+ Meer informatie

EN ONS WERK DAN?!

7 minuten leestijd

De redactie van Ambtelijk Contact, vroeg mij om een artikel te schrijven over ‘hoe functioneert niet-ambtelijk werk in de gemeente?’. Dit naar aanleiding van wat ik eerder geschreven had over het belang en de hoge roeping van het ambtelijke werk, met name het herderlijke werk van de ouderlingen. De vraag was min of meer: hoe verhoudt zich dat ambtelijke werk nu met al het werk dat door gemeenteleden wordt gedaan als kringleider, pastoraal of diaconaal medewerker, jeugdleider, etc. Hoe lopen de verantwoordelijkheden en lijnen tussen deze twee werelden die soms wel wat uit elkaar lijken te lopen en hoe zou dit werk moeten functioneren?

SPONTAAN

Nou, als eerste zou ik zeggen: eigenlijk heel spontaan. De Bijbel, en met name het Nieuwe Testament, laat er geen onduidelijkheid over bestaan dat ieder gemeentelid, iedere gelovige, een opdracht en verantwoordelijkheid heeft om mee te werken aan de opbouw van gemeente als het lichaam van Christus. En niet alleen een opdracht en verantwoordelijkheid, maar ook gaven, speciaal door de Heilige Geest gegeven om daarvoor in te zetten. Er zijn veel voorbeelden van teksten te geven, maar als ik nu alleen maar even noem 1 Kor.12, het gedeelte over de vele leden die samen één lichaam vormen, dan blijkt daar overduidelijk uit dat iedere gelovige een unieke plaats en functie heeft om het lichaam van de Kerk goed te laten groeien. In de gemeente is de inzet van ieder lid nodig.

Dat te midden van al die gaven die aan de leden gegeven zijn er ook ambtsdragers zijn als bijzondere gave van Christus aan zijn gemeente, doet aan die algemene regel dat ieder nodig is niets af. Het is niet meer dan normaal dan dat alle lichaamsleden in het lichaam functioneren en een teken dat het lichaam gezond is wanneer gemeenteleden zich daadwerkelijk gaan inzetten. Een voet doet gewoon wat een voet hoort te doen, en een oor doet wat een oor hoort te doen. Zo gaat dat in een lichaam, en dat gaat eigenlijk vanzelf.

TOERUSTEN TOT DIENSTBETOON

Maar hoe verhoudt zich dat werk dan tot die speciale opdracht die kennelijk sommigen in de gemeente van Christus gekregen hebben? Dan gaan we ook hier terug naar de kern van waartoe Christus ambtsdragers gegeven heeft. Paulus zegt in Ef. 4 dat dat is: ‘om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon’. Om de gemeenteleden datgene aan te reiken waardoor zij ten volle kunnen functioneren op hun plek in het lichaam. De ambtsdragers, staat iets verderop in dat hoofdstuk, zijn als de pezen in een lichaam die alle ledematen van voedsel voorzien (volgens de toen gangbare opvatting van hoe een lichaam werkt) en alle ledematen bijeen houden. Voeding en coördinatie. Dat is de ‘core business’ van de ambtsdragers.

VOEDING

Als je dat concreet wil maken in de verhouding tussen ambtsdragers en gemeenteleden die zich inzetten voor de gemeente, dan zou het wel eens heel waardevol kunnen zijn om precies op die twee ‘takken’ als kerkenraad te gaan zitten en te investeren. Allereerst de tak van de voeding. Wat kan een gemeente daar behoefte aan hebben - geestelijke voeding. Het is een kerntaak van de ambtsdragers om de gemeente te onderwijzen in een leven met de Here. En dan is het te makkelijk om te zeggen: ja, dat doen we, in de vorm van het onderwijs dat de predikant vanaf de kansel namens God mag geven - en trouwens ook op de catechisaties. Je bent als kerkenraad gezegend wanneer er een predikant is die iedere zondag in de erediensten voor mag gaan en die de catechisaties voor zijn rekening neemt. Maar daarmee is de verantwoordelijkheid voor het onderwijzen van de gemeente niet gedelegeerd! Die hoort namelijk zo wezenlijk bij het ambtsdrager-zijn dat die niet gedelegeerd kan worden…

Kortom: de kerkenraad heeft een eigen verantwoordelijkheid om hier werk van te maken. Als kerkenraad zou je steeds deze vraag voor ogen kunnen houden: hoe kunnen we de gemeente helpen in het groeien in geloof en liefde? Hoe kunnen we de gemeente helpen te groeien in een leven met de Here? Ja … hoe? Allereerst waarschijnlijk door zelf het voorbeeld te geven van een leven met de Here. En daarin ook steeds te willen groeien. Studeer als ouderlingen zelf in de Bijbel, zodat je op huisbezoeken een wezenlijk gesprek kunt voeren. Spreek er ook onderling als ambtsdragers over, scherp elkaar op en geef door watje ontdekt hebt. Studeer ook als kerkenraad op belangrijke thema’s (huwelijk en relaties bijvoorbeeld) en bespreek ze met de gemeente. Maar ook nog gerichter, als het gaat om mensen in de gemeente met een bepaalde taak: geef input aan jeugdleiders; beleg een avond waarop zij gevoed worden (en als je het zelf niet ‘in huis’ hebt als ambtsdragers, zorg dat er iemand uitgenodigd wordt die hen iets goeds kan meegeven), zorg voor toerusting van bezoekbroeders en -zusters: geef ze handreikingen voor het voeren van een gesprek, maar geef ze ook belangrijke noties uit Gods Woord mee om te gebruiken op bezoeken. Enzovoort, enzovoort… De mogelijkheden zijn eigenlijk eindeloos.

