+ Meer informatie

CHRISTELIJK GEREFORMEERD IN AMEIDE

11 minuten leestijd

Herkomst

“Als je in 1930 een willekeurige huiskamer van een gezin van de Christelijke Gereformeerde Kerken binnenliep zag je op de schoorsteenmantel een zendingsbusje staan. De Wekker lag in de krantenbak, de zendingskalender en een scheurkalender hingen aan de muur en als er een radio was, stond deze standaard afgestemd op de NCRV. Ik zie in die busjes en die scheurkalenders daarom meer dan een stukje nostalgie. Het geeft aan waar de mensen zich mee bezighielden. Eigenlijk betekent het verdwijnen van zulke voorwerpen dat de kerk een stapje terug moest doen uit de woonkamers van haar leden”. Aldus drs. Jan Noorlandt, beheerder van het documentatiecentrum van onze kerken in Veenendaal (Reformatorisch Dagblad, 2 januari 1998). Ik vrees dat deze mate van betrokkenheid op het landelijk verband in 1930 in de Christelijke Gereformeerde Kerk van Ameide niet aangetroffen werd. En van de NCRV is volgens mij nooit iemand lid geweest. Wel speelde de kerk een belangrijke rol in het leven van haar leden. Tot op de dag van vandaag.

Waarom er eigenlijk in 1923 in Ameide een christelijke gereformeerde gemeente is ontstaan, is nog nooit goed uitgezocht. Het tijdstip is in ieder geval opmerkelijk. In 1923 was de hervormde gemeente van Ameide alweer sinds decennia in bevindelijk vaarwater gekomen. Dat was in de vorige eeuw anders. Zoals in zovele gemeenten in de Alblasserwaard klonk er in die eeuw lange tijd geen rechtzinnig geluid van de hervormde kansel in Ameide. De twee predikanten die van 1828 tot 1882 - ds. Diemont en ds. Van Beuningen - Ameide gediend hebben, voldeden niet aan deze norm.

Toch ontstond er in die tijd geen afgescheiden gemeente. De Afscheiding heeft in de Alblasserwaard in het algemeen weinig weerklank gevonden. Wel was er sprake van een bevindelijke onderstroom die weliswaar in de prediking weinig van haar gading vond, maar toch de hervormde kerk niet verlief. Zij ontmoetten elkaar op gezelschappen en trokken regelmatig naar gemeenten in de omgeving waar wel een bevindelijk geluid te horen was. Te denken valt dan aan iemand als ds. A.P.A. du Cloux in Oud-Alblas en ds. Vijver te Schoonrewoerd. Ouderling Cornelis Terlouw uit Ameide schrijft er in zijn beke-ringsgeschiedenis zo over: “In die tijd kwam ds. J.C. de Vijver te Schoonrewoerd, waar ik bijna twee jaar elke zondag met veel genoegen mocht kerken, want de Heere gaf zijn zegen onder de verkondiging. Het volk kwam van heinde en ver om de prediking bij te wonen en er was leven onder het volk”.

Deze Cornelis Terlouw leefde van 1825 tot 1908. Al jong tot bekering gekomen, bleef hij de hervormde kerk trouw. Hij zette zich in voor een bevindelijke prediking. Samen met anderen startte hij in 1864 een zondagschool, in 1883 werd hij ouderling. In 1885 werd in Ameide eindelijk weer een predikant beroepen die een zuiver geluid liet horen. In 1890 kwam de school met de bijbel. In het bestuur zat o.a. Cornelis Terlouw.

Van Terlouw weten we wat meer omdat hij zijn bekering op schrift heeft gesteld. Dit geschriftje uit 1909 - met een voor- en nawoord van ds. M. van Grieken (mede-oprichter en later voorzitter van de Gereformeerde Bond en op dat moment predikant in Ameide) laat helder zien dat in het begin van deze eeuw in de hervormde gemeente van Ameide een bevindelijke wind waaide. Een andere in die tijd bekende bevindelijke figuur was Willem Verheij. Voor hem gold hetzelfde als voor Terlouw: hij bleef in de hervormde kerk (over Willem Verheij valt meer te lezen in “Zoete banden die mij binden” - uit het gezelschapsleven in de Alblasserwaard, van H. Natzijl en H.J. van Dijk, Den Hertog Houten, 1995). Heden ten dage kan de hervormde gemeente gelden als een modale gereformeerde bondsgemeente. Bekende figuren als C. Graafland en S. Meijers dienden na de oorlog de gemeente van Ameide.

Tegen deze achtergrond wekt het bevreemding dat in 1923 in Ameide een christelijke gereformeerde gemeente ontstond. De stichters stonden in dezelfde traditie als degenen die in vroeger dagen de hervormde kerk trouw bleven. Vermoedelijk bevond men de hervormde kerk toch niet bevindelijk genoeg of had men moeite met het volkskerk-karakter dat een hervormde gemeente als die van Ameide altijd gekenmerkt heeft. Tegelijkertijd zal een vorm van laag-kerkelijk denken een rol hebben gespeeld. Dat is een element dat in het gezelschapsleven van de Alblasserwaard altijd aanwezig is geweest. En waarom men zich niet aansloot bij de Oud-Gereformeerden of de Gereformeerde Gemeenten, zal veroorzaakt zijn door het feit dat in omliggende gemeenten als Noordeloos, Meerkerk en Nieuwpoort de bevindelijken zich ook verenigd hadden in een christelijke gereformeerde gemeente.

