+ Meer informatie

een ambacht van technisch en artistiek Icunnen

Orgelmaken^ m

9 minuten leestijd

' Hef orgel heeft zich In de loop der eeuwen ontwikkeld van een zeer beperkt en primitief tot een veelomvattend Instrument, dat zowel In kerkgebouw als eredienst als In de cultuur en kunst van Nederland een belangrijke plaats Inneemt.

Het heeft een eigen vorm, die
dikwijls niet In overeenstemming Is met de In- en uitwendige archltectuur van de kerk, maar dat men kan zien als een gebouw op zichzelf, dat de stijl van de tijd waarin het ontstaan Is, tot uiting doet komen.

De ontwikkeling van de tijd weerspiegelt zich in de bouw en de structuur van het orgel. Maar toch is het orgel niet alleen een produkt van zijn tijd, het is ook een onderdeel van de geschiedenis van een muziekinstrument dat als enige onder de instrumenten nauwe relaties met architectuur en beeldende kunsten heeft, waardoor het een kunstvorm is, die eigen perioden van opkomst, bloei en verval kent.

Er bestaat dan ook een wisselwerking tussen de eigen mogelijkheden en groei van het orgel en de eisen van de tijd waarin het in opdracht van kerkelijk of stedelijk bestuur werd gebouwd. Zo ontstonden vele waardevolle orgels, die monumenten zijn van een rijk verleden terwijl ook in onze tijd een hernieuwde belangstelling voor het Nederlandse orgel bestaat, dat de hedendaagse kunst in zijn klank en vorm vastlegt. Sinds een aantal jaren kunnen we spreken van een opleving van één der oudste ambachten, het orgelmaken.

ORGELMAKER

We spraken hierover met de 24-jarige orgelmaker Frits Elshout (zoon van predikant ds. A. Elshout te Slikkerveer) in de orgelmakerij van Flentrop te Zaandam.

Frits is eigenlijk op een bijzondere manier in het vak terecht gekomen. Van kinds af aan koesterde hij de wens ooit nog eens orgels te gaan maken.

Even heeft hij gedacht dat deze wens wel oen droom zou blijven toen het gezin Elshout naar Amerika verhuisde omdat vader een beroep eiannam naar de Oer. Oemeente van Artesia.

Nadat Frits in de V.S. de High School doorlopen had, 'ging hij bouwkundig tekenen leren aan een „college". Gedurende die periode kwam hij in contact met een zoon van de Zaanse direkteur van Verkade, die opperde naar Flentrop Orgelbouw te Zaandam te schrijven. Dit alles duurde maar enkele weken en Frits kon komen werken bij Flentrop. Hij ging in de kost. Na drie jaar verruilde hij het kosthuis voor een eigen onderdak samen met zijn vrouw. Kort daarvoor waren ook zijn ouders teruggekomen uit Amerika.

OPLEIDING

Wat er voor nodig is om orgelbouwer te v/orden?

„Allereerst moet je je handen kunnen gebruiken", zegt Frits. „Er is geen speciale school waar je orgelmaken kunt leren. Het is' een ambacht dat je helemaal in de praktijk moet leren. Wel moet je kunnen timmeren: houtbewerken vormt eigenlijk de basis waarmee je de orgelmakerij kunt binnenstappen. Eenmaal binnen word je vanzelf ingeleid in de pijpenmakerij en allerlei andere kneepjes van het vak".

Ben je nou in zo'n groot orgelmakersbeT drijf niet meer dan een specialist op een bepaald gebied van de orgelbouw?' V

„Soms wel", vindt Frits,' „alhoewel dit sterk aihcuikelijk is van capaciteiten die je bezit of blijkt te bezitten. Je hele ambachtelijke loopbaan wordt voor een groot deel bepaald door je persoonlijke instelling en vooral door je persoonlijke Interesse". Zo is Frits bijzonder geboeid op het terrein van het tongwerken maken. Ben tongwerk is een speciaal soort register temidden van pijpen als prestanten en fluiten, b.v. trompet, regaal, dulciaan enz. Frits. „Tegenwoordig beschikken we niet meer.over die materialen waarvan men,ze vroeger maakte. Vele problemen zijn echter de laatste jaren overwonnen".

