+ Meer informatie

„DE GEHANDICAPTE IN ONS MIDDEN”” *)

6 minuten leestijd

Uit een in 1974 gehouden onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek is komen vast te staan dat ongeveer 9 procent van de Nederlandse bevolking lichamelijk gehandicapt is. En dit aantal neemt nog steeds toe. Hoewel enerzijds door toenemende kennis van de medische wetenschap het aantal handicaps door ziekte of door ouderdom afneemt, neemt het aantal anderzijds weer toe omdat meer mensen in het leven behouden kunnen worden, voor wie voorheen geen kansen bestonden om te blijven leven. Ook door de nog steeds toenemende verkeersonveiligheid stijgt het aantal gehandicapte mensen ieder jaar weer.

Wat wil het zeggen om gehandicapt te zijn? Kunt u zich dat voorstellen? Het verschil tussen niet-gehandicapt en gehandicapt is soms een halve minuut! Dezelfde mens kan het ene moment alle spieren, armen en benen gebruiken en zit het volgende moment in een rolstoel. (Bij wijze van spreken natuurlijk, want er zal meestal een lange periode van herstel en revalidatie aan vooraf gaan.)

Bekijken wij gehandicapte mensen in eerste instantie niet op hun handicap in plaats van op hun WIENS ZIJN? Maken wij soms zelf niet door onze houding dat een gehandicapte zich zijn handicap pijnlijk bewust wordt? De tijd dat gehandicapte mensen beschimpt en bespot werden, is gelukkig voorbij. Maar hoe reageren wij vaak als we on-verwacht tegenover een gehandicapte staan? Een gebaar van schrik, verlegenheid, niet weten wat te zeggen! En we weten ons met onze houding helemaal geen raad als kleine kinderen spontaan „pijnlijke” vragen gaan stellen. We trekken ze dan gauw mee: „Kom joh, hou je mond”.

Al in december 1976 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de resolutie aan het jaar 1981 uit te roepen tot het „Jaar van de gehandicapten”, onder het motto: „Volledig meedoen in gelijkwaardigheid”.

Hoewel wij ons in de kerken gelukkig niet hoeven te laten leiden door uitspraken van de Verenigde Naties, willen we dit motto toch eens plaatsen in het licht van het mede kunnen functioneren van de gehandicapte in ons gemeente-zijn.

Stelt u zich eens voor dat u op een rolstoel bent aangewezen en u wilt deze week:

- naar de kerkeraadsvergadering gaan,

- de vrouwenvereniging bezoeken,

- de zendingsavond bijwonen,

- zondag de kerkdienst meemaken,

- het avondmaal vieren.

Ziet u zich in gedachten al gaan? Jas aan, de deur uit, stoep af, oversteken, stoep op, het kerkgebouw binnengaan, uw jas in de garderobe hangen, naar de zaal waar u moet zijn, koffie halen aan de bar, even naar het toilet, de kerkzaal in, aan de avondmaalstafel.

En, hoe is het u vergaan? Gearriveerd? Of bent u ergens stampvoetend (zo u dat al zou kunnen) blijven steken? Moest u eerst een aantal treden op om in het kerkgebouw te komen? Uw jas aanhouden, omdat de garderobehaken te hoog hingen? Kon u met de rolstoel niet door de deur van de zaal, of waren de zalen beneden? Dronk u geen koffie omdat de bar zich ergens boven uw hoofd bevond, zodat u gelukkig ook niet naar het toilet hoefde, waar u toch niet in kon met uw rolstoel? Bevond de avondmaalstafel zich op het twee treden hoge podium, zodat u daar ook maar vanaf zag?

En nu? Teleurstelling, verdriet, verbittering: „Dit is niets meer voor mij, ik hoor er niet meer bij”. Misschien is het u met enige (of veel) hulp gelukt. Maar hebt u er plezier in als u steeds geholpen moet worden? Je steeds afhankelijk moet weten?

De beste hulp die we kunnen geven, is hulp waardoor de gehandicapte in staat is zichzelf te helpen.