Heden

De gemeente startte in 1923 met 38 leden. Op dit moment nadert het ledental de 200. Er kan dus van groei gesproken worden. Die groei komt gedeeltelijk van binnenuit, maar ook van buitenaf. En met buitenaf wordt dan voornamelijk de hervormde kerk bedoeld. In de loop van de tijd hebben zich velen bij de gemeente aangesloten die zich in de plaatselijke hervormde gemeente niet meer thuis voelden. De laatste tijd komt een deel van de groei doordat hervormde mensen die in Ameide gaan wonen, zich toch om uiteenlopende redenen niet bij de hervormde gemeente aansluiten.

Op dit punt is sprake van een constante in de geschiedenis van de gemeente. Er zijn er weinigen die kunnen zeggen al generaties lang christelijk gereformeerd te zijn. Zeker voor vele ouderen geldt dat zij - of hun ouders- hervormd gedoopt zijn. Anderzijds zijn in de loop van de tijd veel kinderen van deze ouders weer teruggekeerd naar de hervormde kerk.

Om een voorbeeld te noemen, de vader van ouderling A. Versluis is nog diaken geweest in de hervormde gemeente van Lexmond (Versluis kan gelden als degene die door zijn aanwezigheid op vele kerkelijke bijeenkomsten en vergaderingen Ameide gezicht heeft gegeven). Toen zijn vrouw - mijn grootmoeder - na een krachtdadige bekering “anders ging denken” zijn zij na verloop van tijd lid geworden van de christelijke gereformeerde gemeente te Ameide. Zo ging het bij meer. Ik geloof daarom niet dat bij de christelijke gereformeerde gezinnen in het Ameide van 1930 De Wekker tot de verplichte kost behoorde. Daarvoor was de kerkelijke binding te gering. Die binding is in de loop van de tijd wel groter geworden. Al is het ook vandaag een minderheid die De Wekker leest, weleens een Schooldag bezoekt en weet wat er in onze kerken zoal gaande is. Daarin verschilf Ameide vermoedelijk niet zoveel van een doorsnee gemeente in ons kerkverband.

De gemeente heeft altijd bestaan uit eenvoudige mensen die zeker in de begintijd nauwelijks in tel waren. Het is voorgekomen dat men bij het uitgaan van de kerk telde hoeveel mensen naar buiten kwamen. Dat is wel veranderd en tegenwoordig wordt de gemeente gerespecteerd. In het dorpsleven speelt de gemeente geen grote rol. In de besturen van de school met de bijbel en het verzorgingshuis is een plaats ingeruimd voor een vertegenwoordiger van de gemeente. Daarin wordt samengewerkt met de plaatselijke hervormde en gereformeerde kerk. Hervormingsdag wordt samen met de hervormde gemeente herdacht. De gemeente doet niet mee aan de jaarlijkse evangelisatieweek die door de hervormde en gereformeerde kerk wordt georganiseerd.

Ameide is geen gemeente van intellectuelen. De meeste leden verdienen hun brood met hun handen, als zelfstandige of in loondienst. De gezinnen vertonen het klassieke patroon: vader zorgt voor het inkomen en moeder voor de kinderen. De vrouw in het ambt is derhalve geen thema. In een minderheid van de gezinnen is een TV aanwezig. Het merendeel der leden stemt SGP, een enkeling RPF. Vrijwel iedereen leest het RD. De geringe grootte van de gemeente kent zowel voor- als nadelen. De betrokkenheid op elkaar is groot en komt mede tot uiting in een sterk meeleven met elkaar in tijden van rouw en droefheid. Bekend zijn ook de verhalen over predikanten die logeerden bij de familie Bor. Predikanten die in Ameide preekten, logeerden - tot aan de komst van ds. R. Kok in 1966 vond men dat een predikant ‘s zondags niet behoorde te reizen - altijd bij deze familie, waarvan de man ouderling was. Vele gemeenteleden en hun kinderen gingen uit de kerk mee koffie drinken en hoorden de verhalen. Daar is veel van uitgegaan. Het verenigingsleven - vrouwenvereniging, jeugdverenigingen en bijbelkring en zondagsschool - is redelijk hecht. Jeugd tussen 12 en 20 is er niet zoveel, reden waarom de jeugdverenigingen het op dit moment moeilijk hebben. De zondagsschool daarentegen telt veel kinderen. Dat biedt perspectief.

De nadelen van een kleine gemeente bleken in tijden van crisis - die Ameide helaas niet voorbij zijn gegaan. Omdat de gemeente - zeker vroeger - grotendeels uit leden van een paar families bestond, werd er bij conflicten regelmatig op de persoon gespeeld. En voor buitenstaanders zal het niet altijd gemakkelijk geweest zijn zich een plaats te veroveren.

