+ Meer informatie

„Als je soms zit te huilen over zonden, heeft dat altijd met bekering te maken?"

9 minuten leestijd

Een zeer persoonhjke vraag deze keer. Een meisje vraagt hoe je kunt weten dat God in je werkt. Ze durft die vraag niet uit te spreken. Wij beantwoorden ditsoort vragen graag, maar geven toch het advies: praat er wèl over; met je ouders, de dominee, een ouderling.Het antwoord in Terdege is eenrichtingverkeer, er komt geen weerwoord, waarop weer gereageerd kan worden. Toch hopen we dat er velen zijn die met deze vraag worstelen en hier misschien een deel van het antwoord vinden.

Ik ben een meisje van 17 jaar. Al een poosje loop ik met vragen rond, maar durf ze niet uit te spreken. Het gaat over: Is het altijd Gods werk als je gaat beseffen datje zoals je nu bent God niet kan ontmoeten? Soms denk ik dat de Heere aan het werk is in mijn hart, maar daarna is het weer volkomen duister. Als je soms zit te huilen over zonden, heeft dat altijd met bekering te maken? Ik ben zo bang dat ik mezelf zit te bedriegen en dat het het laerk van de duivel is, in plaats dat het werk van God is. Kan hier eens wat uitvoeriger op ingegaan worden?In een artikel in de Terdege stond dat de duivel ook teksten kan geven. Daarom ben ik zo bang dat ik mezelf bedrieg.



Hoe weet je of de Heere in je hart aan het werk is? Mag ik je eens een vreemde raad geven: het is helemaal niet zo belangrijk om te weten of de Heere in je hart aan het werk is. Wat een raar antwoord he? Dat is toch het allerbelangrijkste? Je moet toch weten of de Heere in je-leven gekomen is en Zijn goede werk ter hand genomen heeft? Wat voor verschil zou dat uitmaken als je wist dat de Heere wèl in je hart aan het werk was? Zou je Hem dan niet langer zoeken, omdat je nu wel wist dat je toch in de hemel zou komen? En als je nu wist dat de Heere niet in je leven werkte, zou je dan ophouden Hem te zoeken en te dienen? Als je nu zeker wist dat je verloren zou gaan, is de Heere het dan toch niet waard om Hem nu in je leven te zoeken en te dienen? Zou je dan je leven in de dienst van de zonde willen besteden? Zou je dan je krachten in het koninkrijk van de satan willen besteden?

Heilig God
Stel niet in de eerste plaats of hetljij jezelf allemaal echt is, maar stel in de eerste plaats de vraag wie de Heere is. Overdenk dat Hij onze Schepper is en er recht op heeft dat we Hem dienen met ons hele hart. Bedenk dat Hij een heilig God is en dat wij voor Hem niet kunnen verschijnen. Bedenk dat Hij ons in Zijn wet vervloekt als we niet blijven in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen (Gal. 3:10). Hoe heerlijk heeft de Heere ons geschapen. We kenden Hem. We vertoonden Zijn beeld. We waren Zijn pronkjuweel. We dienden Hem met ons ganse hart. We offerden onszelf aan Hem en we verkondigden Zijn deugden. We waren geen slaaf van de zonde en de duivel, maar vrijwillig hadden we de Heere lief Welk een vrede met de Heere, met de dieren, met de planten, met elkaar. Alles ademde een stille en heerlijke vrede. De Heere kon met ons pronken. Hij kon "trots" op ons zijn... Wat is er van de mens terechtgekomen door de zondeval? We hebben onszelf in een vreselijke diepte gestort. We hebben onszelf van de heerlijke gaven beroofd. We hebben God de rug toegekeerd in het eten van de verboden boom. Niet dat er niet genoeg andere bomen waren. Er was geen honger die ons dreef Nee, louter vrijwillig en moedwillig sneden wij de band met de Heere door. Wij kunnen de diepte van onze val nooit peilen. Het is is één woord: verschrikkelijk en afschuwelijk.

Izak geofferd
Wat is het wonder van het offer van de Heere Jezus dan ontzaglijk groot en wonderlijk! Je kent de geschiedenis van Izak. Je weet welhcht dat hij wel een jaar of 25 was toen hij geofferd moest worden; zijn vader was ongeveer 100 jaar ouder. Izak had best kunnen vluchten toen zijn vader zijn benen aan elkaar bond. Izak had van zich af kunnen slaan toen zijn vader ook zijn armen aan elkaar vastmaakte. Izak had de knechten aan de voet van de berg te hulp kunnen roepen toen zijn vader hem optilde en hem op het altaar legde. Izak had van angst in elkaar kunnen krimpen toen zijn vader het mes pakte om zijn keel door te snijden. Wat is dat geweest... En wat is het voor Abraham geweest om zo zijn eigen zoon te offeren. Hij kon zich drie dagen bedenken, maar hij heeft het niet gedaan. Hij had zijn zoon over voor de Heere.

Treffend beeld
Hierin ligt een treffend beeld van de Heere en de Heere Jezus Christus. Abraham is een beeld van de Heere hoe Hij Zijn enige en Zijn lieve Zoon wilde offeren. Hoe Hij Zelf Zijn Zoon doodde, zonder dat er een stem van een engel klonk. Hoe Hij Zijn Zoon liet verteren op de kruisheuvel Golgotha. Hier zien we iets van de diepte van Joh. 3:16: „Alzo liefheeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe." Denk ook eens aan Izak. Hij is een beeld van de Heere Christus. Hij heeft Zichzelf gegeven. Hij deed de wil van Zijn Vader. Hij gaf Zijn leven voor goddeloze zondaren. Welk een liefde van Christus. Kun je dat begrijpen? Nee immers, hier breekt toch je hart en hier moet je verwonderd zijn over zulk een liefde voor zulke zondaren...

