+ Meer informatie

Werken der noodzakelijkheid

4 minuten leestijd

RONDKIJK

Er zijn in ons land enkele grote Geref. Gemeenten, die een eigen Kerkbode uitgeven. Zo'n éénmaal per week of soms om de veertien dagen verschijnend blaadje, onderhoudt de onderlinge band, vooral in de grote stad. Uw rondkijker snuffelt die Kerkbode's wel eens door — hij moet immers overal zo eens rondkijken — en ontdekte dat in de Kerkbode van de Geref. Gemeenten van Rotterdam, de hoofdredakteur ds. A. Vergunst een rubriek begonnen is, onder de titel: „Zijn er nog vragen." Een heel goed idee, want vragen zijn er altijd en een goed antwoord kan leerzaam zijn. (Tussen twee haakjes: we missen veel aan onze overleden vriend en medewerker, de heer Tj. Molenaar, die de vragen van onze jonge lezers zo kostelijk wist te beantwoorden).

De vraag die vorige week tot hem werd gericht luidt, of het aansteken van elektrisch licht, het gebruik van gas, het openen van de waterkraan enz. niet in strijd komt met de door ons voorgestane en naar het woord van God geboden heiliging van de dag des Heeren. De vraagsteller werd zelf met deze vragen verrast, toen hij iemand waarschuwde in verband met het gebruik van de openbare vervoersmiddelen op de dag des Heeren.

Ds. Vergunst antwoordde daarop als volgt: Het is vanzelfsprekend dat er werkzaamheden zijn, die niemand ongeoorloofd heten zal op de zondag. Wij denken aan het gebruik van de maaltijd en de toebereiding daarvan; wij denken aan het lezen van Gods Woord en stichtelijke boeken enz. Het is duidelijk, dat men tot het bereiden van de maaltijd vuur van node heeft en dat men als men een boek wil lezen des avonds ook licht ontsteken moet. Waar in ons midden elektriciteit en gas schier overal de plaats van kaarsen en kachels ingenomen heeft, is het zonder meer duidelijk, dat wij op de zondag ook van gas en elektriciteit gebruik moeten maken. Dit is zonder meer een noodzakelijkheid. Ik geloof, dat als men in deze maatregelen wil gaan treffen, waardoor dit als ongeoorloofd zou moeten worden beschouwd men werkelijk vervalt in wat terecht genoemd wordt Joods wetticisme. Natuurlijk neem ik de consequenties daarvan in ogenschouw. Om het mogelijk te maken, dat men elektriciteit en gas gebruikt moeten ook op zondag werkzaamheden verricht worden in de centrales en fabrieken, die voor gas en elektra zorgen. Het is ongeveer 12 jaar geleden, dat zich op de Particuliere Synode van onze gemeenten, die te Rotterdam gehouden werd, een man beriep, die in een elektriciteitscentrale een leidinggevende functie bekleedde. Deze man was door de kerkeraad van zijn gemeente deswege gecensureerd en de classis had deze censuur in eerste instantie bekrachtigd. De man gaf echter op de vergadering een nauwkeurige omschrijving van zijn taak. Hij deelde mede, dat door zijn indeling van de arbeid de werkzaamheden tot het uiterste minimum waren beperkt. Onder de leiding van zijn voorgangers in de centrale werden veel meer mensen te werk gesteld. Nu waren het er slechts enkelen, die enige controlewerkzaamheden moesten verrichten. De man bracht naar voren dat indien de synode hem daarom censurabel achtte, men ook de verbruiker van gas en elektra moest censureren, die door het gebruik de arbeid van hem nodig maakte. De synode sprak toen als oordeel uit, dat in de huidige maatschappij zulke arbeid tot de werken der noodzakelijkheid moeten gerekend worden en hief de censuur van deze man op. Ik geloof dat het oordeel van deze synode volkomen terecht was.

Een vergelijking met het gebruik van openbare vervoermiddelen gaat in deze niet op. Niemand kan dit gebruik tot een noodzakelijkheid verklaren. En door gebruik te maken van trams enz. stelt ge de naaste in uw dienst en verbreekt het sabbathgebod.

Het is uiteraard een zeer summiere aanduiding van de problemen aldus ds. Vergunst en de vragen over wat wel en niet mag zijn dikwijls zeer velen. In alles kan men geen vaste lijnen trekken. Het gebod is een heilig gebod en stelt ons altijd voor de schuld, die wij maken.

Wij zijn het inet hem eens dat het bij de meest strikte nauwgezetheid blijft ten aanzien van dit gebod als ten aanzien van alle andere geboden: Schuld met schuld vermeerderen. Indien wij daar werkelijk mee te doen krijgen, leren wij dat onze werken alle onheilig zijn en geen derzelve ooit in Gods behagen, maar dan wordt het ook waar, dat in de kennis van de grote Schulddrager, Die Zich als de Borg der Zijnen gegeven heeft om al hun schuld te betalen, de liefde, ook voor het vierde gebod, zal leren vragen:

Och, of wij Uw gehoon [betrachten, Gei ia, o Hoogste Majesteit, Gun door 't geloof in [Christus' krachten, Om die te doen uit [dankbaa rheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.