+ Meer informatie

TER OVERWEGING

8 minuten leestijd

J.R. Beeke, Geloven in de praktijk. Schetsen van het geloofsleven. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2007,157 blz., € 13,50.

Dr. Beeke is predikant van de Heritage Netherlands Reformed Congregation te Grand Rapids én hoogleraar aan het Puritan Reformed Theological Seminary aldaar. In 2003 hield hij voor een conferentie voor jongeren een viertal lezingen over het thema, in de titel genoemd. Deze verschijnen nu in druk. De bijdragen gaan over kinderlijk geloof (Adam en Eva), zich onderwerpend geloof (de vrouw uit Sunem), volwassen geloof (de Kananese vrouw) en volhardend geloof (Kaleb). Ze worden gelardeerd met veel voorbeelden (dat mag iets minder). Over de inhoud principieel niets dan goeds. Wel is het voor mij de vraag of de uitdrukking ‘alles wel’ van de Sunamitische niet teveel vanuit het ‘van achteraf bekeken’ wordt ingekleurd. Is het in eerste instantie wel zo positief in 2 Kon. 4:26, als je de woorden vergelijkt met vers 27 en 28? Uiteindelijk blijkt inderdaad toch ‘alles wel’ te zijn, maar dát is iets anders!

Ton Vegt (red), Ik moetje iets ergs vertellen. Praktische handreiking voor rouwverwerking bij kinderen en tieners. Uitg. Barnabas Heerenveen 2007,111 blz., € 9,95.

Een boekje om onder handbereik te houden, want de erin aangeroerde zaken komen soms onverwachts. Op een tere én duidelijke manier wordt onder woorden gebracht wat de dood bij kinderen en tieners teweeg kan brengen, en hoe daarop in de kring van het gezin, de kerk, de school enz. op gereageerd kan worden. De eerste hoofdstukken gaan in op algemene vragen rond rouwverwerking, vanaf blz. 73 (ongeveer) komen meer bijbelse thema’s aan de orde. Het is te waarderen dat de medewerkers indringende vragen die juist in dat opzicht kunnen rijzen, niet uit de weg gaan; ik denk dan bijvoorbeeld aan vragen rond het sterven van ongelovigen — wat is hun bestemming (blz. 86). Van groot belang vond ik ook de duidelijkheid over de ‘voorlopigheid’ van deze hemel: het gaat uiteindelijk naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde toe (blz. 84 en 85). Bij de adreslijst zou een verwijzing naar bijvoorbeeld de Besturenraad voor prot. chr. onderwijs van waarde zijn geweest: daar zijn immers ‘draaiboeken’ te krijgen voor het geval dat… belangrijk voor scholen!

S. Janse, De tegenstem van Jezus. Over geweld in het Nieuwe Testament. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2006, 200 blz., € 19,50.

De nieuwtestamenticus dr. S. Janse, predikant in Driebergen, neemt in dit boek een thema op dat vandaag in het brandpunt van de belangstelling staat. Is het godsbeeld van de Bijbel gewelddadig? Of onderscheidt de Bijbel zich in dit opzicht gunstig van de Koran? Voorwaar, een brandend thema in de 21ste eeuw! Niet zelden maakt men een tegenstelling tussen het Oude en het Nieuwe Testament. De God van het OT zou een gewelddadige God zijn, die beveelt volkeren uit te roeien, terwijl in het NT — de Bergrede! — geweldloosheid gepredikt wordt. Dr. Janse wijst dit beeld — terecht m.i. — van de hand. Het is te gemakkelijk. Wel meent hij een tendens tot humanisering waar te nemen in de gang van Gods geschiedenis met Israël. En hoeveel geweld er ook in het NT — tot en met de woorden van Jezus — doorklinkt, nergens worden christenen opgeroepen tot geweld om het geloof in de Messias Jezus te verbreiden of het Koninkrijk van God te realiseren. Dat nu schrijft dr. Janse toe aan ‘de tegenstem van Jezus’.

Het betoog van dr. Janse is niet altijd even helder, en zijn oplossing is wat mij betreft ook niet het verlossende woord, maar de vragen zijn ook weerbarstig. Waardevol is de centrale gedachte van het als appendix toegevoegde artikel van dr. G.G. de Kruijf, die betoogt dat de nieuwtestamentische prediking dat aan Gód de wraak en de vergelding is — mits goed verstaan — geen uitdrukking is van een wreed godsbeeld, dat een vrijbrief of zelfs stimulans voor menselijk geweld is. Het is precies omgekeerd: als Gód rechtspreekt en rechtzet, moeten en kunnen christenen het aan Hem overlaten en de weg van het geweld vermijden.

G. Dekker, De kerk lost niets op. Bonhoeffer over de relatie tussen kerk en wereld. Uitg. Ten Have Kampen 2006, 144 blz., € 14,90.

