+ Meer informatie

EEN SCHETS VAN DE WERELDGODSDIENSTEN

11 minuten leestijd

Inleiding

In deze schets worden slechts de grote lijnen aangegeven van de godsdiensten die over een groot deel van de wereld verspreid zijn en miljoenen aanhangers hebben. Aan de orde komen eerst het Jodendom (± 14 miljoen), het Christendom (± 2 miljard) en de Islam (± 1 miljard); daarna het Hindoeïsme (± 700 miljoen) en het Boeddhisme (± 500 miljoen).

Jodendom, Christendom, Islam

A = Overeenkomst. B = Verschil.

A Ze zijn ontstaan in het Midden-Oosten.

B Het jodendom begint omstreeks 1500 v. Chr. met de roeping van en het verbond met Abraham. De joodse jaartelling begint bij de schepping van de wereld, gesteld op 3760 v. Chr. Het Christendom begint met het optreden van Jezus Christus; de christelijke jaartelling bij het veronderstelde jaar 0 van de geboorte van Christus. De Islam begint in ± 610 na Chr. met het optreden van Mohammed in Medina; de islamitische jaartelling bij de uittocht (hidjra) van Mohammed uit Mekka naar Medina in 622 na Chr.1.

A Ze belijden te geloven in één goddelijk wezen, het zijn monotheistische godsdiensten.

B De korte samenvatting van het joodse geloof is het Sjema (“Hoor Israël, de HERE is onze God; de HERE is één …” Deut. 6: 4-8). Van het christelijke geloof is dat de Apostolische Geloofsbelijdenis. Van het islamitische geloof is dat de belijdenis: “Er is geen god dan Allah en Mohammed is zijn profeet”.

A Ze baseren zich op een heilig boek.

B Het jodendom berust op het Oude Testament; het Christendom op het Oude en Nieuwe Testament; de islam op de Koran.

A Ze worden de abrahamitische godsdiensten genoemd vanwege de belangrijke plaats die Abraham in de deze godsdiensten inneemt.

B In het jodendom is Abraham de stamvader van Joodse volk2. In het Christendom is Abraham de vader van alle gelovigen in Jezus Christus. In de islam is Abraham de eerste islamiet, die samen met zijn zoon Ismaël de eerste steen gelegd heeft van de Ka’aba, het voornaamste heiligdom van de islam te Mekka.

A Ze bewegen zich om één kern.

B De kern van de joodse godsdienst is het verbond. Dat heeft het karakter van een verdrag tussen twee ongelijkwaardige partijen, niet dat van een testament of van een contract3. Bij het verbond gaat het om de (persoonlijke) reactie van de tweede (mindere) partij op het door de eerste (meerdere) partij aangeboden verdrag om het effectief te maken. Leven naar het verbond is het aanvaarden van het koningschap van God tot heiliging van het leven4. De kern van het Christendom is het geloof in Jezus Christus5. De kern van de islam is de onderwerping aan Allah, mede uitkomend in het aanvaarden van de vijf zuilen van de Islam6.

A Ze hebben hun eigen weekdag en specifieke gedenk- en feestdagen.

B In het jodendom is de eigen weekdag de Sjabbat (van vrijdagavond tot zaterdagavond); de specifieke feesten zijn: Rosj-ha-Sjanna (Nieuwjaar; september/oktober) en Jom Kippoer (Grote Verzoendag; 10 dagen later); Soekkot (Loofhuttenfeest; 15e - 21 ste dag na Nieuwjaar) met Slotfeest en Simchat Tora (Vreugde der Wet; 22ste en 23ste dag na Nieuwjaar); Chanoeka (8 dagen durende Inwijdings- of Lichtenfeest; omstreeks kerst); Poerim (Lotenfeest; maart); Pesach (Paasfeest; april); Sjavoe’ot (Wekenfeest; 7 weken na het Paasfeest). Tisja be-av (Vastendag in de 5e maand) is de treurdag om de val van Jeruzalem en valt in de zomer.

