+ Meer informatie

Besprekingen van de Heilige Oorlog

6 minuten leestijd

50.

Het was door de vleselijke gerustheid die veld begon te winnen in Mensziel, dat de zelfbeproeving er door verdrongen werd. Men kon zich met de staat der genade op de been houden, zodat men wat het standelijke leven betrof weinig of geen gebruik meer maakte van de proefsteen der genade.

Voorheen was dat geheel anders, want toen ging men uit van de gedachte dat de staat der genade moest weerspiegelen in het standelijke leven. Men was niet alleen bevreesd de wereld gelijkvormig te worden in vleselijke gerustheid, maar het was ook een staan naar de vernieuwing van het gemoed, om met des te meer liefde en tederheid de wil des Heeren te beproeven om er door gesterkt te worden in het goede.

Maar ach, die bloeitijd is al voorbij. De glans van ootmoedigheid en godzaligheid die verkregen wordt door een verbolgen omgang met de Heere, staat niet meer op de voorgrond.

Nu het met meer was een paraatzijn in de vreze Gods door te ijveren voor de naam en zaak des Heeren, kwam de heer Zelfbedrog tevoorschijn. Een vijand die in al zijn doen en spreken bedriegelijk is en dat welbewust. Hij heeft er dan ook niet de minste kommer over, want de liefde Gods is niet in hem, de wortel der zaak wordt in hem niet gevonden. Zijn leven is een leven uit het beginsel der ongerechtigheid.

De heer Zelfbedrog stoelde op dezelfde wortel van zijn zoon Vleselijke Gerustheid. Alles werd door hem in ’t werk gesteld oprechte burgers af te trekken van de praktijk der godzaligheid, opdat zij bepaalde droggronden voor ware levensgronden zouden gaan houden.

Hoe de heer Vleselijke Gerustheid in dienst van zijn vader Zelfbedrog toch wel ingang wist te verkrijgen bij de oprechte burgers van Mensziel, is voor ons waarschuwend.

Zonder wedergeboorte kwam deze vleiende spreker het rad van zijn geboorte om te wenden, wat het gedichtsel van zijn hart slecht en boos deed blijven.

Zo veinsde hij nu de edele Prins te willen dienen tegen Zijn vijanden. Hij bekwam enige kennis van Immanuël. Stout en onbeschaamd waagde hij zich eindelijk in ’t gezelschap der stedelingen en ondernam het onder hen wat te praten. Hij wist dat de macht en sterkte van Mensziel zeer groot was en dat het het volk zeer naar de zin moest wezen, dat hij de macht en sterkte der stad zeer verhief en prees. Dus begon hij zijn bedriegerij en leugen door het vermogen en de sterkte van Mensziel te prijzen en te betuigen dat de stad onoverwinnelijk was.

Nu prees hij eens de kapiteins, die zo slagvaardig waren, de slingers en de stormrammen. Dan verhief hij de vestingswerken en sterkten of de zekerheid die de burgers van hun Vorst hadden, dat Mensziel voor eeuwig gelukkig zou wezen.

De man sprak als een heilige, deed alsof hij tot de voornaamste burgers van Mensziel behoorde en niemand vroeg naar zijn geboorteacte. Nog nooit had hij met één van de burgers van hart tot hart gesproken en dat kon ook niet, want de man miste het leven der genade.

Men was lichtgelovig geworden door de zeltbeproeving niet in ere te houden. Deze vreemde en onbekende prediker was zo maar zonder slag of stoot aanvaard. Men dacht er met aan ’t te beproeven of het beginsel der genade in hem gevonden werd. En daar had hij, de stad kennende, wel op gerekend.

Maar toen hij zag dat enige burgers met zijn redenering gestreeld en ingenomen waren, maakte hij er werk van en ging van straat tot straat, van huis tot huis, ja, van man tot man en bracht het ten laatste zo ver, dat Mensziel naar zijn pijpen begon te dansen. En dat werkte de vleselijke gerustheid niet weinig in de hand.

Hoe is het mogelijk, daar Mensziel door het werk der genade in haar verheerlijkt, zo innig aan de Heere verbonden was. En dat tegen alle vermaningen en waarschuwingen in. De eigenlijke les die Immanuël de stad had gegeven, was, toe te zien dat zij Zijns Vaders liefde en de Zijne nooit zouden vergeten, als ook, dat zij daarin zouden volharden.

Toen Immanuël bemerkte dat de harten van de burgers in Mensziel door de listen van Vleselijke Gerustheid in hun liefde jegens Hem verminderden en kwamen te verkoelen, beklaagde en beweende Hij door Zijn Secretaris hun staat en conditie. „Och,” zeide Hij, „dat Mijn volk naar Mij gehoord had en dat Mensziel in Mijn wegen had gewandeld. Ik had het gevoed met het vette der tarwe en onderhouden met honing uit de steenrotsen.”

Dit gezegd hebbende, zeide Hij in Zijn hart: „Ik zal heengaan en wederkeren tot Mijn hof en plaats, tot zij zullen opmerken en zich schuldig kennen.” En zo deed Hij ook, want zij maakten dat Hij weg moest gaan.

De burgers heten hun vorige manier van Hem te bezoeken na en kwamen niet aan Zijn koninklijk paleis als te voren.

Zij achtten ’t niet of Hij tot hen kwam; ook kwamen zij niet tot Hem. De liefdemaaltijden, die er tussen hen en hun Prins plachten gehouden te worden, bleven nu achter. En hoewel Hij die nog bleef aanrichten en hen daartoe nodigde, zo verzuimden zij bij Hem te komen en hadden geen lust meer in Hem.

Zij verbeidden ook Zijn raad niet, maar begonnen halstarrig en stout in zichzelf te worden, besluitende dat zij nu sterk en niet te bemachtigen waren. Dat zij zeker zaten en buiten het bereik van hun vijanden. En dat hun staat nu noodzakelijk vooi eeuwig onveranderlijk moest blijven.

Immanuël, door dit alles bemerkende dat de stedelingen door de invloed van Vleselijke Gerustheid in hun aanhankelijkheid aan Hem en Zijn Vader waren afgenomen, ging gelijk wij zeiden, eerst hun conditie en staat bewenen.

Daarna gebruikte Hij middelen om de burgers te doen verstaan dat de weg die zij waren ingeslagen gevaarlijk was. Want Hij zond de hoge Secretaris om hun zulke wegen te verbieden, maar Die ontdekte tot tweemaal toe dat zij met mijnheer Vleselijke Gerustheid avondmaal hielden. Het ging van kwaad tot erger Waarom Hij bedroefd werd en wegging naar Prins Immanuël, die, toen Hem dit verhaald werd, zeer beledigd was en bedroefd werd. Ja, aanstalte maakte om terug te keren naar Zijns Vaders hof.

Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.