+ Meer informatie

WAT WILLEN WE MET DE CATECHESE?

8 minuten leestijd

INLEIDING

In de catechese is veel in beweging. Naast de predikant als catecheet komen er andere vormen. Dat raakt de persoon die het geeft, leerinhoud, opzet en indeling van de catechesebijeenkomst, werkvormen enz. Bij de catechese gebeuren mooie dingen, maar er is ook onzekerheid, terugloop van deelnemers, demotivatie bij catecheten. Wat willen we eigenlijk met catechese? Waarom geven we het, waarom gaan de jongeren er naar toe?

WAAROM CATECHESE

Eerst enkele bijbelse uitgangspunten. In het OT nam het leren van kinderen/jongeren een grote plaats in: zie Deut. 6 en Psalm 78, waarin over de opdracht en over de zegen van de geloofsoverdracht wordt geschreven. Opvallend is het kader waarin dit leren plaatsvindt: het verbond. Dat is de genadige relatie die de Here God met zijn volk aangaat. Tot dit verbond behoren niet alleen de volwassenen, maar ook hun kinderen. Teken en zegel ervan is de besnijdenis. Dat kinderen ertoe behoren, betekent dat God ook aan hen zijn heil belooft, nog vóór ze van iets weten, en hen tegelijk oproept om bij het opgroeien het verbond te beantwoorden, evenals hun ouders. Dat is hen niet aangeboren, dat moeten ze leren. Dat gebeurt in het kader van het verbond en is ten diepste het werk van de Heilige Geest. Maar Hij doet dat gewoonlijk door middel van mensen: allereerst de ouders, maar voorts ook de gemeente.

Ook in het NT neemt het leren een grote plaats in: Matth. 28:19 (zendingsbevel), Kol.3:16 (leren en vermanen). De kinderen van de gelovigen behoren ook bij de gemeente, ze zijn heilig (1 Kor. 7:14). Ouders krijgen in dat kader de opdracht om hen te leren (Ef.6:4). In het OT was het leren er op gericht om het verbond te beantwoorden, in het NT is het leren er op gericht om als gedoopt mens te leven. Gedoopt worden is een diepingrijpend gebeuren (Rom. 6: 3–5). Het is het teken en zegel van het delen in het heil in Christus, het sterven met Hem, het opstaan met Hem. Dat moet je leren. Leren leven als gedoopt mens is inhoudelijk gezien hetzelfde als het leren leven om het verbond te beantwoorden.

REFORMATIE

Met de Reformatie komt een geestelijke vernieuwing van de kerk. Gods Woord gaat weer open, gericht op een persoonlijke relatie van mensen met God. Het leren krijgt daarbij opvallend grote aandacht. Men begint bij de kinderen van de gelovigen, die ook kinderen van de gemeente zijn. Zij behoren ook tot het verbond. Teken en zegel daarvan is de kinderdoop. Daarin schittert Gods genade: Hij is de eerste. Het geloofsonderricht in de Reformatie staat dan ook in het kader van het verbond. Het is er evenals in Israël op gericht om kinderen te leren als kinderen van het verbond te leven, door het geloof in de Heiland.

Men leerde de kinderen evenals in het NT leven als gedoopte kinderen. Catechese is daarom doopcatechese. De Reformatie wijst vooral de óuders op hun taak hierin; men denke aan de derde doopvraag: ouders beloven hun kinderen te (laten) onderwijzen. Daarbij valt te denken aan de scholen en aan de kerk zelf. Dit laatste is nieuw. De kerk zelf neemt het geloofsonderricht ter hand. Zo groeit er een infrastructuur voor het leren van een nieuwe generatie: gezin, school en kerk. Het is een grondstructuur van het leren in onze traditie geworden.

Leren om als gedoopt mens te leven blijft trouwens niet tot de kindertijd beperkt; het is een levenslang leerproces. Wel is er een belangrijk markeringspunt: de belijdenis van het geloof op de leeftijd van 10–14 jaar, bij Calvijn (Institutie) 10–11 jaar (in plaats van het R-K vormsel). Vanuit de gedachte van het verbond kristalliseert zich dan een bepaald patroon voor de catechese uit, dat de zo vertrouwde structuur kent: doop — opvoeding/catechese— belijdenis — toelating tot het avondmaal — voortgezette catechese.

De in de Reformatie gewenste kennis is daarbij ook existentieel: kennis van het hart, kennis die de hele mens raakt. Ook in de Reformatietijd was dit in de praktijk lang niet altijd zichtbaar. Maar toch heeft men, hoe lastig ook, hieraan vastgehouden.

Zo ook vandaag: catechese is het aanbieden van geloofsonderricht aan de jongeren om hen bewust te leren leven als gedoopte mensen. Daarom geven en ontvangen we haar. Wie dit uit het oog verliest, raakt in verlegenheid omtrent de noodzaak ervan.

