+ Meer informatie

Het kind van de rekening

Een vorm van mishandeling en uitbuiting die tientallen miljoenen jonge levens

13 minuten leestijd

Een drukke, door een brandende zon beschenen straat in Bombay. Op het vermoeide gezicht van het haveloos geklede schoenpoetsertje verschijnt een vreugdeloze glans als een klant zich aandient. Vliegensvlug en vakkundig doet hij zijn werk tegen betaling van een paar roepies. Hij is een jaar of tien maar er zijn ook collegaatjes van vijf of zes. Kinderarbeid. Een misstand waar wereldwijd gezien vele tientallen miljoenen jonge levens mee gemoeid zijn. Van Portugal tot Thailand, van India tot Mexico. Ze maken lange dagen, voor weinig of voor niets. Een moderne vorm van slavernij die, als er niet snel wordt ingegrepen, alleen maar groeit...

Het antwoord op de verbaasde vraag „Hoe kunnen ze 't ervoor doen?", gesteld door een westerse consument die de onwaarschijnlijk lage prijs van een paar gymschoenen of een T-shirt tot zich door laat dringen, zou wel eens gevonden kunnen worden in een naargeestige weverij in Thailand of een obscuur fabriekje in Hongkong met een chronisch gebrek aan daglicht en frisse lucht.
De kans dat het smaakvolle Perzische tapijt dat de parketvloer extra cachet geeft, geknoopt werd door tengere kindervingertjes, is niet denkbeeldig. Een vorm van goedkope arbeid die de desbetreffende regering een indrukwekkend bedrag aan inkomsten garandeert; de vervaardigers zelf zien daar uiteraard weinig of niets van. Ook niet in de meest letterlijke zin van het woord, want niet zelden moeten ze het werk met blindheid bekopen.
Maar hoe ironisch het ook klinken moge, het kan altijd erger. Kinderarbeid is er in gradaties, de ellende manifesteert zich in soorten. De 11-jarige jongen die na schooltijd op een gunstig punt kranten verkoopt en er nog een paar stuivers aan overhoudt, is waarschijnlijk beter af dan een leeftijdgenoot die een donkere kopermijn in moet en gedwongen is door gangen te kruipen waar alleen een niet al te weldoorvoed kinderlijfje toegang toe heeft.
En een meisje in Bangladesj dat vanaf haar zesde een flink deel van de huishouding voor haar rekening moet nemen en op broertjes en zusjes dient te passen, is wellicht nog bevoorrecht boven een even oud kind dat ergens in de Verenigde Staten op het land werkt: ogenschijnlijk in de frisse lucht maar wel blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen.

Taboe
Eén ding lijken al deze vormen van uitbuiting voorlopig gemeen te hebben: de grote-mensenwereld besteedt er bitter weinig aandacht aan. Op de een of andere manier lijkt er een taboe op te rusten. Zelfs op het humanitaire vlak wordt relatief weinig actie ondernomen tegen dit schrijnende leed.
Naar de oorzaken van de desinteresse kan men slechts gissen. Dat het kwaad nog zo ongeremd kan voortwoekeren is voor een groot deel te wijten aan de desbetreffende regeringen die op z'n zachtst gezegd niet staan te springen om in te grijpen in deze economische factor van belang. Want dat is het. Een land als Pakistan verdient aan de export van tapijten per jaar een slordige vijftig miljoen dollar. Dat duizenden kinderlevens daarvoor hun gezondheid en hun toekomst inleveren is voor de fabrikanten en regering niet de grootste zorg...
Thailand is een triest voorbeeld van een land dat zijn eigen kinderen offert aan de moloch van het toerisme. De oosterse verlokkingen waar rijke Europeanen op af komen bestaan onder meer uit meisjes van tussen de twaalf en vijftien jaar oud, die gerecruteerd zijn voor de prostitutie. Uiteraard kan men zich er ook met jongetjes uit genoemde leeftijdsklasse vermaken. Groeiende protesten vanuit het Westen hebben dit soort walgelijke praktijken niet kunnen uitbannen. Ook in Kenia, een van Afrika's meest toonaangevende toeristische trekpleisters, zorgt de groeiende stroom buitenlanders voor de nodige werkgelegenheid onder kinderen. Een bezoek aan een mysterieus dagverblijf of veelzeggend pension waar zowel jongens als meisjes beschikbaar zijn, is voor menig gewetenloos perverseling al evenzeer vereist onderdeel van de vakantie als een bezoek aan een wildpark of een dagje strand. En ook al wordt er dan door bij voorbeeld de Keniase organisatie voor het welzijn van kinderen fel geageerd tegen seksueel misbruik, de grote hoeveelheid buitenlandse valuta die met het toerisme gemoeid is, maakt dat men niet erg hard loopt om aan deze service een eind te maken...

