+ Meer informatie

Jochie redde Mokum van ondergang

Folkloristisch Trommelen op de Beui^ verworden tot muziekfestival

4 minuten leestijd

AMSTERDAM - Ons land heeft blijkbaar wat met jongetjes die het vaderland redden van rampen. Zelfs in Amerika kennen velen het verhaal van het jochie dat in lang vervlogen tijden ons land gered zou hebben van een watersnood door zijn vinger in een gat in de dijk te steken. Een zelfde soort legende gaat over een jongetje dat in 1622 Mokum behoedde voor een catastrofe...

De Tachtigjarige Oorlog was weer in volle hevigheid losgebroken. Na jaren van betrekkelijke rust vlogen Spanjaarden en Nederlanders elkaar in 1622 opnieuw in de haren. En de Spanjaarden hadden in het Twaalfjarig Bestand blijkbaar wat geleerd in de krijgskunst. Ze waren namelijk tot de overtuiging gekomen dat, wilde men de strijd ooit winnen, in ieder geval Amsterdam weer onder Spaanse heerschappij zou moeten komen.

Strategen braken zich het hoofd over de verschillende mogelijkheden en kwamen uiteindelijk met een listig plan. In Amsterdam zouden diverse Hollands sprekende Spanjaarden binnengesmokkeld worden, die op een teken vanuit Spanje oproer in de stad zouden moeten veroorzaken. Er werden ladingen explosieven en ander Ucht ontvlambaar materiaal verstopt onder of in de omgeving van belangrijke gebouwen, zoals bij voorbeeld de Beurs en het stadhuis.

Op een bepaald moment zou volgens plan op diverse plaatsen in de stad brand gesticht worden en zou de Beurs met een daverende klap de lucht in vliegen. Vooral dat beursgebouw was erg belangrijk omdat zich hier natuurlijk het hart van de Nederlandse handel en economie bevond. Wanneer de paniek zijn hoogtepunt bereikt zou hebben, moesten de Spanjaarden onder leiding van Balthazar Paul de belangrijkste punten

FOLKLORE
in de stad bezetten om zo de stad voor de Spaanse troon te winnen. Een geniaal plan, waardoor met een minimum aan inspanningen een maximum aan resultaat bereikt zou worden.

Bal

De geleerden kunnen de dingen echter mooi uitdenken, maar soms kan één kind de mooiste plannen in de war schoppen. Een weesjongen die ergens in het beursgebouw aan het Rokin aan het spelen was met zijn bal zag zijn attribuut ergens door de vele spleten in de vloer wegrollen in het water dat onder het gebouw vrij spel had. Hij dook naar de wegrollende bal maar kon hem net niet meer tegenhouden. Triest keek hij door het gat naar het zwarte water dat hij onder zich dacht te zien. Maar daar was geen water. Hij keek nog eens goed en onderscheidde toen de omtrekken van een boot, beladen met vaten.

Volgens de overlevering meldde deze jongen zijn ontdekking direct bij de overheden der stad. Die waren via allerlei geruchten reeds op de hoogte gesteld van een mogelijke Spaanse aanslag op de stad, zodat ze extra alert waren en de waarschuwing van de weesjongen serieus namen. Terecht! Onder het beursgebouw bleek namelijk een aantal boten te liggen, beladen met explosieve stoffen. Een grote jacht op de daders werd gestart en op 10 augustus 1622 kon Balthazar Paul, de aanvoerder van al het kwaad, „geworgd ende geblakerd" worden.

Held

De arme weesjongen die het onheil had voorkomen, was inmiddels tot held van de stad uitgeroepen. Hij werd uitgebreid gehuldigd door het stadsbestuur en kreeg een beloning van driehonderd gulden aangeboden. Maar hij wilde geen geld. Hij vroeg toestemming om in de zogenaamde kermisweek in september op de Beurs van Amsterdam te mogen trommelen samen met zijn kornuiten. Voordien werden ze namelijk altijd van de beurs verjaagd omdat het houden van optochten met tromgeroffel voorbehouden was aan de wettige instanties, zoals bij voorbeeld de schutterij.

Maar de weesjongen kreeg zijn toestemming, zodat sinds de zeventiende eeuw vrijwel ieder jaar de jeugd mocht Trommelen op de Beurs, zoals het evenement officieel werd genoemd.

Door onbekende oorzaken werd in 1903 het trommelen afgeschaft, tot grote droefheid van de Amsterdamse jeugd. In 1953 werd het evenement echter weer ingevoerd, na sterke aandrang van zowel de kinderen als diverse stichtingen die bij het evenement betrokken waren. Maar in de jaren zestig was het opnieuw afgelopen. In 1989 werd het trommelen echter op aandrang van wethouder mevrouw M. Luimstra-Albeda weer ingevoerd en sindsdien is het gebleven.

Popfestival

In de loop der jaren werd het historisch trommelen echter al spoedig omgezet in een modern muziekfeest. Zo zullen ook dit jaar weer diverse muziekgroepen, zoals slagwerkgroepen, fanfares, orkesten en drumbands, hun medewerking verlenen aan een evenement dat met folklore nog maar bitter weinig heeft uit te staan maar dat meer en meer op een popconcert begint te lijken. Bovendien moet ook de zondag het weer ontgelden, omdat men dit jaar het meer ontspannen deel waarschijnlijk van zaterdag 5 oktober naar zondag 6 oktober wil verschuiven, zo deelt mevrouw W. Stork, beleidsmedewerker van de stichting JAM, mee.

Deze stichting, gespecialiseerd in het organiseren van festivals voor de Amsterdamse jeugd, organiseert namelijk ook het Trommelen op de Beurs. Naast het zogenaamde slagwerkfestival worden er ook diverse concerten georganiseerd in het beursgebouw, waar schoolklassen vrij toegang moeten krijgen. Het festijn wordt betaald door onder andere de gemeente Amsterdam, diverse bedrijven uit de hoofdstad en de vereniging voor Effectenhandel.

Helaas is Trommelen op de Beurs geen informele happening voor kinderen meer. Kinderen zijn nog maar figuranten, terwijl het hoofdprogramma bestaat uit optredens van diverse bands die het publiek proberen te vermaken. De vlag van folklore kan de lading niet meer dekken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.