+ Meer informatie

Kerstpoëzie en andere gedichten

Nieuwe bundels en bloemlezingen van christelijke dichters: het pastorale vers wint nog steeds terrein

16 minuten leestijd

We schenken hier vandaag aandacht aan Kerst in de literatuur. Dat er veel waardevolle nieuwe kerstpoëzie verschijnt, is uit het aanbod niet af te lezen. Wel komen er 'algemene' christelijke poëziebundels uit waarin soms kerstverzen staan, maar een rijke oogst is het niet. Een kerstbloemlezing en, in alfabetische volgorde, een aantal bundels bekijken we. Ze hebben gemeen dat de auteurs christelijk zijn, hoe verschillend ook, van ds. C. J. Meeuse en ds. Jaap Zijlstra tot W. A. P. Smit, Lanerta, Co 't Hart en Klaas de Jong Ozn.

"Zachtjes zing ik met de nacht" is "Een bloemlezing gedichten over kerstmis", voor uitg. Kwadraat samengesteld door Hans Heesen (96 blz., 1 illustr., prijs 16,90 gld). Op omslag en titelpagina zijn 'kerstwerken' van Rembrandt afgebeeld, zoals "De aanbidding der Wijzen" en "De boodschap van de engel aan Maria".

Niet „fijn-christelijk"

In een badinerend voorwoord (over dichtende gehuwde dames als Jo KalmijnSpierenburg en over „de Geest van Kerstmis" die hem hielp bij z'n werk) maakt Heesen duidelijk dat de keuze eindeloos was. Hij beperkt zich tot de laatste honderd jaar, maar moest gedichten van Louis de Bourbon en Theo Joekes laten liggen. Alfabetisch, van Bertus Aafjes tot Ad Zuiderent —met daartussen groten en minder groten: Anton van Duinkerken, Martinus Nijhoff, A. Roland Holst, Kees Stip of Willem Wilmink— worden veel gedichten afgedrukt, mooie en onbenullige.

Een christelijke bundel werd het niet, „want zonder wroeging besloot ik, ook voor het fijn-christelijke oeuvre mijn ogen te sluiten", zo heet het. Ik neem aan dat daarmee vooral de pastorale dichteressen bedoeld zijn. Nel Benschop of Co 't Hart, Mies Vreugdenhil of Enny IJskes-Kooger tref ik hier niet aan. Wel "Kerstmis" en "Maria" van Gerrit Achterberg, "1983 na Christus" van J. Bernlef, "Kerstcadeautjes kopen" van Simon Carmiggelt, "Jozef waakt" van Han G. Hoekstra en "Het kerstmaal" van Ed. Hoornik. Christen-dichters als Muus Jacobse en Anton Ent worden afgewisseld met Elisabeth Eybers, J. H. Leopold en Ivo de Wijs. Een paar Vlamingen, zoals Karel van de Woestijne en Paul Snoek, kregen ook een plaats in deze bloemlezing, waarvan de keuze mij niet altijd kon bekoren.

Voordraag-bijbelteksten

In de hierna te noemen pastorale bundels (vrome verzen zonder literaire pretenties) komt soms ook Kerst aan bod. We beginnen met gemakkelijk voor te dragen bijbelse teksten: "Rond één akkoord" door Lenze L. Bouwers, die anders nogal literaire poëzie wil schrijven. Deze "Teksten om te horen" uit het Oude en Nieuwe Testament heten "Scheppingswoorden ", "Bidder Jona", "Zendingslied", "Geloofsvertrouwen" en zijn gebeden voor bid- en dankdag en morgen en avond.

Herderszang

De duisternis schijnt dieper dan tevoren
nu 't helder hemellicht weer weggenomen is.
Nóg klinkt de blijde boodschap in mijn oren,
dat Christus ook voor mij gekomen is.

Eerbiedig wil ik Hem mijn gaven wijden;
ik kniel verwonderd in de beestenstal
en vraag, geroerd door innig medelijden:
Waarom die armoe voor de Heerser van 't heelal?