Schandaal
Een voorbeeld van organisaties die wel trachten de „muur van stilte" rond kinderarbeid te doorbreken zijn de Internationale arbeidsorganisatie (ILO) en de Internationale confederatie van vrije vakbonden (ICFTU). Laatstgenoemde stelt in een studie over dit probleem: „Het schandaal van uitbuiting van kinderen moet beëindigd worden. Werkende kinderen houden niet alleen banen bezet die door volwassenen vervuld zouden moeten worden en leiden tot een algehele verlaging van de lonen voor volwassenen. Ze veroorzaken ernstige schade aan samenleving en economieën in de Derde Wereld. Het gezinsleven wordt verstoord. Kinderen worden gedwongen hun kindertijd vroegtijdig te verlaten en zich als volwassene te gedragen voordat ze er geestelijk en lichamelijk aan toe zijn".
De ILO schatte een aantal jaren geleden het aantal werkende kinderen onder de vijftien jaar op 50 tot 55 miljoen, maar liet er in één adem op volgen dat ze daarmee nog aan de voorzichtige kant bleef. Experts die getallen van 145 miljoen noemen, zitten waarschijnlijk een stuk dichter bij de waarheid.
Dat het zo moeilijk is om betrouwbare gegevens te verzamelen is niet vreemd: begrippen als "childhood" en werk" worden van land tot land verschillend geïnterpreteerd, terwijl werkgevers, ouders en soms de kinderen zelf terughoudend zijn met het geven van informatie. Als er in een bepaald land al statistisch materiaal voorhanden is over de rol van kinderen in het arbeidsproces, dan levert dat zelden een compleet beeld op: de kinderen die niet 'officieel' een baan hebben maar wel na schooltijd in een werkplaats verdwijnen om daar rieten mandjes te vlechten of huishoudelijk werk moeten doen, komen in deze lijsten niet voor.
Kinderarbeid is een wereldwijd verschijnsel, maar doet zich vooral voor in Afrika, (Latijns-) Amerika en Azië. Volgens ILO-gegevens uit 1987 is Boerkina Faso de absolute topper: bijna 70 procent van de kinderen is hierbij betrokken. Ook Malawi en Senegal staan wat dit betreft hoog genoteerd: ongeveer de helft van alle kinderen in deze Afrikaanse landen verricht op de een of andere manier arbeid.
In Amerika zijn het vooral Haïti en Brazilië waar kinderen worden uitgebuit, terwijl in Azië Bangladesj, Pakistan en Thailand zorgen voor hoge percentages (zo rond of boven de 20 procent).
Wie denkt dat kinderarbeid in ontwikkelde landen is uitgebannen, vergist zich: de kinderen gaan er in de meeste gevallen weliswaar naar school maar in hun vrije tijd is het aanpakken geblazen. Juist die combinatie werk-school is funest: men hoeft geen specialist te zijn om te kunnen nagaan dat oververmoeide leerlingen tot weinig prestaties in staat zijn. Zowel tijdens hun schooljaren als in hun verdere leven ondervinden ze er de gevolgen van.
Een treffend voorbeeld van een geïndustrialiseerd land waar kinderarbeid volop wordt gevonden, is Portugal. Na schooltijd en in de vakanties werken de kinderen op het land, in familiebedrijfjes, als babysitter, in hotels en restaurants, of als verkoper van kranten en tijdschriften. En zelfs Nederland is niet gevrijwaard van het fenomeen: wie zal zeggen hoeveel kinderen thuis garnalen zitten te pellen of balpennen in elkaar draaien?

