+ Meer informatie

„Het is net of ze er niet mogen zijn"

Aandacht op kindertop voor „verborgen ramp" van gehandicapte kinderen

10 minuten leestijd

NEW YORK — Iraakse teenersoldaatjes die onder toezicht van elitetroepen Koeweit bezet houden. Wanhopig en vervuild. Een geweer met een militair: het meest recente voorbeeld van het kind van de rekening. Er valt nog heel wat te vereffenen. Daarom wordt op 29 en 30 september in New York een kindertop gehouden.

Als alles volgens plan verloopt, zullen zo'n tachtig tot negentig regeringsleiders zich zaterdag en zondag in New York buigen over de grote problemen van miljoenen "kleine volwassenen". Dat gebeurt onder toezicht van het kinderfonds van de Verenigde Naties: de Unicef. Het initiatief voor de kindertop werd genomen door Canada, Egypte, Mali, Mexico, Pakistan en Zweden. Door deelname van zwaargewichten als Bush en Thatcher krijgt de top een groot politiek gewicht, hoewel de Golfcrisis zijn schaduw duidelijk vooruitwerpt over het gebeuren in New York.
Sowjetpresident Gorbatsjov zal waarschijnlijk niet aanwezig zijn. En dat onze premier Lubbers niet naar New York gaat, komt onder meer door de „internationale situatie" en „de afwezigheid van de ministers van buitenlandse zaken en defensie". In plaats van Lubbers gaat minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking naar New York.

Conventie
De afwezigheid van bepaalde vooraanstaande lieden mag echter niet verhinderen dat de deelnemers aan de top met een plan de campagne huiswaarts keren om de alarmerende situatie van miljoenen kinderen in hun landen in de komende tien jaren daadwerkelijk te verbeteren. Tot dusver was daar eigenlijk niet veel van gekomen, al riepen de VN 1979 uit tot het Jaar van het Kind.
Sindsdien is vooral gewerkt aan de opstelling van de conventie voor de rechten van het kind, een historisch document waarin juridisch wordt vastgelegd welke verantwoordelijkheden de samenleving heeft ten opzichte van kinderen. De rechten van het kind zijn in drie kernbegrippen samen te vatten (de drie P"s): provision (voorziening), protection (bescherming) en participation (deelname).
Vorig jaar november werd deze conventie door de Algemene Vergadering van de VN aangenomen. Op 2 september plaatsten 26 landen in Geneve hun handtekening onder de conventie, waardoor deze voor geratificeerd werd verklaard. Inmiddels hebben al meer dan dertig landen het document ondertekend.

Daden
De conventie komt straks ook op de tafel in het hoofdkwartier van de VN in New York. De verwachting is dat zij op de lange termijn als een zuurdesem gaat werken. Naarmate in de toekomst meer en meer landen de conventie van de rechten van het kind vertalen in hun nationale wetgeving, zal ze langzaam maar zeker de maatstaf worden voor alle landen.
Nu de woorden op papier zijn gezet, komt het dus op daden aan. Geen onderwerp zal tijdens de top onbesproken blijven. De agenda vermeldt een breed assortiment onderwerpen, variërend van ondervoeding, gezondheid, aids, straatkinderen, kinderarbeid, kinderen die de dupe zijn van oorlog, repressie, criminaliteit en natuurrampen; vluchtelingetjes en wezen; kinderen die gevangen zitten in het netwerk van de prostitutie en andere vormen van uitbuiting. Kortom: aandacht voor kinderen in uiterst deprimerende omstandigheden.
Om de stem van de kinderen in New York te laten doorklinken, werd er in juni een internationaal kindercongresje georganiseerd in het Nederlandse Noordwijk. Aan de vooravond van de top hebben zoals te doen gebruikelijk veel organisaties van en voor kinderen hun stem laten horen. Een ervan was de internationale mensenrechtenorganisatie Amnesty International. Zij deed gisteren een beroep op de wereld om een einde te maken aan „het vermoorden, martelen en willekeurig opsluiten van kinderen".

Verborgen ramp
Door inspraak in de planningscommissie van 28 landen wist Nederland in het afgelopen voorjaar een plaats in te ruimen voor een heel specifiek onderwerp: dat van het gehandicapte kind in ontwikkelingslanden. Dit gebeurde op aanbeveling van de in Vlijmen gevestigde Stichting Liliane Fonds. Deze stichting zet zich in voor kleinschalige Vevalidatie van gehandicapte kinderen in ontwikkelingslanden daarbij gebruik makend van de ter plaatse aanwezige mogelijkheden.

