+ Meer informatie

TER OVERWEGING

22 minuten leestijd

Ruard Ganzevoort, Erik Olsmcm & Mark van der Laan, Adam en Evert. De spanning tussen kerk en homoseksualiteit. Uitg. Ten Have Kampen 2010,169 blz., € 16,90.

De auteurs van dit boek zijn een hoogleraar Praktische Theologie (Ganzevoort) aan de Vrije Universiteit en enkele daar recentelijk afgestudeerde jonge theologen. Het boek gaat - zo luidt de openingszin - over een problematische relatie, namelijk tussen kerk en homoseksualiteit. In een heldere stijl - het is niet te merken dat er drie auteurs aan gewerkt hebben! - zetten ze eerst het probleem uiteen, om daarna aan de hand van een tiental interviews met jonge homo’s uit reformatorische en evangelische kring respectvol te laten zien hoe verschillend enerzijds homo’s zelf en anderzijds kerken ermee omgaan. Vervolgens lopen ze Bijbelse gegevens langs om in het zesde hoofdstuk zelf een weg te tekenen. De toonzetting van dit boek is eerlijk en de weergave van standpunten is over het algemeen fair. Toch is dit een boek met een missie, wat ook te verwachten is als één van de auteurs - Ganzevoort - recentelijk heeft gepleit voor een verbod om op christelijke scholen nog langer onthouding te vragen van homoseksuele leerkrachten. Hun stelling dat orthodoxe kerken homo’s in hun geloof belemmeren lees ik in het licht van hun gedachte dat navolging van Christus inhoudt dat je trouw bent aan je diepste gevoel in het zoeken naar je roeping. Dat impliceert dan datje homoseksuele gevoelens de ruimte moeten krijgen. Zelfverloochening mag niet het verloochenen van je eigen wezen zijn. Daarom kan en mag het beantwoorden aan je roeping alleen maar in het verlengde van je natuurlijke gevoelens liggen. Maar is het in de roep van Christus niet andersom, voor iedereen, hetero- of homoseksueel of hoe dan ook: dat zijn roeping datgene wat ons van binnen uit bepaalt te boven gaat? Het zal duidelijk zijn, dat hier het gezag van de Schrift in geding is. De auteurs bepleiten een ‘hermeneutisch pastoraat’, waarin de pastor de ander ondersteunt in het begrijpbaar maken van diens eigen levensverhaal en hem/haar helpt dat te verbinden met het verhaal van de Bijbel. Daar is een beslissing gevallen die ik niet overneem: de nadruk ligt op de eigen ervaring en de Bijbel kan niet meer kritisch-normatief spreken.

Stanley Hauerwas, Een robuuste kerk. Christelijke ethiek voor een postchristelijke samenleving. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2010, 284 blz., € 19,90.

Het is heel merkwaardig dat er nog nooit enig werk van de Amerikaanse ethicus Stanley Hauerwas (*1940) in het Nederlands beschikbaar was. Aan die situatie heeft deze vertaling van een aantal artikelen een einde gemaakt. Hauerwas is een tegendraadse, maar zeer invloedrijke denker, die in 2001 tot Amerika’s beste theoloog werd uitgeroepen. Hij is sterk beïnvloed door John H. Yoder, een doopsgezind theoloog, die zich keerde tegen de vereenzelviging van het christendom met de Amerikaanse cultuur en betoogde dat Jezus had afgezien van iedere vorm van geweld. In zijn geest levert Hauerwas - het is de titel van één van de teksten in deze bundel - ‘christelijke kritiek op christelijk Amerika’.

Christelijke ethiek is in de benadering van Hauerwas geen zaak van principes, maar van behoren bij de wereldwijde gemeenschap van de kerk. De kerk is een plaats waar mensen leven met de boodschap van de Bijbel en zich erdoor laten veranderen. Zo wordt het een ‘gemeenschap met karakter’, die ‘Gods nieuwe taal’ (ook de titel van een hoofdstuk in dit boek) belichaamt.