Paradox
Waarom werken kinderen? In streken waar mensen alles op alles moeten zetten om het hoofd boven water te houden is dat een overbodige vraag. Kinderarbeid is dai) niet anders dan een volstrekt vanzelfsprekend onderdeel van het gezinsleven. Bovendien moet niet vergeten worden dat in de Derde Wereld kinderen onder de 15 zo'n 40 tot 50 procent van de bevolking uitmaken.
Vanuit werkgeversoogpunt gezien is een verklaring voor de grote aantallen jonge werknemertjes makkelijk te geven: je kunt ze voor minder geld (en langere dagen) laten werken dan volwassenen, die nu eenmaal hun eigen belangen wat beter kunnen behartigen. Daarmee ontstaat de volgende paradox: daar waar de werkloosheid het grootst is, komt kinderarbeid het meeste voor. Terwijl men redelijkerwijs zou mogen aannemen dat werkloosheid kinderen zou uitsluiten van de arbeidsmarkt, proberen ze juist —in een vaak wanhopige poging om het toch al povere gezinsinkomen nog iets op te vijzelen— alles te pakken wat ze pakken kunnen. En zo wordt er weer een vicieuze cirkel gevormd. De armen worden armer en de lonen blijven laag.
Overigens is het niet zo dat kinderen bij voorbaat negatief aankijken tegen het feit dat ze moeten werken. Ze zijn blij dat ze de financiële zorgen van het gezin enigszins kunnen verlichten en ach, bij ontstentenis van mogelijkheden voor recreatie kun je dan net zo goed dozen sjouwen of surrogaat-sigaretten verkopen.

Toch valt er over het algemeen weinig genoegen te beleven aan dit onnatuurlijke bestaan. Vooral in de steden zijn de arbeidsomstandigheden allererbarmelijkst: de werkplaatsen en fabrieken worden veelal gekenmerkt door een tekort aan licht, frisse lucht en hygiëne en een overvloed aan lawaai, stof en kwalijke dampen, met alle lichamelijke gevolgen van dien. Ongelukken die lijden tot invaliditeit of de dood komen vaker voor bij kinderen, die nu eenmaal gevaren minder goed kunnen inschatten, kwetsbaarder zijn en onvoldoende ervaring hebben, dan bij volwassenen. Ze worden regelmatig aan gevaarlijk werk blootgesteld; voor een klusje als het weghalen van stof onder bewegende delen van machines is een lenig kinderlijfje helaas beter geschikt dan een volwassene.

Aantasting
„Kinderarbeid is een ernstige aantasting van de rechten van kinderen, kinderarbeid is een belemmering in de sociaal- economische ontwikkeling, kinderarbeid is een vorm van kindermishandeling en -exploitatie". Met die stellingen als uitgangspunt werd deze week in Amsterdam een internationaal symposium gehouden over kinderarbeid. Organisatoren waren de Nederlandse afdeling van Defence for children international, en de werkgroep ontwikkelingslanden van de Ispcan, International society for the prevention of child abuse and neglect (internationaal genootschap voor het voorkomen van kindermishandeling en -verwaarlozing) en TNO. De Vrije Universiteit stelde, in het kader van haar 22e lustrum, ruimte beschikbaar. Het seminar kon woren gezien als een voorloper van het achtste internationale congres over kindermishandeling van de Ispcan, volgende week in Hamburg. Veel deelnemers —een kleine honderd, bijna het dubbele van het aantal dat verwacht was— waren op deze manier in staat zonder al te veel extra kosten beide symposia mee te maken.

Het lijkt een cliché om te stellen dat een bijeenkomst als deze in Amsterdam nodig is om „meer aandacht voor de aanpak van het probleem" te bereiken, maar in dit geval is het gewoon pure noodzaak. Zowel de politiek als de nietgouvernementele organisaties (ngo's) lijken zich niet erg druk te maken over kinderarbeid, stelt Ispcan-voorzitter prof. J. Doek somber vast. „Het kind als zelfstandig individu komt nauwelijks aan bod. Je kunt dan wel zeggen: Als men de rechten van de mens voorop stelt, vallen de kinderen daar toch ook automatisch onder? Ja, dank je de koekoek!"
Er zou volgens hem al Veel gewonnen zijn als bij de beoordeling van ontwikkelingsprojecten stelselmatig wordt gekeken naar de invloed die ze hebben op kinderarbeid. „Dat gebeurt nu ook al ten aanzien van de positie van de vrouw, die overigens nauw verbonden is met die van het kind".
Reden voor bezorgdheid is er te over: „Theoretisch gezien staat het er met de kinderarbeid steeds slechter voor", aldus mr. S. Meuwese, voorzitter van DCI Nederland. „De groei van de wereldbevolking, die zich nu eenmaal van onderaf beweegt, heeft hier alles mee te maken. Ook de migratie van het platteland naar de stad is een belangrijke factor".