Dan blijkt, hoe duister na ontvangen licht
gedachten, die van binnen rijpen, zijn.

Daar leer ik van het stemmeloze Wicht:
Beween Mij niet, want ik ben goed en rein,
maar zie uw grote zonden in 't gezicht,
die oorzaak van Mijn bitter lijden zijn!

• Sonnet "Herderszang" uit de bundel "Er staat nog koren op het land" van ds. C.J. Meeuse.

Bij sommige staat de bijbelpassage en te gebruiken melodie vermeld. Dat is niet het geval bij "Kerstfeest", dat begint met: „Het was zo ver na Eden:/ verachte herders in een dal;/ het lijkt zo'n ver verleden:/ de kroonprins in een beestenstal". Voor wie Bouwers anders een te 'moeilijk' christelijk dichter vond, kan ik déze bundel wel aanraden (Kok- Voorhoeve, 43 blz., 11,50 gld.).

Hooglied

"Het Hooglied een geschenk" van Lies Boven-Boonstra is een mooi, gebonden boekje, verlucht door Sybrand Steen (uitg. De Vuurbaak, 40 blz., 15,90 gld.). De fijnzinnige illustraties, op de rechterpagina's met links een gedicht, zijn omrankt door Hooglied-teksten, door Steen in het Nederlands weergegeven, maar in letters die het Hebreeuwse kwadraatschrift nabij komen. Zo is het een fijn geschenkboekje. Dichteres Lies Boven geeft (helaas) het Hooglied weer als een aards liefdeslied, maar heeft ook oog voor de 'schaduwzijden': worsteling, alleen-gaan, weduwnaarzijn, een verlaten vrouw, gehandicaptzijn. Gevoelig vond ik het sonnet "Bejaard echtpaar". Literaire pretenties hebben deze verzen niet.

Dat geldt ook voor "Dicht bij het Licht" van Johanna W. van Eelen (uitg. Kok, 48 blz., 10,90 gld.). Het is haar derde bundel; verzen van geloof èn twijfel, van Godsvertrouwen èn zwakte. Eén inspiratiebron is haar mongoloïde broer met zijn kinderlijk geloven. "Vakantie in een klooster", "In een restaurant" en andere verzen —meer goed bedoelde rijmen dan poëzie— zijn aan hem gewijd.

Co 't Hart en Kerst

Ook de rk-eredienst laat de dichteres niet los: "Een kijkje bij de paters" en "Gethesemané (Beeldengroep)" wijzen erop. De verdeeldheid der kerken wordt in "Eén" en in "In de kerk van..." gehekeld. Naast bijbelse verzen komen we ook "Het vrouwtje van Putten", "Een witte pauw", "Antiekbeurs" en de natuur (bos, vogels) tegen. In "Na de Kerstdagen..." ziet de dichteres reeds Golgotha: „God zet na Bethlehem geen punt,/ Omdat Hij ons nog zoveel gunt./ (...) Wie stil blijft staan bij 'Stille Nacht',/ Hoort nooit het woord 'Het is volbracht!'".

De veelgelezen Co 't Hart is aan haar twaalfde pastorale bundel toe: "Nooit zal het donker winnen" (Kok-Voorhoeve, 48 blz., 11,90 gld.) en bij haar vinden we "Kerstgedachten", "Kerstbestemming" en erna "Oudejaarsavond". Het eerste begint zó: „Je hebt een Kerstplaat opgezet,/ hoort een bekend refrein./ Het lijkt alsof het engelenlied,/ opnieuw je gids wil zijn". Maar het eindigt met: „Straks vier je Kerst als Sinterklaas,/ de Kerstplaat draait wel door./ en jij bent blij met elk geschenk,/ weet niet wat je verloor...".