De eigen weekdag en de feest- en gedenkdagen in het Christendom behoeven hier niet genoemd en kort toegelicht te worden.

In de islam wordt op vrijdag de belangrijkste dienst in de moskee gehouden: het vrijdaggebed, dan wordt ook de preek gehouden. De vrijdag is echter geen algemene rustdag. De speeifieke feest- en gedenkdagen zijn: Nieuwjaar (dag van de Hidjra); Geboorte en leven van Mohammed (3e maand); Idul-maulid (Feest van de hemelreis van Mohammed; 6e maand); Laila al-Barg’h (Nacht van de Vergeving; als voorbereiding op de vasten verzoent men zich met elkaar; 8ste maand); Ramadan (Vastenmaand; 9e maand), in die maand Lailat al Qadr (Nacht van de Macht = Viering van de openbaring van de Koran); Id al-Fitr (Verbreken van de vasten = Suikerfeest; 10e maand); Doe’l-Hidjdja (maand van de grote pelgrimage naar Mekka; 12e maand); Id al-Ad’ha (het vier dagen durende Offerfeest; wereldwijd gevierde einde van de pelgrimage naar Mekka, er dient een schaap geslacht te worden).

Tenslotte: jodendom, Christendom en islam kennen ieder hun orthodoxe, liberale/vrijzinnige, fanatieke en seculiere richtingen, die van elkaar verschillen door hun opvattingen over het heilige boek en de daarmee samenhangende tradities. De verschillende richtingen staan soms fel afwijzend tegenover elkaar7.

Hindoe’isme

Noch beginjaar, noch stichter van het hindoe’isme zijn bekend. De grondslag van het hindoe’isme wordt gevormd door de heilige schritten, waarvan de oudste, de vier Veda’s 8 stammen uit het tijdperk 1500 tot 1000 v. Chr. Uit latere tijd (400 v. Chr.- 400 n. Chr.) stammen de Oepanisjaden9. De twee grote heldengedichten, het Mahabaratha10 en het Ramajana11 zijn zeer populair.

De hindoeïstische literatuur is in de loop van de eeuwen geweldig in omvang toegenomen, en neemt nog steeds toe. Elk van de vele Stromingen beroept zich op een selectie daaruit. Het hindoe’isme vormt een samenstel van religieuze bewegingen, die op verschillende wijzen machten, goden, hogere wezens vereren. Het kan magische, fetisjistische, mystieke, ascetische, wijsgerige en ook monotheistische vormen aannemen. Toch zijn er gemeenschappelijke kenmerken: Elke hindoe erkent het gezag van de Veda’s; beschouwt de koe als een heilig dier; hangt de leer van de re?ncarnatie en het karma aan; beschouwt de tijd als een zich in kringen steeds herhalend proces van opgaan, blinken en verzinken.

Het gaat in het hindoe’isme om de verlossing van de mens uit de samsara (de kringloop van re’incarnaties), die bepaald wordt door iemands karma/karman (de som van zijn goede en kwade daden en gedachten tijdens zijn voorgaande leven)12. De moksja (verlossing) uit de samsara wordt bereikt wanneer de mens tot het bewustzijn komt dat de werkelijkheid waarin hij leeft maya (schijn) is en dat zijn atman (bovenzinnelijke, onsterfelijke Zelt), als manifestatie van het Brahman (Ene, Al zijnde), buiten de samsara Staat en met het Brahman één is. Langs drie verschillende yoga’s (of marga’s, wegen), kan dit bewustzijn verkregen worden. De jana-yoga (kennis-weg), waarvoor de meditatie, de gedachtenconcentratie onder leiding van een goeroe, hét hulpmiddel is13. De karmayoga, (daad-weg); het handelen volgens de darhma (verplichtingen) die horen bij de kaste (stand)14 waartoe iemand door geboorte behoort. De bhakti-yoga (overgaveweg), het zich in devotie en vol vertrouwen overgeven aan een persoonlijke god, die in wezen een verschijningsvorm is van het Brahman.