Hauerwas mag zich in ons land in een toenemende belangstelling verheugen, die alles te maken heeft met de voortgaande ontkerkelijking. De vraag, hoe christen te zijn in een samenleving die heel anders leeft en denkt wordt in toenemende mate urgent. We doen er goed aan naar de kritische, maar ook stimulerende stem van Hauerwas te luisteren.

Søren Kierkegaard, Leren van de lelie en de vogel, Kierkegaards toespraken 7. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2010,142 blz., € 15,-.

Hoewel hij nooit predikant geweest is, heeft de Deense theoloog/filosoof Søren Kierkegaard (1813-1855) een heel aantal geestelijke toespraken nagelaten. In dit boekje zijn er zes opgenomen, die Kierkegaard heeft geschreven naar aanleiding van het bekende gedeelte uit Matt. 6:25-34 over de lessen van de vogels en de lelies. De eerste drie (uit 1846) cirkelen om wat het betekent mens te zijn: niet op te gaan in de vergelijking en concurrentie met andere mensen, maar te leven onder Gods zorg, voor zijn aangezicht. In het tweede drietal toespraken, enkele jaren later geschreven, gaat het over zwijgen, gehoorzamen en blijdschap. Hier benadert Kierkegaard de tekst sterk vanuit ‘zoek eerst het Koninkrijk van God’.

Het zijn diepzinnige toespraken, waarin Kierkegaard zich veroorlooft naar aanleiding van de tekst gedachten te ontwikkelen die een eigen kant uitgaan. Hij biedt veel stof tot denken (en ook voor de preekvoorbereiding!).

Gert van Klinken, Van hunebed tot Bonifatius. Vroege sporen van religie in Nederland. Uitg. Meinema Zoetermeer 2010, 288 blz., € 19,90.

Van de lessen ‘vaderlandse geschiedenis’ op de basisschool meen ik me te herinneren dat ze begonnen bij de Kaninefaten. Maar daar liggen heel wat eeuwen vóór! Eeuwen, waarvan we geen schriftelijke bronnen hebben. Dr G.J. van Klinken, docent kerkgeschiedenis aan de Protestantse Theologische Universiteit, is op zoek gegaan naar andere sporen van menselijke aanwezigheid in ons land. Daarbij ging het hem vooral om de vraag wat we eruit kunnen opmaken met betrekking tot de godsdienstige ideeën en rituelen van de vroegste bewoners van onze contreien. Valt er iets af te leiden uit de manier waarop ze hun doden begroeven? Als er aan de doden ‘geschenken’ meegegeven worden, blijkt daar dan uit dat men geloofde aan een leven over de dood heen? Maar had men ook een godsvoorstelling? Bij gebrek aan schriftelijke bronnen is het moeilijk hierover met stelligheid te spreken. In elk geval kwam het in de Trechterbekercultuur rond 3500 vóór Christus voor dat men de fraaiste geslepen en gepolijste stenen bijlen in het water legde, op de grens tussen de bewoonde wereld en de wildernis, om ze aan hogere machten te offeren. De komst van de Romeinen betekent niet alleen dat er nieuwe religieuze gedachten en gebruiken hun intrede doen, maar ook dat we vanaf die tijd er veel meer over weten.

Dr. Van Klinken leidt zijn lezers kundig door het verre verleden heen, om zijn beschrijving te laten eindigen bij de komst van de zendelingen, zoals Bonifatius, die ons land gekerstend hebben. Dan begint inderdaad een andere tijd, waarvan we de betekenis des te beter zien als we die afzetten tegen wat eraan vooraf ging. Dat ons voor de aandacht te brengen is de verdienste van dit boek.

Ds. P.D.J. Buijs e.a. (red.), Goede moed 2011. Dagkalender 2011. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2010, € 7,90.

