+ Meer informatie

Restauraties

3 minuten leestijd

Veel kerkgebouwen in Nederland vormen tegenwoordig een probleem. Het kerkbezoek loopt terug, zodat het niet meer loont om kerkdiensten te houden. Maar als men de kerk sluit, wat dan? Verkopen? Ja, maar aan wie? Wie kan het geld opbrengen dat nodig is voor restauratie? Bovendien, niet elk gebruik van de voormalige kerkruimte wordt gepast geacht. En dat terecht.

Dan maar slopen? Dat gaat toch ook niet bij eeuwenoude gebouwen die een monumentale waarde bezitten. Anders ligt dat bij kerkgebouwen uit deze of vorige eeuw. Vooral rooms-katholieke, maar ook hervormde en gereformeerde kerken uit deze periode worden regelmatig voor sloop verkocht. De grond waarop zij staan is vaak goud waard.

Het probleem van de overtollige kerken doet zich immers vooral voor in de binnensteden. Daar gaan het algemene verschijnsel van het dalend kerkbezoek en de ontvolking van de binnenstad hand in hand. Bovendien is het ook nog zo dat de bevolkingsgroepen die in de binnenstad achterblijven (of daarheen trekken) bijzonder weinig kerks zijn.

Hoewel dus de laatste jaren allerlei kerken gesloopt zijn, ziet men dit veelal toch als een laatste noodoplossing. Ook voor hen die de kerk alleen maar van buiten kennen, betekenen kerkgebouwen karakteristieke herkenningspunten van een wijk, die men niet graag wil missen. Van alles wordt er daarom bedacht om het kerkgebouw te behouden.

Voor de rooms-katholieke Spaarnekerk in Haarlem is er zelfs een plan gemaakt om 76 wooneenheden binnen de kerk te bouwen. Zo wordt ook de laatste hand gelegd aan de restauratie van de bekende Ronde Lutherse kerk in Amsterdam. Daar zijn miljoenen aan ten koste gelegd, hoewel dit gebouw al veertig jaar niet meer als kerk dienst doet.

Ook na de restauratie zal dat niet het geval zijn. De Ronde Lutherse kerk wordt opgenomen in het complex van het Sonestahotel. Op zondagochtend zullen er dan ook geen kerkdiensten, maar koffieconcerten in worden gehouden.

Deze voorbeelden maken wel duidelijk dat het behoud van met sloop of verval bedreigde kerken, veelal alleen maar cultuurhistorische waarden dient. Voor de prediking van Gods Woord heeft een dergelijke restauratie geen enkele waarde. En alleen die rechte prediking, waarin Wet en Evangelie aan de gemeente verkondigd worden, heeft een kerkgebouw een principiële waarde.

Als die rechte prediking ontbreekt en het kerkgebouw wordt dan omgebouwd tot supermarkt of gesloopt om plaats te maken voor een bankgebouw, dan kunnen we dat uit oogpunt van stedenschoon en historie wellicht betreuren. Maar in zeker opzicht zouden we kunnen stellen dat de mensen in die supermarkt of dat bankgebouw minder zullen worden bedrogen dan voorheen in dat kerkgebouw gebeurde.

Het gaat immers om de verkondiging van het zuivere Woord van God. Die prediking alleen heeft immers waarde. Dan is het een verblijdende zaak wanneer we mogen zien dat waar de rechte leer nog gepredikt wordt, het kerkbezoek eer toeneemt dan afneemt. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Het is ook geen vrucht van onze activiteiten, laten we dat nooit denken.

Dan behoeven er echter geen kerken te worden gesloten, maar er is veeleer de noodzaak van uitbreiding of nieuwbouw. Dan hebben miljoenen kostende restauraties van oude kerken ook werkelijk zin. Zo is er tweeërlei afbraak en tweeërlei restauratie van kerken.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.