+ Meer informatie

Hervormde kerkgang relatief gelijk, maar absoluut afgenomen

Kaski-onderzoeksrapport komt met cijfers over 1988

3 minuten leestijd

LEIDSCHENDAM - Ih de Nederlandse Hervormde kerk blijft de kerkgang procentueel redelijk stabiel; ongeveer 18 à 19 procent van de hervormden komt zondags een keer in de kerk. Dat concluderen hervormde statistici op grond van een onderzoek van het instituut voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek Kaski. Dit instituut heeft de kerk onlangs over haar bevindingen gerapporteerd. Opgenomen zijn onder meer de resultaten van een enquête over de jaren 1985 tot en met 1988, waarop door 903 centrale gemeenten (66 procent) werd gereageerd.

Relatief gezien steeg het aantal kerkgangers zelfs iets. In 1989 bezocht gemiddeld 19 procent de zondagse erediensten; in 1986 lag het gemiddelde 1 procent lager. „Als wordt meegerekend dat de aantallen kerkgangers in 1989 zijn gepercenteerd op de opgaven van de SMRA en de aantallen uit 1986 aan de opgaven van de gemeenten zelf, is de conclusie gerechtvaardigd dat het kerkbezoek in relatieve zin redelijk stabiel is gebleven", aldus het rapport. In absolute zin echter neemt het aantal kerkgangers echter nog steeds af. Die daling houdt echter gelijke tred met de daling van het aantal hervormden.

Drenthe

Het gemiddelde aantal kerkgangers per kerkelijke eenheid ligt het hoogst in de provincies Gelderland, Zuid-Holland, Utrecht en Overijssel. In de kerkprovincies Drenthe, Groningen en Noord-Holland zijn de cijfers het laagst.

De daling is het sterkst in Drenthe. In deze provincie is het aantal kerkgangers op eerste Paasdag twee keer zo hoog als op een gewone zondag. Verder is opmerkelijk dat gemeenten met 5000 tot 10.000 leden relatief hoge kerkbezoekpercentages kennen. Dat geldt met name voor gemeenten in Gelderland en Overijssel.

Een analyse van het aantal avondmaalsgangers in de week voor Pasen bracht een daling van 5,5 procent aan het licht. In 1985 waren er nog 86,5 avondmaalgangers per dienst; in 1989 kwam men tot 81.

Catechisatiebezoek

Het Kaski-rapport maakt verder duidelijk dat het aandeel vrouwen onder de ambtsdragers opnieuw is toegenomen. Bijna 30 procent van de mensen in de kerkeraadsbank blijkt nu vrouw te zijn. In 1980 was dit 22 procent.

Verder werd een daling geconstateerd voor wat betreft de deelname aan zondagsschool, kinderkerk, catechisatie en kringen. In 1988 namen per kerkelijke eenheid 37,2 jongeren deel aan zondagsschool en kinderkerk. In 1980 waren dat er 58.

Het aantal catechisanten nam in dezelfde perode af van 45,7 tot 36,7 procent. Uit de gegevens is echter ook af te leiden dat het aantal bezoekers van gemeenteavonden en interkerkelijke kringen toeneemt.

Inkomsten stijgen

Het aantal nieuwe belijdende leden nam in 1988 toe met 6789 leden en in 1989 met 7054 leden. Het aantal kinderen die werden gedoopt, schommelde in de jaren 1987 tot 1990 rond de 10.000. Daarmee was op 1 januari van dit jaar 17,6 procent van het totaal aantal Nederlanders hervormd, zo berekende de SMRA.

Het percentage hervormden is de laatste twee jaar met een half procent gedaald. Per 1 januari 1990 waren er 800.452 hervormde belijdende leden, 1.071.475 doopleden en 751.487 overige leden.

De leden droegen in 1988 90,14 gulden bij voor het kerkewerk. In 1984 was dit bedrag 85,36 gulden. Voor diaconaal werk hebben hervormden minder over. Voor dit doel werd in 1988 gemiddeld 13,18 gulden gecollecteerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.