Het gaat om Hem
Als je zo biddend nadenkt over de vreselijke diepte van de zondeval en het aanbiddelijke wonder van het zenden van de Heere Jezus Christus naar deze gebroken en vervloekte aarde, valt de vraag eigenlijk in het niet of ik nu een kind van God ben of niet. Dan gaat het niet meer om mij, maar dan gaat het om Hem. Dan denk ik niet in de eerste plaats aan mijn zaligheid, maar dan denk ik in de eerste plaats aan de goddeloosheid van mijn leven tegenover de Heere, al mijn vergeten van Hem, al mijn oneerbiedig bidden, al mijn oppervlakkige zondebesef Dan denk ik in de tweede plaats aan de liefde van de Vader, aan de liefde van de Zoon en aan de liefde van de Heilige Geest dat Hij in zulke vuile zondaarsharten wonen en werken wil. Dan blijft er alleen verwondering over. Wat bedoel ik met dit alles?
Ik bedoel: als we onze zonde gaan beleven en belijden, voelen we dat we de Heere beledigd hebben, we voelen dat we verdienen om niet zalig te worden. We hebben droefheid over de zonde zelf We vinden de zonde zelf veel erger dan de gevolgen van de zonde, zoals ziekte en oorlog en ook de hel. Als we iets van het wonder van Gods genade gaan kennen, zijn we niet in de eerste plaats blij met onze bekering, maar in de eerste plaats verheugd in de Heere en verwonderd over de liefde van Christus.
We krijgen zo'n hartelijke liefde tot de Heere. We gaan Ps. 73:13 echt verstaan: Wien heb ik nevens U omhoog,
wat zou mijn hart, wat zou mijn oog
op aarde nevens U toch lusten?
Niets is er waar ik in kan rusten.
Bezwijkt dan ooit, in bitt're smart, of bange nood, mijn vlees en hart,
zo zult Gij zijn voor mijn gemoed mijn rots, mijn deel, mijn eeuwig goed.

Zekerheid
We kunnen onszelf afvragen of de Heere het goede werk der genade in ons hart begonnen is. En dat moeten we ook doen. Maar komen we er dan uit? Een jongen die met een koopvaardijschip vele weken van huis is, zal zich af kunnen vragen of hij wel echt van zijn meisje houdt. Krijgt hij door deze vragen zekerheid? Nee immers. Hoe wel? Als hij thuiskomt en hij ontmoet zijn meisje, dan vraagt hij zich niet meer af of zijn hefde wel echt is, maar hij valt zijn meisje in de armen en ontvangt haar liefde. Wat is de beste verzekering in geestelijk opzicht? De ontmoeting met de Heere door de Heere Jezus Christus. Waar we zien dat Hij nodig is, dat Hij dierbaar is, dat Hij algenoegzaam is, dat Hij gewillig is, dat Hij geschikt is, daar verdwijnen alle twijfels als sneeuw voor de zon. Er is alle reden om bang te zijn dat je jezelf bedriegt. Ons hart is arglistig! Zo arglistig dat onbekeerden toch de kenmerken van Gods kinderen in hun leven kunnen bespeuren. De macht van de duivel is ontzaglijk groot. Niet alle tranen worden in Gods fles vergaderd.

Vrijmoedigheid
De Heere bedriegt jou niet. Kom dan maar zoals je bent. Stort je ganse hart voor Hem uit. Vertel de Heere eenvoudig en kinderlijk van al je twijfels, van je ongeschiktheid, van je gevoelens, van je tranen, van je onbestemde vrees dat het allemaal werk van de duivel is. Waarom zou de Heere zeggen: „Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen" (Joh. 6:37b). Ik weet wel dat je eigenlijk niet durft, en dat je bang bent dat je je vergist, en dat je van binnen denkt dat je het helemaal niet waard bent en dat je nog lang niet geschikt bent, en dat het veel te groot is voor jou dat de genade ook voor jou zou zijn. Juist voor jou schrijft de Heere in Zijn Woord: „Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden om geholpen te worden ter bekwamer tijd" (Hebr. 4:16). Dat zegt de Heere juist tegen de schuchteren en de angstvalligen, tegen mensen zoals jij.

Genoeg
Als jij zo tot de Heere mag komen, dan zul je ervaren dat Hij tot jouw ziel spreekt: Ik ben jouw heil alleen. Daar zijn alle twijfels verdwenen, daar ervaar je de vrede met de Heere die alle verstand te boven gaat. Daar zie je heerlijkheid en schoonheid in de Heere Jezus Christus en je wilt wel gedurig bij Hem zijn in al je noden, angst en pijn. Daar ben je in de Heere verblijd en aan Hem gewijd, je hebt genoeg aan Hem, zonder genoeg te krijgen van Hem. Je zingt: Dit weet ik vast. God zal mij nooit begeven. Niets maakt mijn ziel vervaard! Je stemt in met MacCheyne:
Mijn heil, mijn vrede, mijn leven werd Hij. Wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.