+ Meer informatie

OP DE WACHTTOREN

7 minuten leestijd

Israël en de wereldgeschiedenis.

Een schok ging er door heel de wereld toen het bericht doorkwam van de oorlog tussen Israël en de Arabische landen. De naam Israël wordt op eenmaal overal genoemd, ieder is ook verbaasd, dat een klein land, met ongeveer twee millioen inwoners, zich zó verzetten kan tegen een veelheid van Arabische landen, met een inwonertal van 50 millioen inwoners. Israël blijkt ook nu een wondervolk te zijn! Terecht heeft eens iemand gezegd dat Israël is: Gods wonderteken in heel de wereldgeschiedenis. In heel de wereldgeschiedenis zien wij de lijn, die de richting aangeeft tot de komst van het Koninkrijk Gods, en dat is: éérst het vleselijk Israël, daarna het geestelijk Israël, en tenslotte de saambundeling van beiden tot de éne kudde onder de ene Herder Israëls.

’t Is van betekenis bij de gang der wereldgeschiedenis niet alleen te letten op het geestelijk Israël, maar ook op het vleselijk Israël. Gods raad moet eerst met het vleselijk Israël ten einde worden gebracht, en daarna zal pas het einde der wereld kunnen komen. In dit licht is ook van betekenis de strijd, die thans weer is uitgebroken. Ook nu zien wij weer in vervulling gaan wat staat in Zacharia 12: 3: „En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastige steen alle volken”.

Dit woord is vervuld in het verleden. Dit woord gaat in vervulling ook in het heden. De achtergronden van deze strijd liggen dieper dan dat wij mensen ze vaak zien.

Gods raad moet in Israël vervuld worden, en dan zien wij achter al dat woelen der volkeren, de oude haat van Ismaël tegen Izak, van Ezau tegen Jacob; kortom dan zien wij achter al die strijd, de eigenlijke strijd van het rijk der duisternis tegen het rijk des lichts. Die strijd komt trouwens tot openbaring alle eeuwen door, ook bij het geestelijk Israel. Is de kerk in het verleden dan niet vervolgd? Wordt de kerk in het heden dan niet vervolgd? Denk eens aan Spanje, aan Hongarije, aan al die landen achter het ijzeren gordijn! Geldt dan ook thans niet het woord der Schrift, dat allen die godzalig willen leven vervolgd zullen worden? Komt dat niet openbaar zelfs in de kerk zelf, en dan op de fabriek, op het kantoor, in de werkplaats?

Israël, én in vleselijke zin, én in geestelijke zin, blijft een lastige steen alle volken. In de wereld - zo geldt voor heel de kerk - zult gij verdrukking hebben! En naarmate de toekomst des Heeren genaakt, zal ook in vervulling gaan: gij zult gehaat worden door alle volken! Straks zal het niet meer zijn een oorlog van volk tegen volk, maar een oorlog van alle volken tegen de kerk! Het oorlogsdoel zal straks niet meer zijn het bevredigen van territoriale wensen of de beëindiging van een bepaald regiem, maar zeer bepaald de vernietiging der kerk! Dan zal ook in vervulling gaan wat we lezen in Openb. 20 : 7-9a: „En wanneer de duizend jaren zullen geëindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis ontbonden worden. En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, de Gog en de Magog, om hen te vergaderen tot de krijg, welker getal is als het zand aan de zee. En ze zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaatsen der heiligen, en de geliefde stad”. Dan vooral zal blijken dat Jeruzalem is een lastige steen alle volken.

Israël en de verkiezing.

Door heel de wereldgeschiedenis heen heeft Israël een zware lijdensweg moeten gaan. Onder het Oude Testament zien wij zelfs het lijden van Christus in dat volk gesymboliseerd! De Christus der belofte werd in dat volk gevonden! Vandaar dat lijden, vandaar het bedoelen der volken Israël uit te roeien. De belofte Gods mocht niet worden vervuld. O zeker, Israël heeft ook veel moeten lijden om eigenzonden. Denk maar aan de Babylonische ballingschap. Denk maar aan de ballingschap over heel de aarde. Maar tot op de dag van vandaag geldt toch het woord: „want de Heere zal Sion nog troosten en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen”. Daar ligt een band, die van Gods kant onverbreekbaar is, en dat is de band der verkiezing! Vandaar dat de apostel Paulus zegt: „Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre”. „Alzo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel, naar de verkiezing der genade”.

In deze verkiezende liefde Gods, ligt dan ook Israëls geestelijke toekomst.

Ezechiël 37 bevat in dit verband een rijke profetie.

„Ziet!” zo zegt de Heere, „Ik zal uw graven openen, en zal u uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israëls”.

Is deze belofte vervuld bij de terugkeer uit Babel, deze belofte zal ook vervuld worden bij de terugkeer uit het Babel der wereld!

Van betekenis is in dit verband dat Israël weer in eigen land zich heeft verzameld. Dat de zelfstandige staat Israël is uitgeroepen. Dat de oude taal, het Hebreeuws, weer nieuw leven is in geblazen. Hoe heeft ons dat verwonderd, toen wij vorig jaar in Israël zijn geweest. Gods bemoeienissen met Israël hebben wij daar duidelijk ontdekt.

Geven wij daarom acht op wat er thans gebeurt. Welke menselijke factoren in deze oorlog ook een rol mogen spelen, deze oorlog vloeit ook voort uit de raad Gods. Toen Zacharia zijn laatste nachtgezicht ontving, zag hij vier wagens die uitgingen van tussen twee bergen, en die bergen waren bergen van koper. Die koperen bergen willen ons herinneren aan de vastheid van Gods eeuwige raad. Mijn raad zal bestaan, zegt de Heere, j en Ik zal al mijn welbehagen doen!

Israël en de toekomst.

Hoe de strijd zal aflopen is ons onbekend. Opvallend zijn voorlopig de snelle overwinningen van een klein volk. Is door alle eeuwen heen bevestigd, dat Jeruzalem een lastige steen zou zijn voor alle volken, ’t is ook door alle eeuwen heen bevestigd: „allen, die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden”, d.w.z. alleen die deze steen denken weg te kunnen werken, zullen zich aan deze steen vertillen, en zelf gedood worden! Denk maar eens aan al die volken, die zich aan deze steen vertild hebben.

Het oude Egypte heeft zich aan deze steen vertild, Babel heeft zich aan deze steen vertild, en het tegenwoordige Egypte zal zich ook aan deze steen vertillen.

Zullen al de volkeren der aarde zich eenmaal op deze steen, het vleselijk en geestelijk Israël werpen, zij zullen allen gedood worden, en Dan lees ik weer wat staat in Openb. 20: 9b en 10: „En er kwam vuur neder van God uit de hemel, en heeft hen verslonden. En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel des vuurs en sulfer, alwaar het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid”. De verzekering daarvan vinden wij in het woord der Schrift: Ziet, Ik leg in Sion een uitersten hoeksteen, Die uitverkoren en dierbaar is, en Die in Hem gelooft zal niet beschaamd worden.

Dit alleen garandeert de toekomst ook van het vleselijk Israël, het geloof namelijk in de Messias, door de bouwlieden wel verworpen, maar door God ten hoofd des hoeks gelegd. Bidden wij daarom niet alleen om Israëls nationaal herstel, maar vooral om Israëls geestelijk herstel. Dat het deksel van het aangezicht en van het hart worde weggenomen, en in vereniging met het geestelijk Israël de belijdenis moge beleven: En onze Koning is van Israëls God gegeven. Deze Koning hebben wij gemeenschappelijk lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.