+ Meer informatie

DE DIAKEN UIT DE KERKENRAAD?

3 minuten leestijd

Begin januari dit jaar. Een klein stukje in de krant: twee kerken hebben geen ouderlingen en diakenen meer maar óudsten. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt en ik lees het artikeltje door. Het blijkt eerst te gaan over een Nederlands Gereformeerde kerk in het midden van het land. ‘Het onderscheid tussen ouderlingen en diakenen is niet meer zo relevant binnen onze kerkenraad’, zegt de voorzitter. De structuur van de gemeente is zodanig opgezet dat elke oudste een team onder zijn beheer heeft en het diaconaat is ondergebracht bij het team voor bijzondere zorg en apostolaat. Even verder in het artikel blijkt dat ook een samenwerkingsgemeente waarin onze kerken deelnemen de diaken heeft afgeschaft: deze gemeente werkt met oudsten, die elke een ‘portefeuille’ hebben. Eén van die oudsten heeft de portefeuille diaconie en werkt met een diaconaal team van gemeenteleden. ‘De diaconie mag niet ondergesneeuwd raken onder bestuurlijke taken’, is daar het devies.

Het klinkt allemaal zo logisch. Maar is dit nu een goede ontwikkeling?

Hoewel...wellicht moest dit een keer gebeuren. Immers, in hoeveel gemeenten wordt er niet over het diakenschap gedacht als een opstapje naar het ouderlingschap? Of over de diaken als iemand die collecteert voor behoeftige gemeenteleden? Zo wordt het diaconaat van binnenuit uitgehold, zou je kunnen zeggen. Bovendien gaan veel gemeenten over tot een structuur waarbij niet meer gewerkt wordt met wijkteams, maar met kleine kringen. Voeg daar nog eens het managementdenken in onze cultuur aan toe, dat ook onze kerken niet onberoerd laat en het kan zijn dat je uitkomt bij een kerkenraad van oudsten.

En geeft ook de Bijbel zelf geen aanleiding om het in die hoek te zoeken? Generaliserend gesproken komen hierin de oudsten naar voren als de ambtsdragers, die leiding geven aan de gemeente en de diakenen als de ‘dienaren’ die de oudsten bijstaan ten behoeve van het optimaal functioneren van de gemeente. Zo ging het ook in de Oude Kerk en zelfs bij Calvijn zaten de diakenen niet in de kerkenraad, hoewel ‘predikant, ouderling en diaken’ al wel de structuur vormde van de gemeente.

En toch…. tóch heb ik moeite met deze ontwikkeling.

Enerzijds omdat het mijns inziens geen recht doet aan al die diakenen die met veel inzet en visie in hun ambt dienen en vanuit het diaconaat hun bijdrage leveren aan het leiden van de gemeente. ‘Diakenen zijn de componisten van de gemeenschap’, schreef prof. Trimp eens. In onze kerken is tot nu toe het diaconaat als wezenskenmerk in de ambtsstructuur van de gemeente verankerd. En dan bedoel ik in het diakenambt en niet als inhoud van een portefeuille van een ouderling. Want dan kan het gebeuren dat diaconaat alleen maar gaat bestaan uit ‘bijzondere zorg’.

Anderzijds heb ik er moeite mee omdat het de denkwijze bevestigt dat ‘ouderling’ en ‘diaken’ verworden zijn tot bijvoeglijke naamwoorden bij het woord ‘ambt’ en de gemeente siechts een soort algemene leiders nodig heeft. Heeft elk ambt juist niet zijn eigen aard en is het daardoor zo waardevol en onmisbaar voor de gemeente? Zou het niet goed zijn om ons weer eens opnieuw te bezinnen op de waarde van de diaken voor de kerk?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.