TOONVORMING

Het meest boeiende van het vak vindt Frits toch wel de intonatie, dat is het pijpwerk, van hun juiste toon en klankkarakter voorzien. Bij alle facetten die met de orgelbouw te maken hebben is dit toch ook wel de meest belangrijke. Het is een moeilijk werk, dat over 't algemeen weinig wordt gewaardeerd. Op de klank van een orgel wordt altijd wel kritiek geoefend. Meestal komt het er op neer dat het nooit goed is. Persoonlijke voorkeur en idnoora spelen erg vaak een rol in het beoordelen van de klank. „Om er een goede muzikale klank in te leggen moet je wel beschikken over een vorm van begaafdheid en een stel goede oren aan je hoofd", zegt Frits. Inderdaad, bij de toonvorming van het orgel komt het vooral aan op de oren van de bouwer. En deze oren zijn vaak, evenals van spelende musici, door achter ons liggende invloeden bedorven. Tegenwoordig luistert men gelukkig weer naar instrumenten die werkelijk muziek makenl

RELATIE

Er is een tijd geweest dat voornamelijk de bespeler van het orgel de conceptie van het instrument bepaalde. De achteruitgang van de kerkmuziek werd de oorzaak van achteruitgang in het vak orgelbouw..

Waren de oude orgels gebouwd om te kunnen voldoen aan de eisen die de eredienst aan het orgel stelde, in de 18e en SOe eeuw moest het orgel een orkestraal instrument zijn om de wereldlijke orgelmuziek te kunnen vertolken.

Oude orgels werden geheel of gedeeltelijk verbouwd en waar men goed bij kas zat werd op de meest ingrijpende wijze huis gehouden. Men verloor het wezen van het orgel uit het oog en tevens het besef dat het koraal de grondslag was en nog steeds is van onze protestants-kerkelijke orgelstructuur.

Frits Elshout heeft hier een onomwonden mening over. „De grote fout die de hele vervalperiode tekende was het overdreven perfectionisme dat men nastreefde, waarbij méh dé speelsheid van het instrument op zich uit het oog heeft verloren", zegt hij. Inderdaad. Door de snelle verrijking van technische kermis, gepaard gaande met een catastrofale daling van artistieke kwaliteiten werd de orgelmaker van kunstenaar, een zakenman, een fabrikant en zijn produkt was niet meer dat van een persoonlijke overtuiging, maar een opusnummer. Ben bouwwerk met gemis aan beginselen. ^

HERORIËNTATIE
Juist in onze eeuw is in de orgelbouw een richting ontstaan, die zich principieel technisch en artistiek wil bezinnen op het verleden. Het orgel is een historisch instrument, in meest volmaakte vorm gebouwd in de bloeiperiode van het instrument: de 18e eeuw. Uiteraard is de verschijningsvorm verschillend naar gelang het cultuurpatroon, waarin de bouwer leefde. Eigenlijk de gehele 19e eeuw heeft men op het 18e eeuwse instrument doorgeborduurd. met duidelijke uitlopers naar bijvoorbeeld Cavaillé-CoU.

We kunnen zeggen dat het hedendaagse orgel in bouw en klank aansluit bij dat tiit de bloeitijd van de orgelbouw. Dat heeft z'n weerslag op het. werk van de orgelmaker. De ambachtelijke orgelbouwkünst heeft haar intrede weer kunnen doen- en nog steeds is er sprake van een opgaande lijn. Uiteraard valt niet te voorspellen hoe de toekomstige ontwikkeling van het orgel zal zjjn, zeker niet in een tijd als de onze, waarin zoveel veranderingen op zoveel gebieden zich zo snel voltrekken. Maar de terugkeer in het algemeen naar een herwaardering van vroegere en eigentijdse normen heeft in de orgelbouw een beslissende nieuwe fase ingeluid.

