gelovigen. De Engelse puritein William Perkins schrijft dat er in alle eeuwen en vooral bij vervolging voorbeelden zijn van bijzondere bescherming door engelen. Hij kent dat trouwens ook uit zijn eigen leven, met name uit zijn ambtelijk leven. „God schenkt meermalen uitkomst en vertroosting door de dienst van engelen."

Conclusies
We proberen een aantal conclusies te trekken ten aanzien van de dienst der engelen. Nooit mogen we engelen een zelfstandige plaats naast God toekennen. Het is en blijft de Heere Zelf Die de Zijnen leidt en behoedt. Engelen zijn gewillige dienaren van God. Hij werkt wel door hen. Als de Bijbel zo nadrukkelijk spreekt over hun dienst, kan het nooit goed zijn als de gelovigen leven alsof er geen engelen zijn. In hun dienst zijn de engelen een duidelijk teken van Gods bijzondere zorg voor de Zijnen. Als Hij nu ook gebruik maakt van deze ontelbaar vele geesten, hoe groot is dan niet Zijn zorg voor Zijn heiligen?!
Wat de Bijbel zegt over de dienst der engelen mag tot troost zijn van degenen die de zaligheid zullen beërven. Hun wandel op de wegen Gods kan een stuk eenzaamheid, smaak en vervolging met zich brengen. Maar in dat alles geldt wat Elisa tot zijn jongen zei: die bij ons zijn, zijn meer, dan die bij hen zijn. Immers, God zendt gewillige dienaren uit tot dienst van de Zijnen. En als dan toch de martelaarsdood volgt? Dan dragen de engelen de ziel tot God!

Geruster
Moeten oprechte christgelovigen wel zo bang voor de wereld en voor wereldse mensen zijn, wanneer dit de bijbelse werkelijkheid is? Zouden ze soms niet wat geruster hun weg mogen gaan, ook als er tegenkanting aan de dag komt? Hoe vaak gaat de wandel op Gods weg niet gepaard met eenzaamheid? En toch, „die bij ons zijn, zijn meer, dan die bij hen zijn." Is hier geen sprake van bemoediging en troost bij geestelijke en soms ook lichamelijke strijd op de weg der zaligheid? Sporen de engelen in hun trouw niet aan tot de dienst van God?
Nemen we intussen wel ter harte wat Calvijn in dit verband opmerkt: we moeten wel lidmaten van Christus zijn, willen de engelen ons ten goede en tot zaligheid dienen. Ook deze dienst van de gewillige, hemelse dienaren is door Christus verworven. Dan predikt de dienst der engelen de zekerheid van de zaligheid van degenen die Christus toebehoren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.