De godsdienstsocioloog dr. G. Dekker, emeritushoogleraar aan de VU, is gegrepen door Bonhoeffer. Enkele jaren geleden schreef hij al een boek over diens kerkvisie (Het zout der aarde), nu laat hij een vervolg daarop het licht zien. Hij ziet de actuele betekenis van Bonhoeffers gedachten in het onderscheid tussen kerk als vrucht van de verkondiging enerzijds en de kerk als plaatselijke en landelijke organisatie anderzijds. Wie de kritiek van dr. Dekker op het SoW-proces kent, zal begrijpen waarom deze Bonhoeffer hem inspireert. Inspirerend aan Bonhoeffers kerkvisie is voor hem verder dat het de christen midden in de wereld plaatst. Dr. Dekker ziet Bonhoeffer hier dicht bij Abraham Kuyper staan, en betreurt ook dat de Gereformeerde Kerken in de loop van de twintigste eeuw diens onderscheid van de kerk als instituut en de kerk als organisme hebben prijsgegeven. Het geloof is in de visie van dr. Dekker te veel verkerkelijkt geraakt, en van Bonhoeffer kan men leren dat het anders kan en moet.

Gijsbert van den Brink & Elco van Burg (red.), Strijdbaar of lijdzaam? De positie van christenen in het publieke domein. Uitg. Groen Heerenveen 2006, 378 blz., € 19,50.

De reformatorische studentenvereniging CSFR heeft de voortreffelijke gewoonte om bij de eigen lustra bundels uit te brengen, waarbij zij er ook nog in slagen een keur van scribenten aan te trekken. Deze bundel over een actueel thema vormt daarvan een nieuw bewijs. In een eerste cluster bijdragen wordt de plaats van religie in de hedendaagse samenleving verkend. Daarna volgen een drietal ‘peilingen’ van de huidige situatie, o.a. van de filosoof V. Kal en de theoloog H.W. de Knijff, om via een tweetal ‘vergelijkingen — o.a. E.P. Meijering over de vroege kerk — uit te monden in ‘uitzichten’ en ‘scenario’s’. Een waardevolle bundel, vanwege de actuele relevantie, maar ook en vooral omdat hij een aantal goede en principiële artikelen bevat, die blijvende betekenis hebben.

Richard de Brabander (red.), Het uur van de waarheid. Alain Badiou — revolutionair denker. Uitg. Ten Have Kampen 2006, 150 blz., € 16,90.

Alain Badiou is een hedendaags Frans filosoof, wiens ster — nu pas, hij is zeventig jaar oud — rijzende is. Het heeft ermee te maken dat hij zich in zijn werk tegen de postmoderne relativering van het ware keert, en de kritische traditie van de Franse filosofie opnieuw in de discussie inbrengt. Het gaat hem om ‘waarheid’, die aan het licht komt in gebeurtenissen die een kiem van vernieuwing in zich dragen. Ethiek is een kwestie van ‘doorgaan’, van trouw zijn aan de ‘waarheid’, in de vier ‘domeinen’ die de waarheid kent: wetenschap, kunst, politiek en liefde. Deze bundel is bedoeld als een inleiding op zijn werk.

Patrick Nullens, Verlangen naar het goede. Bouwstenen voor een christelijke ethiek. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2006, 317 blz., € 26,50.

Dr. P. Nullens is hoogleraar ethiek en dogmatiek aan o.a. de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven (België). Hij is in 1995 gepromoveerd op een ethisch onderwerp. Dit boek is bedoeld als inleiding in de christelijke ethiek. Dr. Nullens geeft eerst een omschrijving van moraal en (christelijke) ethiek, om in een tweede hoofdstuk de huidige ‘morele crisis’ als uitdaging te presenteren. Vervolgens loopt hij een aantal belangrijke ethische stelsels langs, om vandaar naar de eigen bijdrage van het christelijk geloof aan de ethiek te gaan en die stelsels een plek te geven in zijn eigen christelijke benadering. Kenmerkend daarvoor is, dat de drie-enige God in de mens een verlangen naar het goede werkt, en door zijn Geest ons in het geweten aan-spreekt dat goede te doen. Een boeiend en waardevol nieuw handboek christelijke ethiek!

Dr. Pieter J. Lalleman, 1, 2 en 3 Johannes. Brieven van een kroongetuige. Uitg. Kok Kampen 2006, 232 blz., €27,90.

De serie Commentaar op het Nieuwe Testament vordert gestaag. De auteur van dit deel is docent NT aan het (baptistische) Spurgeoncollege in Londen. De opzet van het commentaar is origineel. Eerst bespreekt hij 2 en 3 Johannes, want dat zijn echt brieven. 1 Johannes is volgens Lalleman vanwege het ontbreken van aanhef en groet in de eigenlijke zin van het woord geen brief, maar meer een theologisch tractaat. Hij bespreekt 1 Johannes daarom eerst thematisch, en legt de brief daarna pas vers voor vers uit.

Zoals van alle delen in deze serie geldt, kan ook van deze gezegd worden dat het toegankelijk en bruikbaar is voor niet theologisch geschoolden. Juist zij echter zullen niet veel hebben aan bijvoorbeeld de uitleg van hilasmos (blz. 109), en ook op andere punten zou ik wel met de auteur van gedachten willen wisselen (o.a. de uitleg van 1 Johannes 3:14 en 19 op resp. blz. 178 en 181). Maar over het geheel genomen kan men met dit commentaar zijn winst doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.