+ Meer informatie

Wat verdien ik ermee, of: kan ik ermee dienen?

6 minuten leestijd

"Ik heb ook over de parkeerplaats gelopen en naar jullie auto's gekeken." Zo zei onlangs dr. Stoffels tijdens een lezing voor de VRCL (de Vereniging voor het Reformatorisch Getuigenis in het Commerciële Leven), toen hem gevraagd werd waarop zijn opmerking over de vermaterialisering van onze gezindte gebaseerd was. Ik moest eraan denken, toen ik vorige week op de Wegwij sbeurs rondliep. Dan valt niet te ontkennen dat het "onze mensen" in materieel opzicht inderdaad bijzonder goed lijkt te gaan. Ik probeerde me voor te stellen wat voor beeld het opgeleverd zou hebben als er dertig of veertig jaar geleden zo'n beurs gehouden was en als daar onze ouders en grootouders zouden rondgelopen hebben. Dat zou een heel ander beeld gegeven hebben! De kleuren en de snit van de kleding zouden natuurlijk anders geweest zijn, maar er zou, denk ik, ook een heel andere conclusie getrokken zijn ten aanzien van de materiële welstand in onze kringen. Trouwens niet alleen van onze kringen. We delen gewoon in een algemene verhoging van het welvaartspeil.

Verheugen
Dat is op zichzelf helemaal niet bezwaarlijk. We hoeven ons niet bezwaard te voelen, omdat het ons beter gaat dan vroeger. We mogen -binnen gepaste termen- ook onbekommerd gebruik maken van dat we gekregen hebben. Ook een iegelijk mens, aan dewelke God rijkdom en goederen gegeven heeft, en Hij geeft hem de macht daarvan te eten, en om zijn deel te nemen, en om zich te verheugen van zijn arbeid, datzelve is een gave van God, zegt de Prediker. Dat relativeert dus de stelling dat het hebben van meer welvaart vanzelf leidt tot materialisme. Maar het zal aan de andere kant duidelijk zijn dat meer welvaart wel degelijk gevaren met zich meebrengt. Het is nu eenmaal zo dat de toegenomen mogelijkheid om enige welvaart te krijgen de begeerte naar nog meer niet doet afnemen, maar meestal doet toenemen. En ook dat dit zedelijke gevaren met zich meebrengt. Het is niet voor niks dat dezelfde Prediker ook waarschuwt voor de gevaren van de rijkdom. Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen, zegt hij in zijn Spreukenboek.

Tweeverdieners
De gevaren van dat streven naar steeds meer zijn overduidelijk zichtbaar in onze maatschappij. Ik denk, om maar één ding te noemen, aan de vanzelfsprekendheid waarmee in onze maatschappij de tweeverdieners geaccepteerd worden. Een situatie die zelfs met alle mogelijke middelen gestimuleerd wordt. En velen lijken wel met blindheid geslagen, zodat ze de onmiskenbaar negatieve gevolgen voor het gezinsleven en de opvoeding van de kinderen niet meer zien. Naar mijn mening gaat dit ook onze kringen niet voorbij. Ontstellend vond ik de gedachte die ik onlangs las, dat het niet vanzelfsprekend afgewezen mag worden als jonggehuwden besluiten ervoor te zorgen dat er voorlopig nog geen kinderen komen, omdat eerst de studie afgerond moet worden. Een studie die, denk ik dan, in vele gevallen niet per se noodzakelijk is om straks in het nodige levensonderhoud te kunnen voorzien, maar dient om het reeds aanwezige redelijke welvaartspeil nog verder te verhogen. Dan vrees ik toch dat er een grens gepasseerd wordt: waar het streven naar meer welvaart -laat ik het voorzichtig zeggen- dreigt te leiden tot materialisme.

Beroepskeuze
Het proberen een zeker welvaartspeil te bereiken uit zich natuurlijk vooral in de beroepskeuze. Een heel belangrijke vraag daarbij is immers: wat kan ik ermee gaan verdienen? Het was vroeger bepaald ook niet overbodig deze vraag te stellen: er moest vaak echt heel hard gewerkt worden om het gezin met ere te kunnen onderhouden. En dan is het alleszins geoorloofd te streven naar meer welvaart om dit te kunnen blijven doen. En het is weer de wijze Salomo die diverse keren spreekt over de vlijtige die gezegend zal worden. Ik vraag me echter weleens af of in onze tijd de vraag "wat kan ik ermee verdienen?" nog wel zo belangrijk is als vroeger. Ik geloof in ieder geval dat de vraag niet meer zo dringend is. We leven in een tijd van zo algemene welvaart, mede door de sociale voorzieningen, dat er nauwelijks meer beroepen zijn te noemen waarvan je moet zeggen dat je er niet fatsoenlijk van leven kunt. Misschien mogen we zeggen dat er nu extra ruimte is gekomen om bij de beroepskeuze allereerst een andere vraag te stellen: Kan ik ermee dienen? Kan ik er wat mee betekenen voor mijn naaste? Tegelijk vrees ik dat deze vraag steeds meer opzij geschoven wordt door de eerder genoemde, puur op het materiële gerichte vraag. Als dat zo is, zijn we ook een grens gepasseerd en materialistisch geworden.

Pabo
Ik zal een heel concreet voorbeeld noemen uit mijn eigen beroepskring als docent op een pabo, een opleidingsinstituut voor leerkrachten bij het basisonderwijs. Onlangs op een vergadering spraken we over twee verschijnselen die al vele jaren heel duidelijk te constateren zijn: er komen maar heel weinig jongens naar de pabo en het is, voor jongens èn voor meisjes, bijna vanzelfsprekend dat je met een atheneum-opleiding niet meer naar de pabo gaat. Dat blijkt een algemeen voorkomende situatie te zijn, niet alleen in Nederland, maar heel Europa en ook daarbuiten. In de Verenigde Staten, zo konden we onlangs lezen in de pers, zijn er scholen waar geen les meer gegeven kan worden, omdat personeel ontbreekt. De belangrijkste verklaring zal wel zijn, dat er zoveel beroepen zijn waarin je veel meer kunt verdienen. Onze kring blijkt geheel in de pas van de wereld te lopen. En dat vind ik een heel verdrietige constatering. Ik vraag me ernstig af of ook hieruit allereerst blijkt dat we in de ban van het materialisme zijn gekomen. Ik wil onze jonge mensen die een beroep moeten gaan kiezen èn hun ouders graag deze vraag ter overdenking voorleggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.