Op de wijs van "Hoe zal ik U ontvangen" schreef ze het kerstlied "Uw licht schijnt in mijn nacht". Naast bekende thema's als kerkgang en -verlating of Pinksteren in de kerk dicht Co ook over Dodenherdenking, chemotherapie (drie gedichten), over christelijke schrijvers en bij aquarellen van Arie Boers en van Ingrid Walpot. Qua produktie lijkt Co 't Hart Nel Benschop nog in te halen. Maar waarom let de uitgever niet beter op stijl- en zetfouten? Dat geldt niet alleen 't Hart: ook andere bundels bevatten simpel te vermijden fouten!

Zwakke taal

Ook van C. Houterman-Verrijzer is er een nieuwe bundel, haar zesde: "Vergeef ons. Heer!" (in eigen beheer uitgave van Pieters, 48 blz., 9,90 gld.). Het titelgedicht begint zó: „God schiep de hemel en de aarde,/ het licht, de dieren en de mens./ Dit alles was van hoge waarde,/ God noemde 't goed, 't was naar Zijn wens". De verzen zijn geïnspireerd door de erboven afgedrukte bijbelteksten. Bij "Kerstmis en daarna" is dat Matthéüs 28 VS. 20. De eerste strofe zet de toon: „Als de boom niet meer zal branden,/ als de kaarsen zijn gedoofd,/ vouwen wij dan nog de handen?/ Wordt Gods naam dan nog geloofd?"

Ik vraag me bij al zulke goedbedoelde rijmen —echt niet alleen van déze schrijfster!— soms ontmoedigd af: wordt Gods Naam zó wèl geloofd? Houterman wil wel 'bij' blijven, dus ze rijmt ook over euthanasie, aids, incest en 4 mei. Maar het zijn zulke voorspelbare versjes, zo weinig oorspronkelijk. Doen deze dichteressen er wel moeite voor om God zo vaardig mogelijk te prijzen? Maken ze zich het niet al te gemakkelijk, omdat de bedoeling goed is en de lezeressen het kritiekloos mooi vinden? Waar is de worsteling met de taal?

En waarom zijn die uitgevers zo gewillig en onkritisch. Hen is dit zwaarder . aan te rekenen: zij slaan geld uit produkten van soms inferieure kwaliteit, die zó niet zonder meer op de markt hadden mogen komen. Wat moet ik met regels als "Veilige seks, vrij met condoom,/ wordt naarstig nu gepropageerd./ Men houdt de ziekte dan in toom,/ zo wordt met stelligheid beweerd" in het gedicht "Aids" van Houterman, waar dan als tekst Prediker 12 vs. 13 boven staat.

Muziek, mens en tijd

"Cantus Firmus" van Klaas de Jong Ozn. is wèl een bundel met literaire aspiraties. De auteur — CDA-oud-staatssecretaris van onderwijs, voorman van de Unie School en Evangelie, organist, vader van schrijver Oek de Jong— trad als dichter eerder naar buiten met zijn laat debuut "Even ritselt het papier". Nu dan zijn tweede bundel (uitg. Kok, 47 blz., 14,90 gld.). "Cantus Firmus" is een muziekterm: een melodie, ontleend aan een ander werk, waarboven of waaromheen dan een nieuw, meerstemmig muziekstuk wordt gecomponeerd.

De Jong wil volgens de uitgever twee lijnen over het zijn als mens verwoorden: het zijn in de tijd en realiteit èn het positie kiezen tussen het aardse en bovenaardse. Dit gewichtige gepraat betekent gewoon dat tijd èn eeuwigheid aan bod komen en dat is voor elk christelijk dichter onontkoombaar, lijkt mij.