DOE-HET-ZELF

Behalve het feit dat vele orgelmakers zich hebben toegelegd op de bouw van huispijporgels, blijken er ook veel doe-het-zelvers aan het werk te zijn getogen. Vele amateur-orgelbouwers creërenl een speeltuig naar eigen ontwerp, 't Is dani ook niet allemaal even fraai wat er klinkt,, dat kan ook niet. Orgels bouwen is welis-j waar een fascinerend werk, maar het blijft een vak om respect voor op te brengenl

Om toch tot een optimaal resultaat té komen, dat een redelijke flnanciële draagkracht niet te boven gaat, heeft ook Flett trop de doe-het-zelvers de hand toegestoken. Als amateur-orgelbouwer kan men nu verzekerd zijn van een goed fimktionerend huispijporgel als men zich tot deze bouwpakket-methode wendt. Als de handleiding nauwkeurig wordt gevolgd kan men verze-j kerd zijn van een goed resultaat. Bij veel pioniers is dit resultaat meestal iets wat ergens blijft steken.

Zo heeft de echte orgelmtücer weer ietS' geboden waarin technisch kimnen en artisticiteit samengaan, zowel voor kerb als' huiskamer. En deze levendige en tevens duidelijke klank kan toch slechts de juiste zijn voor de echte orgelmuziek, hetzij oud] hetzij nieuw. ' j Heeft dan wijlen de heer Sybrand Za-^ chariassen nu al gelijk, die in 1963 op een orgelbouwerscongres zei: „Als wij op de ingeslagen weg verder gaan (op de goede en natuiirlijke weg) — en dat moeten wij ab-: soluut — dan zal op zekere dag het als het ware uit de natuur opgegroeide vaarachti:ge en echte orgel voor ons staan. (Van een onzer redacteuren)

De ontslagen schoenstikker uit de Langstraat was niet de enige die zich op een zekere maandagochtend meldde voor het onderzoek. Negen mannen en een vrouw, variërend in leeftijd van achttien tot een flink eind boven de veertig, namen met hem plaats achter de tafeltjes in een sober vertrek. Negen mannen en een vrouw, met elk een persoonlijke voorgeschiedenis die merkwaardige „Tongwerken maken is moeilijk", zegt overeenkomsten vertoonde met hetgeen zijn eigen voorgeschiedenis was geweest.

Er was een fruitteler wiens rijke oogst aan ooft grotendeels onverkoopbaar was en die nu het liefst onderhoudstimmerman wilde worden. Een bakker, met het bakkerseczeem nog op de handen, wilde van deeg en hete ovens niets meer weten en zag meer in het frisse openluchtwerk van de bouw.

Anderen hadden nog geen keuze gemaakt, wikten en wogen nog, en wachtten op de adviezen die zij in een persoonlijk gesprek met de beroepskeuzeadviseurs zouden krijgen.

Geconcentreerd ondergingen zij de test: een wonderlijk samenstel van ogenschijnlijk simpele proeven, van rekensommen en taaioefeningen, passen en meten van figuren op papier. Puzzels met gewichten, kubussen en katrollen, en het buigen, met de handen, van stukjes ijzerdraad tot figuren volgens voorbeeld.

Een geschiktheidsonderzoek behoeft niet per se moeilijk en ingewikkeld te zijn voor het ontdekken van-de vaardigheden van de mens. Accuratesse openbaart zich ook in kleinigheden, zoals het zetten van de puntjes op de i. Zuinigheid wordt wellicht duidelijker gedemonstreerd door het besparen van eenten dan van tientjes. Vandaar dat de proeven voor de grote middenmoot misschien wel eenvoudig lijken, maar dat ze knap geraffineerd van opzet zijn. Ze laten weinig of niets verborgen omtrent de capaciteiten van de kandidaat die er aan heeft deelgenomen.

Intelligentie, geheugen, ruimtelijk inzicht, planimetrisch inzicht, technisch inzicht, tempo, concentratie, rekenvaardigheid, verbale aanleg en begripsvermogen zijn eigenschappen die in talloze variaties en combinaties in een mens aanwezig kunnen zijn, en dan bepalend voor de toekomst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.