Boeddhisme

In de 6de eeuw v. Chr. ontdekt Gautama Boeddha (± 560 - ± 480 v. Chr., Boeddha = “Verlichte”, een eretitel) een andere weg om te ontkomen aan de samsara en het karma. Hierdoor stelt hij zich buiten het hindoe’isme en wordt hij de stichter van het boeddhisme. De leer van Boeddha omvat de “vier heilige waarheden”:

1. leven is lijden;

2. lijden ontstaat uit gebondenheid aan het leven door de begeerte (naar plezier, leven, vergankelijke dingen, enz.);

3. opheffing van het lijden wordt bereikt door het uitdoven van de begeerte;

4. het uitdoven van de begeerte wordt bereikt door het “heilige achtvoudige pad” te gaan, het pad van de juiste zienswijzen, de juiste bedoelingen, het juiste spreken, het juiste gedrag, de juiste wijze om in het levensonderhoud te voorzien en de juiste concentratie. Wie erin slaagt langs dit pad zich los te maken van al zijn begeerten - mogelijk pas na vele re’incarnaties! - bereikt de toestand van nirvana (het uitwaaien), de toestand van onbewogen rust.

Het boeddhisme vergt het leven in een klooster. Wie toetreedt tot een monniken- of nonnenklooster legt de volgende geloofsbelijdenis af: “Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha; tot de leer; tot de kloostergemeenschap”15. Toetreding van volwassenen geschiedt vaak pas nadat ze “wereldlijk” geleefd hebben, getrouwd zijn, kinderen gekregen hebben. Ouders laten soms jonge kinderen opnemen in een klooster.

Het oorspronkelijke boeddhisme is in feite een religie zonder godheid. Maar in de loop van de geschiedenis is de Boeddha zelf steeds meer tot een soort god verheven. De Boeddha is vergeestelijkt tot de in alle mensen aanwezige diepste kern, de Boeddhanatuur. Wie de verlichting bereikt heeft, heeft het contact met de Boeddha-natuur weer hersteld en krijgt deel aan de ene, kosmische Boeddha-natuur.

Het boeddhisme kent vele her- en vervormingen. Het is niet mogelijk daar op in te gaan, het is niet nodig omdat het boeddhisme in Nederland slechts weinig aanhangers heeft. Wel is er van het boeddhistische gedachtengoed invloed uitgegaan op het denken van Schopenhauer en andere filosofen, op de leer van de theosofie, de antroposofie en de rozenkruisers.

1. Ons jaar 2000 is volgens de joodse kalender het jaar 5760, volgens de islamitische het jaar 1421.

2. Daartoe behoort iedereen, die uit een joodse moeder (en grootmoeder) geboren is. Paulus had geen bezwaar de gelovige Timotheüs te besnijden. (Hand. 16: 3, vgl. I Tim. 1:2, 18). Voor de christen-joden is de doop niet in de plaats van, maar naast de besnijdenis gekomen. De onderhouding van de wet door Messias belijdende Joden is eveneens niet in strijd met de rechtvaardiging door het geloof (Hand. 21: 19-26).

3. Een testament is een eenzijdige wilsbeschikking van een erflater dat pas effectief wordt door diens dood. Over een contract kan onderhandeld worden; het wordt pas effectief als de onderhandelende partijen hun wederzijds vastgelegde verplichtingen aanvaarden.