Het titelgedicht en "Op muziek gezet" vind ik tamelijk centraal voor De Jongs denken: verborgen tussen letters blijf je ver van de waarheid vandaan; je ziet zelfs de Onzienlijke niet. Maar nu, op muziek gezet en gezongen wordend, komt de ik-figuur dichter bij de werkelijkheid. Wie "Een wachtende kerk", "Na de zondvloed" of "Zou alles anders zijn?" tot zich laat doordringen, ziet het grote verschil tussen christelijke poëzie die worstelt met taal en beelden èn het snel opgeschreven pastorale vers. Hoe ver zijn De Jongs "24 december" en "Advent" verwijderd van de boven vermelde 'gemakkelijke' kerstversjes! Heel sterk vind ik ook zijn cyclus van elf verzen, "Op reis". Alleen moet neerlandicus De Jong niet zo onlogisch leestekens hanteren!

24 december

Dit is de laatste dag
dat ik nog dromen kan
en koesteren de verwachting van mijn hart.

Maar nu al weet ik dat
als alles is voorbij gegaan
de leegte achter blijft en
de ontluistering.

Wie wil niet sterven
in de tijd van advent
als het laatste zien
een uitzien is
het laatste weten
een ongeschonden verwachting?

• Het gedicht "24 december" uit de tweede bundel van Klaas de Jong Ozn., "Cantus Firmus".

Lanerta's versjes

"Lanerta" (omzetting van Ter Laan) is bekend door haar verzen in Eilandennieuws. De Vriend van Oud en Jong, Gereformeerd Kerkblad en de Honingdroppels-scheurkalender. Lanerta (mevr. Buth-Ter Laan, geb. in 1906 in Bedum) woonde in Ned. Indië, zat in een Jappenkamp en haar man stierf aan de Burmaspoorweg. Ze hertrouwde, woonde in Dirksland en nu in Bilthoven. Ze schreef veel eenvoudige rijmen. Nu kwam haar vierde bundel uit, "Zo ik niet had geloofd", met aardige tekeningen van A. K. Vogelaar en op de omslag de dorpskerk van Dirksland. Het boekje (68 blz., 15,90 gld.) is een uitgave van boekhandel C. van Koppen in Ouddorp, die ook haar "Alles wat adem heeft" uitbracht.

Ook dit zijn vertrouwde verzen over de feesten, het geloof en zijn problemen ("Ik geloof in God de Vader", "Geloofsvlucht"), Biddag en de natuur ("Zomer", "Wintermorgen", "Forsythia"). Voor Kerst noem ik "Advent", "Alzo liefhad God de wereld...", "Naar Bethlehem", "Kerstklokken" en "De herders" („'t Is stil, het is nacht/ ze houden de wacht/ in 't open veld bij de schapen./ De kleinen van kracht/ door de mensen veracht,/ maar door God in Zijn liefde geschapen (...)". Dat 'klein van kracht' gaat voor die robuuste kerels wellicht niet op.

Dichter-dominees

'Dominees-poëzie': in de vorige eeuw was ze wijd verbreid (van Beets en Ten Kate tot Laurillard en De Génestet) en critici als Cornells Paradijs (Frederik van Eeden) hadden er weinig goede woorden voor. Ook nu zijn er die deze verzen bij voorbaat als vrome praat ter zijde leggen. Toch zijn ook nu veel dichters predikant: Guillaume van der Graft, Jan Wit, Jaap Zijlstra, Okke Jager en anderen. Men kan hen niet op één lijn stellen met dè predikant-dichters der Reformatie, zoals Jac. Revius en Willem Sluyter. Is er nu met ds. C. J. Meeuse, predikant van de gereformeerde gemeente van Rotterdam-Zuid, een nieuwe Revius opgestaan?

Bij Den Hertog verscheen zijn poëziedebuut "Er staat nog koren op het land" (71 blz., 9,75 gld.), niet onder schuilnaam of als Kees Meeuse, maar bewust als „Ds. C. J. Meeuse". Als zodanig moeten zijn verzen beoordeeld worden, niet van een dominee en oud-onderwijzer die daarnaast ook debuterend poëet is. Meeuse wil, vermoed ik, met deze bundel het goede christelijke vers verbreiden en zo als het ware preken op rijm. Als dat de opzet was, is die zeker geslaagd.