DCI en Ispcan hadden met hun symposium niet de bedoeling om als geïndustrialiseerde landen hard te roepen dat kinderarbeid onmiddellijk moet worden gestopt. Zo simpel liggen de zaken niet. Bovendien kun je in het Westen prachtige theorieën hebben over hoe het wel zou moeten, maar daar heeft men in de Derde Wereld over het algemeen geen boodschap aan. Dat druk van buitenaf weinig zoden aan de dijk zet, is bewezen met de acties tegen kinderprostitutie. Als er een onderdeel van kinderarbeid is dat toch wel door iedereen scherp zou worden veroordeeld, is het dat wel. Maar als de regeringen van de betrokken landen zelf niet geïnteresseerd zijn in de aanpak van het kwaad, begin je als buitenstaander bitter weinig.
Uit pure nuchterheid kiezen de organisaties dan ook niet voor een keihard en onvoorwaardelijk "nee" tegen werkende kinderen. „Wat we wel willen bereiken", aldus prof. Doek, „is dat de werkomstandigheden van het werkende kind worden verbeterd, hoe innerlijk tegenstrijdig dat ook lijkt. Te denken valt daarbij aan voedsel, gezondheidszorg en onderwijs, ook voor deze kinderen". Kleinschalige projecten verdienen daarbij volgens hem de voorkeur. „Met 50.000 gulden kun je al een heleboel doen".

Schooluniformen
Ook mevrouw Beatrice Oloko, Nigeriaanse en antropologe aan de universiteit van Lagos, benadrukt dat kinderarbeid niet louter moet worden gezien als een verschijnsel dat snel de wereld uit moet worden geholpen. „Vaak zijn ze er trots op dat ze hun ouders kunnen helpen. Het is gewoon ook bittere noodzaak. Hoe moeten anders de schooluniformen en de lesboeken worden betaald?" In Nigeria is de situatie nog betrekkelijk gunstig, zeker in vergelijking met bij voorbeeld Kenia, waar in de steden massa's straatkinderen rondhangen. „Die heb je bij ons niet: de kinderen die in de stad werken als autowasser of krantenverkoper gaan aan het eind van de dag gewoon naar huis en slapen bij hun ouders".
Toch is er nog genoeg dat haar verontrust. „Kinderen die langs de weg dingen verkopen zijn voortdurend in gevaar, denk alleen maar aan het verkeer, en verder aan de mogelijkheid van verkrachting".
Ze raakte eigenlijk geïnteresseerd in het probleem toen ze, zo'n twintig jaar geleden, ontdekte dat veel kinderen in de huishouding werkten. Ze gaan 's morgens meestal wel naar school, en dat verdoezelt het feit dat ze in wezen een vrij zware dagtaak hebben. Een van de redenen waarom de regering niet hard loopt om maatregelen te nemen. „Men begint nu echter, onder druk van christelijke organisaties en de media, in te zien dat er wat moet gebeuren. Alhoewel daarvan geen wonderen moeten worden verwacht. Wetten zijn mooi, maar niemand houdt zich er immers aan?"
Ook zij ziet meer heil in kleinschalige projecten. „Een voorbeeld: kinderen dragen soms zware lasten op het hoofd en dat is niet goed voor ze. Het werk zou al een stuk gemakkelijker worden als ze karretjes hadden waarmee ze de vrachten kunnen duwen. Gebleken is dat de kinderen dat veel fijner vinden. Het probleem was echter dat veel volwassenen zelf beter denken te weten wat goed voor de kinderen is dan de kinderen zelf'.
De conclusies en aanbevelingen die uit het symposium zijn gekomen, zullen niet alleen naar 'Hamburg' worden meegenomen, maar ook worden gepresenteerd aan minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking, aan de organisaties voor onwikkelingshulp en aan de commissie die de wereldtop over kinderen, eind september in New York, voorbereidt. Voor deze conferentie, georganiseerd door Unicef, zijn tientallen regerinsleiders uitgenodigd. Aandachtspunten zijn onder meer de verbetering van de gezondheidszorg in het algemeen en de bescherming tegen infectieziekten in het bijzonder, en verder zal worden aangedrongen op maatregelen ter vergroting van sociale en economische ontplooiingskansen. Mr. Meuwese houdt wel zijn hart vast bij de mogelijkheid dat de groten der aarde, nadat ze keurig volgens de agenda oyer kinderen hebban gesproken, in achterkamertjes van gedachten wisselen over de Golfcrisis. „De mogelijkheid is zelfs aanwezig dat de Unicef-top om deze reden wordt uitgesteld", zei hij eerder deze week. Misschien een klaar bewijs van het feit dat kindervraagstukken in de grote-mensenwereld toch bepaald niet de hoogste prioriteit genieten...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.