+ Meer informatie

Het carillon

1 minuut leestijd

Ik zag de mensen in de straten, hun armoe en Imn grauw gezicht, - toen streek er over de gelaten een luisteren, een deug van licht.

Want hoven in de klokketoren na 't donker-bronzen urenslaan ring over heel de stad te horen de beiaardier te spelen aan.

Valerius: - een statig zingen waarin de zware klok bewoog, doorstrooid van lichter sprot ikelingen, 'Wij slaan het oog tot : Uomhoog.'

En één tussen de naamloos velen, gedrongen aan de huizenkan t stond ik te luist 'ren naar dit spelen dal zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen enflollands licht over de stad, - JVooit heb ik wat ons werd ontnomen zo bitter, bitter liefgehad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.