Gelukkig zijn er ook goede voorbeelden. Is de situatie zeker in alle kerken niet zo. Maar het gaat er in dit artikel uiteraard juist om de knelpunten naar voren te halen. Laten we ons vooral hoeden voor een nogal veel voorkomende „taxatiefout”. Een handicap kan meebrengen dat bepaalde bewegingen niet of onderbroken of onbeheerst uitgevoerd worden. Soms ook gepaard gaande met een spraakstoring. Men denkt dan te maken te hebben met iemand die verstandelijk minder ontwikkeld is en zo dan ook behandeld of toegesproken wordt. Wie weet over welk een briljante geest die man of vrouw beschikt!

Hoewel ik daar geen onderzoek naar gedaan heb, of over concrete gegevens beschik, heb ik de indruk dat we in de kerk mensen met een lichamelijke handicap (wat dus niets zegt over verstand en inzicht) toch al gauw voor veel functies en/of ambten uitsluiten. Hoewel ik vrij veel ambtsdragers ontmoet, heb ik niet de indruk dat daarvan zo’n 8 à 9 procent lichamelijk gehandicapt is. Ook niet als ik rondkijk op vergaderingen van classes of synoden. Daarmee wil ik niet zeggen dat iemand tot ambtsdrager bevestigd moet worden òmdat hij gehandicapt is, maar hij moet er daarom ook niet voor worden uitgesloten.

„Volledig meedoen in gelijkwaardigheid”. Ondanks alle inspanningen en goede wil zal het „volledig” niet altijd voor 100 procent te realiseren zijn. Sommige handicaps zullen altijd een aantal beperkingen opleveren. Maar ook de niet-gehandicapte mens heeft op veel terreinen beperkingen.

Wel moet het volle accent gelegd kunnen worden op „gelijkwaardigheid”, leder mens is een mens en zal op zijn mens-zijn aangesproken moeten worden. Niet op zijn of haar handicap. Zeker in de kerken mag je verwachten dat ook mensen met een handicap volledig tot hun recht komen. Solidariteit van gehandicapten en niet-gehandicapten is geen speciale opdracht, maar een wezenlijk kenmerk van de gemeente van Jezus Christus.

Nog een aspect wil ik in dit artikel naar voren halen. Hoewel het al oktober is als u dit leest, worden deze regels in augustus, na mijn vakantie, geschreven. Een vakantie die we als gezin samen hebben uitgezocht. In de weken die we zelf wilden (althans binnen de schoolvakanties).

Maar met een rolstoel of op andere manieren in de bewegingen beperkt, valt er qua vakantiemogelijkheden niet veel uit te zoeken. Dan zijn de mogelijkheden gering. Gelukkig worden er door de protestantse kerken een behoorlijk aantal „diaconale vakantieweken” belegd (nadere informatie bij bureau deputaten A.D.M.A.). Maar dan gaat het wel om één week, of in een enkel geval twee, niet-aangesloten weken. Het is fijn dat ieder jaar zoveel vrijwilligers zich hiervoor beschikbaar stellen. Maar zo’n week moet het begin zijn van iets anders. Mensen ontdekken zichzelf weer opnieuw, krijgen weer moed en hoop. Hebben het gevoel er weer tegenaan te kunnen, er weer bij te horen. En dan mogen we uiteraard niet verwachten dat vrijwilligers uit deze weken het hele jaar aandacht blijven geven, op bezoek komen. Maar we mogen dit zeker wel verwachten van de mensen uit de omgeving, uit de gemeente. Want niets is erger dan één week iets te beleven van een stukje gemeenschap en daar dan weer 51 weken van verstoken te blijven. Vangt uw gemeente dat op? Zijn de diakenen en de ouderlingen hierop attent? Het is toch verschrikkelijk als mensen niet meer met deze vakantieweken meegaan, omdat dan de thuiskomst zo’n afgang is. Men de eenzaamheid des te harder voelt. Er van gemeenschap niets meer te merken is.

De eenheid der kerk omvat gehandicapten en niet-gehandicapten. En die eenheid wordt verbroken als gehandicapten buitengesloten blijven.

„Volledig meedoen in gelijkwaardigheid”. Deze gelijkwaardigheid kan alleen bereikt worden als we bereid zijn om echt met iemand met een handicap in gesprek te gaan. Wilt u dat ook? Doet u dat ook?

*) Deputaten A.D.M.A. beleggen momenteel ook classicale diaconale vergaderingen over dit thema. Belangstellenden zijn ook van harte welkom. Voor datum en plaats van deze bijeenkomsten zie onderstaand schema.

Alle avonden beginnen om 20.00 uur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.