4. Het eerste verbond dat in het Oude Testament genoemd wordt is het verbond van God met Noach en alle levende wezens, die bij hem zijn. Het teken van dit verbond is de regenboog (Gen. 9 :8-17). Dit verbond geidt alle mensen en alle levende wezens. Het tweede verbond is het verbond met Abraham, bezegeld tot in eeuwigheid door de besnijdenis, op de achtste dag na de geboorte toe te dienen aan elk kind van het mannelijk geslacht, uit Abraham gesproten. Het derde verbond is het tot in eeuwigheid geldende verbond van de Sinai, waarin de HERE zijn wetten, rechten en verordeningen gaf aan Israël, zijn eigendomsvolk, dat Hij uit alle volken heeft uitverkoren om zijn volk te zijn. Het vierde verbond is het verbond met David, de koning, waarin tot in eeuwigheid het koningschap over Israël aan David en zijn huis wordt toegezegd. De richtingen in het jodendom beleven het verbond op zeer verschillende manieren.

5. Over de aard en inhoud van het geloof in Jezus Christus bestaan fundamentele verschillen tussen de diverse Stromingen binnen het Christendom.

6. De shahada (geloofsbelijdenis): “lk getuig dat er geen andere God is dan Allah en dat Mohammed zijn gezant is”. De salaat (het bidden, vijf keer per dag), in de richting van Mekka, na rituele wassingen. De zakaat (het uitdelen van aalmoezen), nu een verplichte religieuze belasting ten behoeve van de armen, mede bestemd voor het onderhoud van de moskee en de dienaren van de islam (de voorgangers, imams). De Ramadan (de religieuze vastentijd in de negende maand, ramadan, van het islamitische jaar). De had] (pelgrimstocht naar Mekka, indien mogelijk tenminste één keer in zijn of haar leven af te leggen door elke moslim. Verder: het zich onthouden van varkensvlees, van bloed, van alcohol en het berekenen van rente; het ritueel slachten van de dieren.

7. Daarom is het feitelijk onmogelijk te spreken over het jodendom, het Christendom, de islam. In deze schets is geen ruimte om nader op de verschillende richtingen in te gaan.

8. Veda betekent letterlijk: weten. De vier Veda’s zijn verzamelingen van hymnen, strafen, spreuken en (magische) formules voor gebruik bij het offerritueel.

9. Oepanisjade betekent: het neerzitten van de leerling bij de leermeester. De Oepanisjaden bevatten de leer van het hindoe?sme. De Veda’s en de Oepanisjades worden beschouwd als van bovenmenselijke oorsprong.

10. Het Mahabharata (= Groot Verhaal) bevat het heldengedicht (in ± 200.000 verzen!) van de nakomelingen van koning Bharata. Het bekendste onderdeel is de Bhagavadgita (= Het lied van de Heer) waarin het wezen van God, de wereld en de ziel wordt uitgelegd door Sri (= Heer) Krishna (een incamatie van de god Visjnoe) aan de held Ardjoena.

11. Het Ramajana (= Lotgevallen van Rama) vertelt de legende van de koningszoon Rama die, met behulp van apen, zijn door de demon Ravana geroofde echtgenote Sita bevrijdt.

12. Een goed karma bewerkt re?ncarnatie als lid van een hogere stand of als god; een siecht karma doet als paria, dier of hellewezen reïncarneren.

13. Enige ook in ons land bekend geworden en aangehangen goeroes: Bhagwan, Maharisji Mahesj Yogi met zijn transcendente meditatie, Maharadj Dji van de Divine-Light-beweging. Ook zijn er velen die onder leiding van een goeroe yoga beoefenen, soms uitsluitend als ontspanningstechniek, soms om bijzondere (religieuze) ervaringen op te doen.

14. Oorspronkelijk waren er 4 standen: de stand van de priesters, de ridders, de landbouwers en handelaars, de dienstbaren. Later ontstond een groot aantal standen. De kastelozen, de paria’s (onaan-raakbaren), zijn nu vaak aanhangers van het boeddhisme of het Christendom geworden, die beiden het kastenstelsel verwerpen.

15. Het wiel met 8 spaken symboliseert de leer; de drietand is symbool voor de geloofsbelijdenis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.