Toekomst

Gezien deze voorgeschiedenis wekt het geen bevreemding dat Ameide - tot op de dag van vandaag - gesitueerd moet worden binnen de rechterflank van onze kerken. Dat biedt voordelen. Zo kent de gemeente wel kerkverlating, maar is er eigenlijk geen sprake van secularisatie in die zin dat het gewicht van de eeuwige dingen minder gevoeld wordt. Het besef van de eeuwigheid en de noodzaak van bekering is ongebroken. De band met het voorgeslacht is bewaard.

Aan dit voordeel is tegelijkertijd ook een schaduwzijde verbunden. Het is een schaduwzijde die verbunden is aan de gereformeerde bevindelijkheid. In “En toch niet verteerd” uit 1982 wijst prof. W. van ‘t Spijker erop dat in onze kerken pas in de jaren dertig een meer objectieve prediking de boventoon gaat voeren. Een prediking die niet blijft steken in een beschrijving van staten en standen, maar die oproept tot geloof en bekering. Een oproep die gefundeerd is het verbond der genade. Er ontstaat een helderder zicht op de betekenis van de belofte, zonder dat de nadruk op het persoonlijk karakter van het geloof vermindert. Van ‘t Spijker citeert in dit verband W. Kremer die zich uit zijn jeugd nog preken herinnert waarin over de mens in de derde persoon gesproken werd. Zo op de manier van “hij” weet wel en als “hij” leert enz”. Volgens Kremer wordt in een dergelijke prediking een onpersoonlijk “geestelijke mens” ten tonele gevoerd, die dan als model geldt. Dat leidt er in zijn ogen toe dat mensen zich als toeschouwer gaan beschouwen. Kremer vindt een dergelijk type prediking wel onderwerpelijk ogen, maar eigenlijk toch erg voorwerpelijk. Vaak eindigt men dan met een wens. Daarmee wordt - hoe goed bedoeld ook - het onvoorwaardelijk karakter van de bediening van het Woord toch weer ondergraven (En toch niet verteerd, p. 110).

Dit type prediking is nooit helemaal verdwenen uit onze kerken. “Het weten hoe het moet” is sterk ontwikkeld, vaak juist bij degenen die zichzelf geen geloof toekennen. De hierbij behorende geestelijke houding wordt gekenmerkt door een sterke bekommernis om de persoonlijke staat. Het hele leven hunkert men naar de ervaring van het moment van de absolute omzetting. Vóór deze omzetting staat men nog overal buiten. Dat God in zijn genade- en beloftewoord de gehele gemeente aanspreekt, wordt wel onderschreven, maar toch niet volledig vertrouwd. Men moet zich niet te snel iets verbeelden. Vandaar dat degenen die gerekend worden tot Gods volk als model gaan dienen. Daar moet je op gaan lijken wil het wel zijn. Deze spanning is in onze gemeente altijd voelbaar geweest, maar was tegelijk leefbaar. Omdat het echte leven sterker was dan de leer. Een zekere mildheid stempelde het gemeente-leven. En van de leer van het aanbod van genade die de achtergrond vormt van de leer van de drie verbonden gaat een temperende werking uit. Men is niet voor niks christelijk gereformeerd. Maar de spanning blijft omdat ze kenmerkend is voor de gereformeerde bevindelijkheid in ons land. En in die bevindelijkheid liggen de wortels van de gemeente.

Nu enerzijds charismatische voorbeelden wat wegvallen en anderzijds een deel van de gemeente hechter verankerd raakt in de reformatorische zuil - o.a. uitkomend in het feit dat veel kinderen niet meer naar de plaatselijke school met de bijbel gaan maar naar een reformatorische lagere school in Leerdam - en een ander deel juist meer de breedte van de kerken ontdekt, zullen er de komende jaren ongetwijfeld wat meer spanningen zichtbaar zijn. In de reformatorische zuil kan men de dominante positie van de Gereformeerde Gemeenten opmerken. Het ondertussen bekende boekje van prof. J. Blauwendraad laat zien dat de hierboven genoemde schaduwzijde van de bevindelijkheid in dit kerkverband veel sterker is.

Men moet de zaak echter ook niet overdrijven. Waarom zou het niet mogelijk zijn de kracht van de bevindelijke traditie - het gericht zijn op God zelf - te verbinden met een open staan in het heden? De bevindelijke wortels kunnen dan behoeden voor een al te snel omarmen van wat tegenwoordig zoal op de geestelijke markt te koop is. Essentieel daarbij is dat de Schrift open gaat in haar breedte en diepte. De komende tijd zal blijken of een traditionele bevindelijke gemeente er in slaagt het geloof te behouden en over te dragen in een tijd die zozeer verschilt van het verleden dat het teren op de oude waarheden tekortschiet. Een niet geringe opgave.

Br. Oevermans, lid van de kerk te Ameide, is als juridisch adviseur verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.