Lenie van der Wens, hoofd voorlichting van het Liliane Fonds, spreekt van een „verborgen ramp" als het gaat over gehandicapte kinderen in ontwikkelingslanden. „Verdeeld over Zuid-Amerika, Afrika en Azië gaat het om 123 miljoen kinderen met een handicap. Twee procent daarvan wordt gerevalideerd. Dat betekent dat je er nog 120 miljoen overhoudt, die geen enkel uitzicht hebben op medische voorzieningen, scholing en een zelfstandig bestaan. In de meeste ontwikkelingslanden is het droevig gesteld met de gezondheidszorg, te meer omdat men erop bezuinigt door eerst buitenlandse schulden af te lossen. Dan nog richt de gezondheidszorg zich primair op preventie. Het gevolg is dat revalideren op de achtergrond blijft. Gehandicapte kinderen missen daardoor de zorg en aandacht die ze nodig hebben. Deze kinderen behoren tot een moeilijk te bereiken groep. Vaak schamen de ouders zich voor zo'n kind. Ik heb het meegemaakt dat een moeder in Zimbabwe haar zoon jaren lang in een donker hok verborg, omdat ze zijn handicap zag als een straf van een overleden familielid".

De 120 miljoen gehandicapte kinderen vormen een wereld apart binnen de Derde Wereld, zegt Van der Wens. Unicef kent in haar registers (nog) geen afzonderlijke categorie gehandicapte kinderen. Deze worden ondergebracht onder alle andere hoedanigheden waarin kinderleed voorkomt: onder de categorie "Children in very difficult circumstances" (Kinderen in zeer moeilijke omstandigheden).
Lenie van der Wens vindt het gezien de omvang van de verborgen ramp juist wenselijk het gehandicapte kind te verbijzonderen. „Degenen met een handicap blijven altijd op het tweede plan staan. En dat terwijl het aantal gehandicapte kinderen ieder jaar groeit. Het is een wereldwijd probleem als je praat over 120 miljoen gehandicapte kinderen. Straks zijn het er miljoenen meer. Wij praten over een verborgen ramp; het is net of ze er niet mogen zijn".

Oorzaak en gevolg
Een handicap oplopen in tijd van oorlog, het zal je kind maar zijn. „In het Pakistaanse vluchtelingengebied heb je een concentratie van kinderen die een amputatie moesten ondergaan omdat ze bij voorbeeld op een mijn liepen", verduidelijkt Lenie van der Wens. Volgens haar raken door polio de meeste kinderen (jaarlijks 240.000) invalide. Verder zijn er kinderen die met een hersenbeschadiging werden geboren, omdat hun moeders tijdens de zwangerschap aan malaria leden of ondervoed waren. Ondervoeding en tekorten aan onder meer vitamine A leidt ertoe dat per jaar 250.000 kinderen blind raken. Tetanus, mazelen, tbc, kinkkoest en difterie zijn andere ziekten, waaraan kinderen overlijden of waarvan ze handicaps overhouden. Om nog maar te zwijgen van het probleem van de eeuw: aids. Tegen het einde van de eeuw zullen volgens de voorspellingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ten minste tien miljoen kinderen besmet zijn met het virus dat aids veroorzaakt.
Zelfs aantasting van het milieu vormt voor het kind een grote bedreiging. Indianen in het Braziliaanse Amazonegebied zijn in toenemende mate het slachtoffer van een vlieg die een andere levende prooi vindt, omdat de apen, waai hij zich eerst dik aan at, door de ontbossing het hazepad hebben gekozen. De vliegjes nestelen zich op de huid van de Indianen, waardooi er wanstaltige zwellingen en infecties optreden. In culturen waar een mismaakte mens niet wordt geaccepteerd, kan verstoting het gevolg zijn. Een kind raakt dan psychisch gehandicapt omdat z'n kameraadjes hem verstoten.