COÖRDINATIE

En dan dat tweede, alle ledematen bij elkaar houden. Dat is meer dan: alle bordjes in de lucht houden, krampachtig hier wat redden en daar wat blussen om te zorgen dat het geheel niet uit elkaar valt. Nee, het gaat om het bij elkaar houden van alle ledematen als het ene lichaam van Christus - het gaat om het gericht laten zijn van alle ledematen op het ene doel waartoe ze in dat lichaam zitten, namelijk om te groeien naar het Hoofd, naar Christus toe. Alle neuzen dezelfde kant op.

Dit betekent in de eerste plaats dat een kerkenraad de grote lijn in de gaten houdt. Waarom zijn we er eigenlijk als gemeente? Waar gaat het om in ons gemeente zijn? We zijn geen gezelligheidsclub, we zijn gemeente van Christus! Maar vervolgens ook dat een kerkenraad dat concreet invult: en wat betekent dat dan in onze situatie, in onze stad, met onze mogelijkheden en onmogelijkheden? Ik weet dat het woord een nare bijklank heeft, want de kerk is geen bedrijf en zo, maar: zorg voor een beleidsplan, een missie, een visie. Waar geloven we dat Christus met onze gemeente naar toe wil? En wat voor stappen kunnen wij concreet zetten om dichter bij dat doel te komen? Ambtsdragers geven op die manier leiding door de kaders aan te geven waarbinnen het gemeentelijke werk de ruimte kan krijgen.

DE KOP INDRUKKEN?

Hoe kan de kerkenraad nu leiding geven zonder daarbij de spontane en goede initiatieven van gemeenteleden de grond in te boren of de kop in te drukken? Want hier lijkt nog wel eens een spanning te zitten… Ik denk dat het allerbelangrijkste wel eens kon zijn dat er geen tegenstelling gemaakt wordt tussen de kerkenraad aan de ene kant en de ‘gewone’ gemeenteleden aan de andere kant. Geen ‘wij’ tegenover ‘zij’. Geen ‘dat zal wel weer niet mogen’ of ‘zij moeten er zo nodig ook weer wat van zeggen’. Ik merk die houding wel eens bij gemeenteleden. Dat is echter een manier van denken die in de gemeente van Christus helemaal niet past. Ambtsdragers zijn gaven van Christus aan de gemeente, een zegen van de Grote Herder om door hen heen iets goeds te geven aan de gemeente: leiding, bewaring, zorg. Ze staan ook niet los van de gemeente, boven de gemeente, of hoe dan ook, ze maken deel uit van de gemeente. Ambtsdragers en gemeenteleden zijn samen deel van het ene lichaam van Christus en hebben het zelfde doel voor ogen. Dat brengt een heel andere verhouding mee, een verhouding van onderling vertrouwen en een verhouding van samenwerken.

Vanuit de kerkenraad betekent dat concreet: taken kunnen loslaten, vertrouwen durven geven aan gemeenteleden die gaven hebben gekregen om de gemeente te dienen. Maar vanuit de gemeente betekent dat omgekeerd: vertrouwen schenken in de leiding die de ambtsdragers mogen geven. Het betekent dat de kerkenraad niet als tegenstander buiten de deur gehouden wordt, maar betrokken wordt in spontane ideeën. Dat die ideeën worden voorgelegd, zodat een kerkenraad kan meedenken over de vraag: hoe past datgene wat we doen in de visie van de gemeente? Dat de kerkenraad op de hoogte gehouden wordt van de uitkomsten van ideeën.

Ik zou nu helemaal kunnen gaan uitwerken hoe dat dan zou moeten: met taakgroepen, rapporteurs, wie in de kerkenraad voor wat aangesproken moet worden, etc. Maar ik doe dat bewust niet. Het hoeft ook allemaal helemaal niet zo gereguleerd en ingewikkeld. Het gaat mij nu om het heel simpele principe: een kerkenraad met als taak de gemeente te voeden en de kaders uit te zetten waarbinnen de gemeente kan werken - en een gemeente die de ambtsdragers niet als tegenover ziet, maar als waardevol geschenk van Christus. Dat is een basis waarop de Heilige Geest hele mooie dingen kan doen. We mogen elkaar in de gemeente letterlijk tot een hand en een voet zijn, dat is iets geweldig moois, en ook iets kwetsbaars. Maar Christus Zelf heeft het zo bedacht en daarom is er alle reden Hem daarin te volgen.

Mevr. Miranda Renkema-Hoffman is theologe en is lid van de gemeente Hilversum-Rehoboth

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.