Taal en theologie

De inzet van Meeuse is groot en het zou me niet verbazen als hij binnenkort ook kinderboeken zou publiceren. Want hij heeft recent forse kritiek geleverd op (onder meer) deze krant, omdat daarin boeken als de "Kameleon"-serie en "Dik Trom" niet voldoende kritisch- afwijzend werden besproken. Meeuse noemt zulke lectuur God-loos en daarom goddeloos en onaanvaardbaar. Maar hij laat het veelal niet bij die kritiek, zoals hij het afwijzen van bepaalde kinderbijbels wèl vergezelde met een omvangrijk eigen produkt, "Vertellingen bij de Bijbel".

Zo lijkt me zijn "Er staat nog koren op het land" ook een antwoord op de zo 'vrome', zoetelijke en al te gemakkelijk Jezus aanvaardende pastorale poëzie. Men kan hem een reformatorische Nel Benschop noemen. Wie zijn kerstverzen —zoals "Zacharias", "Elizabet", "De engelenzang", "De boodschap van de herders" en "Herderszang"— naast verzen van Benschop, IJskes of Co 't Hart legt, ziet de grote verschillen. In "Herderszang" heet het onder meer: "Daar leer ik van het stemmeloze Wicht:/ Beween Mij niet, want ik ben goed en rein,/ maar zie uw grote zonden in 't gezicht,/ die oorzaak van Mijn bitter lijden zijn!"

De dichter-dominee heeft soms een voorkeur voor wat archaïsch taalgebruik, maar over het algemeen schrijft hij helder en taalkundig verantwoord. Over het theologisch gehalte van de bundel zal elders wel het nodige gezegd worden. De auteur laat ons niet in het ongewisse over de plaats waar hij in dat opzicht wil staan: er is bij hem geen sprake van 'goedkoop' rijmen over allemaal vanzelfsprekende schaapjes van de Goede Herder; integendeel.

Marnix en Smit

Meeuse waagt zich in deze verzen ook aan de dialoog voor twee personen: een samenspraak "De zaaier" bij het vertrek van een predikant naar elders. Ook levert hij van enkele Psalmen (o.a. 1, 8,17,19,22,25 en 42) een nieuwe berijming, waarbij hij teruggrijpt op de (helaas nooit in de kerk ingeburgerde) berijming van Mamix van St. Aldegonde, die kwalitatief een stuk beter was dan de toen wèl ingevoerde tekst van Petrus Datheen. De dichter schuwt ook de actualiteit niet, met verzen in strakke vormen —vaak sonnetten— over zaken als abortus, polio, zending op Irian, Reformatie-herdenking, lijden en sterven en zo meer. Maar de meeste thema's zijn wel rechtstreeks aan de Schrift ontleend. Dat laatste is ook het geval met de cyclus "Feesten van 't jaar" in de gelijknamige bundel van de vroegere Utrechtse hoogleraar Nederlands W. A. P. Smit. Hans Werkman stelde uit Smits poëzie de bundel "Feesten van 't jaar en andere gedichten" samen (uitg. Kok, 85 blz., enkele foto's, 18,50 gld.). In een uitvoerige inleiding schetst hij leven en werk van Smit en de plaats en betekenis van zijn christelijk dichterschap. "Feesten van 't jaar" was in 1927 het debuut van deze dichter uit de kring der Jong-Protestanten.

Smits uit drie gedichten bestaande "Kerstfeest" reken ik graag tot de betere kerstpoëzie: wat naïef en kerstkaartachtig, maar ook: „O God —wie kent als Gij de schuld,/ die vredig hier te slapen ligt—/ terwijl-Uw vlammend ongeduld/ staat dreigend over ons gericht?" In "Feesten" dicht Smit over Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. In de "andere gedichten" nam Werkman onder meer zijn aangrijpende "Christi Adventus" op en "Van de kennisse Gods", "Ruth", het sterke "Verloren vader" en fragmenten uit Smits "Masscheroen" (uit 1941, goede verzetspoëzie), "Dagboek onder het kruis" en "Stede-troost". Kerst is geen Sinterklaas, maar dit boek zal ik als geschenk graag aanbevelen.