Basis
Zo lijkt de wereld van het gehandicapte kind slechts een lineair verloop te hebben: slecht slechter slechtst. Kan de kindertop daarin verandering brengen? Lenie van der Wens vindt van wel. „De top kan een belangrijke stap nemen door te verklaren dat het absoluut noodzakelijk is dat regeringen zich verplichten binnen hun gezondheidsbeleid voor kinderen revalidatieprogramma's op te nemen. Waarom niet samen in een ontwikkelingsland aan de slag gaan en de voorzieningen verbeteren, zodat die ene jongen uit het platteland voor een prothese niet naar een stad 800 kilometer verderop hoeft te reizen?".
Uit ervaring weet Lenie van der Wens dat een revalidatieve infrastructuur volgens het zogenaamde basisprincipe zichtbare resultaten afwerpt. Lenie: „Een gehandicapt kind kan effectief worden geholpen door revalidatie te bieden aan de basis. Dus daar waar het kind woont. Het Liliane Fonds verleent hulp aan individuele kinderen via contactpersonen. Deze mensen zijn vaak autochtonen of ontwikkelingswerkers die wonen of werken in de dorpen of in de sloppen. Uitstekend op de hoogte met de thuissituatie van het gehandicapte kind, weten ze precies wat het nodig heeft. Hij of zij zorgt ervoor dat er een aanvraag naar onze Stichting wordt gezonden. Dat kan een operatie van 300 gulden zijn waarmee Mario van staar wordt afgeholpen. Met de aanschaf van beugels en orthopedische schoenen (650 gulden) kan Navid leren lopen. Een jongen met een geamputeerd been is geholpen met een prothese van 650 gulden. Als die 294 gulden voor een Filippijns meisje er niet was geweest om het van een hazelip af te helpen, was het opgegroeid met een misvormd gezicht. Het zou schuw zijn gebleven, ondervoed omdat het nauwelijks kon eten.

Deze 294 gulden is eenmalig en zorgt ervoor dat hij een menswaardiger bestaan kan leiden". Het Liliane Fonds heeft op deze manier sinds haar oprichting in 1980 in totaal 21.072 kinderen letterlijk en figuurlijk op de been geholpen, aldus Van der Wens.

Voorlichting
„Vaak is met geringe voorlichting over handicaps mogelijk veel leed de wereld uit te helpen. De meeste mensen weten vaak niet dat een handicap al met een geringe vorm van revalidatie kan worden verlicht. In Zaïre heb je veel kinderen die kruipen over de grond, omdat ze polio gehad hebben. Deze "karpatjes", zoals ze worden genoemd, zijn daar een normaal verschijnsel - het is nu eenmaal niet anders. De mensen beseffen niet dat er iets aan gedaan kan worden, terwijl grondig onderzoek misschien zou hebben uitgewezen dat de aanschaf van een rolstoeltje van pakweg 700 gulden de oplossing is".
„Bij een zwaar spastisch kind bereik je met een paar simpele spieroefeningen beduidende resultaten. Aan de andere kant helpen we ook ouders die een spastisch kind hebben. We geven hen geld voor een winkeltje aan huis, zodat ze een verbetering van inkomen hebben, waardoor ze beter voor hun kind kunnen zorgen. Of een naaimachine, waarmee een vijftienjarig gehandicapt meisje haar kost kan verdienen. In dat geval praten wij natuurlijk niet van kinderarbeid", zegt Lenie half verontschuldigend.

„Hoe vaak gebruiken ouders, uit pure noodzaak, het leed van hun kinderen niet om inkomsten te krijgen. Punt is dan: hoe voorkom je dat? Het kind is dan de belangrijkste bron van inkomen. Ze worden aan het begin van de dag ergens op straat gedeponeerd met een bedelnapje. Met de ouders valt vaak niet te praten. Zij zeggen: M'n kind behoeft geen genezing, want dan ben ik m'n inkomen kwijt. Wat is dan het alternatief? Die mensen een aanzet geven om een varkensfokkerijtje te beginnen, zodat ze niet meer afhankelijk zijn van de bedelarij van hun gehandicapte kind".

Verwachting
Ruimte gevraagd voor revalidatieve programma's in New York. Verwacht Lenie van der Wens in dit opzicht wat van de top? „De belangrijkste onderwerpen van gesprek zullen zijn: ondervoeding en terugdringen van het sterftecijfer van kinderen. Als dat niet gebeurt, sterven er in de jaren negentig 150 miljoen kinderen beneden de 5 jaar. Met een gezamenlijke inspanning kunnen er zeker 25 miljoen worden gered, met extra hulp zelfs 50 miljoen. Deze aandacht voor preventie is natuurlijk terecht".
„Op de wereldtop zullen de gehandicapte kinderen vallen onder de groep Children in very difficult circumstances. In de conventie van de rechten van het kind is in artikel 23 expliciet plaats ingeruimd voor het gehandicapte kind. Dat geeft de burger moed. Ik verwacht niet dat er in New York spectaculaire dingen gaan gebeuren. Maar er is tenminste een stuk bezinning, bewustwording. Er wordt nagedacht, er wordt gesproken. Laten we dat blijven doen. Doe je niets, dan gebeurt er niets".


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.