+ Meer informatie

Gods volkomen werk

4 minuten leestijd

„Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is."Deuteronomium 32:4a

Mozes zingt zijn zwanenzang. Naar oude overlevering zingen de zwanen eer ze sterven nog één keer wonderschoon. Nu, schoon is Mozes' laatste lied zeker. Schoon en goed vooral om het thema, dat door alles heenklinkt. Van alles wordt in dat lied aan de orde gesteld. Mensen vooral, en de wisselvalligheden van hun wegen. Maar het thema is God.

Hier aan het begin wordt het kort en krachtig onder woorden gebracht: God is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is. Wij zijn ook aan een eind gekomen. Het eind van 1994. We kijken terug. Dag- en weekbladen geven overzichten van wat er in kleinere of grotere verbanden van de samenleving was. Het één staat nog vers in ons geheugen gegrift. Bij het ander zeggen we: „O ja, dat is waar ook, nu weet ik het weer."

Ook allerlei zaken van ons persoonlijke leven laten we aan ons voorbij trekken. Een bonte stoet van beelden en gestalten. We voelen de pijn weer van oud verdriet. Een vleug van vreugde glijdt over ons gezicht om de blijde dingen van toen. Hoe goed is het om met dat alles bij God terecht te komen: De Rotssteen, Wiens werk volkomen is.

Een rots wordt in het Oude Testament vaak gebruikt als beeld voor de Heere. Wat zijn ze verheven, die rotsen! Torenhoog rijzen ze zomaar ineens steil omhoog. Het lijkt wel of ze over je heen willen vallen. Je voelt je klein en nietig bij zoveel majesteit.

Wij mensen vinden onszelf wel eens behoorlijk indrukwekkend. We zijn toch wel wat en we kunnen toch wat. De wetenschappelijke en technische prestaties van het afgelopen jaar worden trots en zelfgenoegzaam opgesomd. Maar wat steken we bij de Heere toch schamel af.

Volken zijn bij Hem geacht als een druppel aan een emmer! Hij werpt de eilanden heen als dun stof. Wat zijn ze ook vast, die rotsen. Zo is nog veel meer de Heere vast en onverwrikbaar. Bij alle wisseling en verandering blijft Hij Dezelfde.

Het eind van het jaar bepaalt ons bij veranderlijkheid en vergankelijkheid. „Alweer een jaar voorbij", verzuchten we. We zouden de tijd wel tegen willen houden. Je bent immers oud voordat je het weet. En wat een veranderingen.

Mensen op wie je gebouwd hebt zijn weggevallen. Misschien is het huis waar je jarenlang hebt gewoond, lief en leed met anderen gedeeld, wel omvergehaald. Het moest plaats maken voor een nieuwbouwwijk. De oude vertrouwde dingen zijn onvindbaar of onherkenbaar geworden. Waar vind je dan vastheid?

Mozes zingt: De Heere is de Rotssteen! Een rotssteen is ook veiligheid. Bij de Heere kun je schuilen. Asaf zong: Bezwijkt dan mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen van mijn hart en mijn deel in eeuwigheid. De golven slaan ons levensschip stuk.

We varen niet als een fraai opgetuigd fregat de laatste haven binnen. Wrakhout blijft er van ons leven over. Maar zo mogen we aanspoelen op de Rots, die God is. Hij is de vaste Rots van ons behoud.

Het beeld van de zanger vervaagt. Een Rots is immers ook massief, onbeweeglijk en star. Maar zo is God niet. Hij is de Levende God. Hij werkt Zijn werk op aarde. Hij doet geduchte daden. En, zo mag Mozes belijden, Zijn werk is volkomen, onberispelijk. Er is niets op aan te merken.

Wat steken onze werken daar schril bij af. Onvolkomen zijn ze immers! Wie aan het eind van het jaar de dingen nog eens nagaat en daarbij eerlijk is voor God en Zijn heilige wet van de liefde, die buigt het hoofd. „Zelfs mijn beste werken onvolkomen en met zonde bevlekt."

Gods werk is volkomen! U, jij aarzelt misschien. Ja maar, dat mijn vrouw er niet meer is? Dat vader verongelukt is? Is dat ook volkomen? Nee, uw bange vraag krijgt zomaar geen antwoord. Maar u wordt wel meegenomen naar Golgotha. Daar hangt Gods eigen lieve Zoon in de breuk van de zonde.

Hij draagt Gods toorn over al het onvolkomene en onvolmaakte van ons leven. Het kost Hem de dood. Dat is het volmaakte werk Gods. Het volbrachte werk. Het eind van het jaar drukt ons de vergankelijkheid op het hart. Het legt onze onvolkomenheid als een last op ons leven. Waar schuilen we dan? Waar rusten we dan? God is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.