+ Meer informatie

Christus volbrengt Gods Raad

4 minuten leestijd

De besluiten Gods omvatten allen en alles in hemel en op aarde. Dit gehele terrein in zijn uitgestrektheid te overzien is schier onmogelijk. Dat zou vele boekdelen vorderen en bovendien is ons eindig verstand en ons beperkt inzicht niet in staat al die besluiten te volgen op hun weg.

Maar er zijn enkele zaken, die in de Heilige Schrift met name genoemd worden, in verband met deze Waarheid; en die enkele zaken mogen we toch wel eens van naderbij bezien.

En dan treft het ons allereerst, dat Christus, de Middelaar Gods en der mensen één der voorwerpen van het Goddelijk raadsbesluit is.

Reeds in. Psalm 2 heet het: , Ik zal van het besluit verhalen: ij zijt mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd." En in cle 40ste Psalm spreekt Christus door de mond van de Psalmist: Zie Ik kom, o God! in de rol des Boeks is van Mij geschreven!" En om niet meer te noemen, de Apostel Petrus schrijft in zijn eerste brief, hoofdstuk 1 : 20, dat Christus voor gekend is geweest van voor de grondlegging der wereld.

Zo staat het dan Schriftuurlijk vast, dat Christus als cle Zaligmaker, het voorwerp van Gods raadsbesluit is.

Hij is de gezondene des Vaders, in de wereld gekomen, omdat de Vader dat in Zijn eeuwige Raad ajdus besloten heeft. In die Raad is het besluit vastgelegd, dat de Zone Gods de menselijke natuur zou aannemen en in de plaats van de gevallen mens de prijs van Zijn bloed zou betalen voor de redding van Gods verkorienen. Het was dan ook in dat Raadsbesluit, dat Christus Zich als het Hoofd van het Genadeverbond zou beschikbaar stellen om de verlossing voor de gegevenen des Vaders te bewerken. En al wat daartoe nodig was, is tot in de kleinste bijzonderheden mede vastgesteld. We zien dan ook telkens in de Schriften van het Nieuwe Testament, dat er terug gewezen wordt öf op de Schriften der Profeten en Psalmisten, öf verder nog: naar cle eeuwige Raad Gods.

Dat cle Christus komen zou, stond vast. En eveneens werd bepaald, dat de komst en het werk van Christus in de Oud-Testamentische profetie zou worden afgebeeld. En wie dan ook geen vreemdeling is in de Heilige Schrift, leest telkens als tussen de regels door, hoe de Psalmist en de Profeet niet zichzelf, maar de Christus spreken doen. En als in de volheid des tijds de Zaligmaker geboren wordt, en Zijn Goddelijke last volbrengt door te doen. wat Zijn Vader Hem te doen gegeven heeft, dan wordt er bij schier elk punt van Zijn Goddelijk program gewezen op de vervulling van een bepaalde profetie. Zeer duidelijk komt dat aan het licht, als cle Heere Jezus aan het kruis hangt en Hij de klacht slaakt: „Mij dorst!" De Evangelist zegt dan, dat Christus l iep (opdat de Schrift vervuld zou worden): „Mij dorst!"

Natuurlijk sprak Christus dit woord niet uit, o m-dat het nu eenmaal in de Schrift stond, maar de Heilige Geest wil zeggen, dat al wat Christus deed en sprak, de vervulling was van de oude profetie en dat die profetie, op haar beurt, weer de openbaring was van de besluiten Gods, in de eeuwigheid genomen. Zo valt er een heerlijk licht over het leven, lijden en sterven van de Middelaar. Zeker, Hij is door menselijke handen aan het kruis geklonken en door menselijke haat achtervolgd, waarom ook Petrus tegenover de Joodse Raad in Handelingen 4 : 28 zeggen kon, dat zij gedaan hebben „wat Gods hand en Gods raad tevoren bepaald had, dat geschieden zou."

Elke daad van de Middelaar en elke lastering Hem aangedaan, was één van de dingen, die volgens de Raad Gods niet gemist konden worden in het werk der zaliging van zondaren. En telkens als er weer één der punten van het besluit Gods was afgewerkt, sprong er, als het ware, weer één der koorden los, waarmede Gods uitverkorenen aan de Satan gebonden waren.

Wat ligt er dan ook een rijke troost in de wetenschap, dat Christus het voorwerp van Gods Raadsbesluit is. Dat Hij niet gekomen is, om af te wachten, hoe de zondige mensheid zich aan Hem vergrijpen zou, maar dat integendeel Hem niets overkomen kon, of het was met Goddelijke rechtvaardigheid en alwijze nauwkeurigheid in de weegschaal van Gods besluit afgewogen. Maar aan de andere kant, wat is de zonde van de mens vreselijk, dat er zulk een besluit nodig was, om het mogelijk te maken, dat er zelfs één zondaar in het gericht Gods zou kunnen bestaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.