Nel Veermans bundels

De bundel "Stenen in een meer" van Nel Veerman is als dié van Smit een keuze van Hans Werkman. De 82-jarige dichteres debuteerde rond haar 50e en toen ze 80 werd kwam haar vijfde bundel uit. Dat waren in totaal 181 verzen en daaruit koos Werkman er 46 voor deze bloemlezing. Haar ontwikkeling voerde van het vormvaste naar het vrije vers, al bleef het rijm van belang. Haar thema's kind, vrouw en kunst kwamen vooral in haar twee eerste bundels voor. De natuur (met name bomen), het geloof en liefhebben en lijden zijn in alle bundels aanwezig, maar niet als 'christelijke versjes' en als 'zomer- en winterplaatjes'. Wie haar poëzie legt naast die van tijdgenote Lanerta, ziet het verschil tussen versjes maken en gedichten schrijven, al noemde criticus C. Rijnsdorp Nel Veerman een „edele dilettante" met een „middenstand des geestes". Dat lijkt mij wat zuinig getypeerd. Ze is geen Ida Gerhardt, maar niet de minste onder de dichtende dames van onze tijd. Haar "Er schijnt een ster", "Engelen in de Kerstnacht", het indringende "De , vis", maar ook "Kanipereiland", "Het afscheid van de oude boer", het scherpe "Dorpskerk" („De grote keel van de gemeente/ zingt van rijen ver achter mij af/ met de machtige stem van een massagraf:/ geloofd zij God met diepst ontzag(...)" en zoveel andere gedichten tonen een waarachtig en gaaf dichterschap.

Ziekbed-ervaringen

"Uit het grensgebied" van Hanna Visser bevat "Gedachten en gedichten". Aan deze uitgave van Merweboek (40 blz., 11,90 gld.) liggen haar ernstige ziekenhuiservaringen ten grondslag. Ze overleefde twee dodelijke crises en kreeg haar eigen "paaservaring". Daarover schrijft ze en over bijbelse zieken zoals Naaman, de Kananese vrouw, de lamme in Bethesda, de tien melaatsen en de jongeling van Naïn. Daarnaast zijn er verzen als "Sara's paaslied", over Ikondominee "Ds. Klamer" („Ik weet: hij is bij God"), de zieke joodse jongen Yariv.

Maar de kern van de bundel zijn haar eigen ervaringen: "Spoedoperatie", "Afscheid", „Na de operaties", "Begrafenis" („'k Ben op mijn begrafenis/ en loop verwonderd rond./ Waarom al die droefenis?/ Ik ben nog boven grond (...)", "Lopen op de gang", "In de kerk" en zo meer. Meer gedachten dan gedichten uit het grensgebied van leven en dood. Literair geen hoogstandjes, theologisch soms wat aanvechtbaar, maar een echt en warm 'verslag' van een ziekte en later.

Geliefde jongens

De laatste dichtbundel is van de Amsterdamse dominee en publicist Jaap Zijlstra: "Ik zie je zo graag", (uitg. De Prom, 48 blz., 19,50 gld.). Het is voor een deel (on)verholen liefdespoëzie, die ik op grond van taal en stijl soms wel aardig vind, maar waar ik in ethisch opzicht de grootste moeite mee heb. Zijlstra, die er nu openlijk voor uitkomt dat hij homoseksueel is, wijdt zijn liefde en poëzie in déze bundel uitsluitend aan jonge knapen, een kleine minstreel, een page van wie de dichter graag de ridder wil zijn, aan Sander de lichtmatroos en Kees „de jongen op zijn hoge benen" of de zich 'onbelemmerd' bloot gevende Jan Willem uit Lemmer. Met déze verzen van Zijlstra, die ook mooie andere, christelijke, teksten schreef, weet ik niets aan te vangen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.