ENKELE PROBLEMEN IN DE CATECHESE

Ik noem nu enkele praktische knelpunten. We hebben een rijke traditie, waarvan we de inhoud aan onze jongeren willen doorgeven. We willen die twee bij elkaar houden en geen van beide kwijtraken. Toch is dat gevaar reëel en dat betekent een spanningsveld. We kunnen dat waarnemen aan de hand van bepaalde symptomen. Ik noem er enkele:

In veel gemeenten is sprake van een terugloop van het aantal catechisanten vooral vanaf 15 jaar. Daarbij zijn er nog al eens ordeproblemen. Oorzaak: groepsgrootte, werkwijze, maar ook een diepere (de)motivatie van de jongeren. Soms is de relatie tussen predikant/catecheet en jongeren of tussen de leerinhoud en jongeren gespannen of verstoord. Gevolg:een groeiend gebrek aan motivatie bij de predikanten/catecheten. Velen zien er tegenop. Men kan het eigenlijk niet goed aan, ook wegens gebrek aan didactische vaardigheden. Catecheten, met name predikanten, nemen meestal nauwelijks deel aan trainingen e.d. op dit gebied, door een overladen agenda, maar ook wegens onzekerheid en een neiging om de werkelijkheid te ontkennen. Er is (zeer) weinig wetenschappelijke expertise op het gebied van de catechese. Gekwalificeerde docenten catechetiek in de kerkelijke opleiding zijn moeilijk te vinden.

Hier wreekt zich het feit dat in veel gemeenten de catechese te veel als vanzelfsprekend gezien is. Het beeld was en is traditioneel: de predikant geeft catechisatie, al of niet geassisteerd door een medecatecheet. Hoeveel kerkenraden hebben de catechese op de agenda staan? Vinden zij dat catechese (materialen, media) veel geld mag kosten?

Onder dit alles ligt een diepere problematiek: die van de secularisatie in onze tijd, van het wegvloeien van kerkelijk besef, van het postmodernisme met zijn algemene religiositeit, van het je niet willen binden en de emotiecultuur. Laten we elkaar in deze situatie niet de zwarte piet toespelen, maar liever op een positieve manier daar midden in gaan staan en ons afvragen hoe we samen verder kunnen komen.

ENKELE LIJNEN NAAR DE PLAATSELIJKE SITUATIE

In de nota Kansen voor catechese, die onlangs aangenomen werd door de synode van de Protestantse Kerk in Nederland komen deze dingen ook aan de orde. Enkele zaken:

1. De gezinnen: wie voorstander is van de kinderdoop als teken en zegel van Gods verbond, moet niet alleen a (doop), maar ook b (opvoeding, catechese) zeggen, doopouders moeten beseffen wat de doop inhoudt. Zij kunnen het na de doop van hun kind niet verder laten afweten. Dan werken we er zelf aan mee, dat de doop wordt uitgehold. Daarom pleit ik allereerst voor het ernst maken met een grondige doopcatechese aan ouders, zijnde een dooponderricht in kringen. Daar kunnen de wezenlijke vragen aangaande doop en opvoeding aan de orde komen. Er zijn goede voorbeelden van. Opvoeden kunnen we niet uitbesteden, dat is allereerst een taak van de ouders zelf. Ik zou ouders ook meer bij de catechisatie zelf willen betrekken, juist nu de lijn naar de scholen op steeds meer plaatsen begint weg te vallen. Ook hiervan en de hiermee samenhangende intergeneratieve catechese zijn mooie voorbeelden.

2. Er is sprake van een groter wordend gebrek aan bijbel- en geloofskennis bij onze jongeren (en ouderen). Daarbij is het een feit dat jongeren boven de twaalf jaar in het algemeen op de catechisatie niet meer iets uit hun hoofd willen leren. Er is een omslag in de leercultuur gekomen. Daarom pleit ik er voor om de catechese te beginnen op 9–10 jarige leeftijd; dan leren kinderen dingen nog gemakkelijker uit hun hoofd. Als we vinden dat kennis van bijbel en geloof onmisbaar is, dan moeten we in deze leeftijdsfase als gemeente present zijn. Er zijn goede voorbeelden van.

3. Wanneer we in deze leeftijdsfase de nadruk leggen op het verstandelijke element, in het kader van het verbond, dan kunnen we ook met een gerust hart boven de twaalf jaar meer ruimte bieden voor wat ik zou willen noemen een bevindelijke (existentiële) catechese. Deze verbindt de inhoud van het christelijk geloof met de ervaringen en de leefwereld van de jongeren.

4. Kerkenraden: hoe staat het met het catechesebeleid? Is er een leerplan, met doelstellingen, curriculum enz.? Ik pleit voor een catechesecommissie, of een catechesewerkgroep/team, benoemd door de kerkenraad en verantwoording schuldig aan de kerkenraad. Deze is speciaal belast is met de bezinning op en de uitvoering van de catechese in de plaatselijke gemeente. Er kunnen deskundigen uit de gemeente in meedoen, alsook ouders van catechisanten (ook moeders!). Men kan zien hoe er elders catechese wordt geven, bijvoorbeeld in de vorm van mentorcatechese. Ook kan men diverse (nieuwe) catechesemethoden bestuderen en op hun bruikbaarheid voor de eigen gemeente toetsen.

5. Kan er niet eens grondig naar de catecheseruimte gekeken wordt en naar de leermiddelen en andere voorwaarden voor een kwalitatief verantwoorde catechese? Wat belangrijk is, mag ook wat kosten! Denk daarbij ook aan trainingen van catecheten.

TEN SLOTTE

De verlegenheid in de catechese heeft duidelijk te maken met een dieper liggende geestelijke verlegenheid in onze tijd. Die kunnen we niet oplossen met behulp van didactische vernieuwingen. We hebben echte, geestelijke vernieuwing nodig: (door) werking van de Heilige Geest. Maar juist dat schept een mogelijkheid! Daarom mogen en kunnen we moedig verder gaan met de catechese, met nieuw élan. Zij is moeilijk, maar ook heel erg mooi. Het gaat uiteindelijk om onze jongeren.

Prof.dr. W. Verboom is emeritushoogleraar vanwege de Geref. Bond in de PKN, voor de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.