De 45e editie van ‘ons’ dagboek kwam van de pers. We feliciteren de redactie van harte daarmee. Het recept is beproefd en daarom (naar ik aanneem) ook nu weer gebruikt:

1. een mix van ervaren, maar ook minder ervaren predikanten, waarbij uitnemend rekening wordt gehouden met de geestelijke samenstelling van de Chr. Geref. Kerken.

2. Een mix van gedeelten uit het Oude en Nieuwe Testament: o.a. Joh. 1-5, Ex. 32-34, Rom. 1-5,1 Kon. 8-11, 1-3 Johannes, Hos. 1-7, maar ook een blok met het lijdens- en opstandingsevangelie naar Markus.

Zo is er veel variatie, zowel in Bijbelgedeelten als in stijl en aanpak. Maar de redactie merkt terecht op: ‘Wat elke scribent voor ogen heeft gestaan is het dichterbij brengen van datgene dat de HEERE ons in Zijn Woord wil zeggen, elke dag opnieuw’. En zo kunnen we van harte instemmen met de volgende zin: ‘In die zin is dit dagboek toch een geheel’!

Drs. P.J. Vergunst (red.), Vervolgd om Jezus’ wil. Lijden van christenen. Uitg. Groen Heerenveen 2008, 205 blz., € 13,50.

Op vele plaatsen in de wereld brengt het belijden van Jezus Christus als Here vervolging met zich mee. Op de flap van dit boek ziet men namen van landen: Afghanistan, Bhutan, China, Egypte, India, Jemen, Laos, Noord-Korea, Oezbekistan en Somalië. De christelijke media berichten ons over de zorgelijke omstandigheden waarin miljoenen christenen zich wereldwijd bevinden: gemarteld en geslagen… In het eerste deel van het boek brengt ds. J. het Lam de nieuwtestamentische gegevens over dit alles in relatie tot het leven van christenen in Nederland. In het tweede deel treft men concrete informatie aan over het lijden van christenen in de hierboven genoemde landen. Het maakt je stil en beschaamd. Het boek is geschreven in samenwerking met de Stichting Open Doors, die zich - zoals bekend - op dit terrein inzet.

Joop Hippe & Gerrit Voerman (red), Van de marge naar de macht. De Christenunie 2000-2010. Uitg. Boom Amsterdam 2010, 264 blz., € 29,50.

Kees van der Staaij, Woord houden. Christeljke politiek in de praktijk. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2010,181 blz., € 14,90.

De periode van de macht voor de CU lijkt alweer voorbij te zijn, althans voor het moment, als de tekenen in Den Haag ons niet bedriegen. In het eerste hierboven genoemde, goed gedocumenteerde boek is de geschiedenis van de CU nauwgezet en scherp beschreven. Maar dat niet alleen; het gaat ook over haar illustere voorgangers: het GPV vanaf 1948 en de RPF vanaf 1975. Dat is de geschiedenis. En die wordt niet alleen sec beschreven, er wordt ook een dieptepeiling in gedaan. Zo bijvoorbeeld over de verhouding van de CU tot het CDA en de SGP. En nog veel meer, ook over de spannende vragen van het blijvende van een principieel-christelijke partij temidden van een ontkerstenend Nederland; de verkiezingen waren op het moment van verschijnen van het boek nog niet geweest… Neem en lees zelf. Komt er ooit nog een periode van macht voor de SGP? Van der Staaij is, zoals bekend, haar nieuwe leider, na decennia volgt hij de heer Van der Vlies op. Een aantal jaren geleden leek een ‘machtsperiode’ in ieder geval bespreekbaar te zijn, en hij herinnert eraan (blz. 58). Daar komt dan ook de vraag naar de grens van het compromis aan de orde: Gods geboden zijn onaantastbaar. Verder geeft de nieuwe leider zijn visitekaartje af m.b.t. gezin en samenleving, zorg voor elkaar, integratie, recht en orde, zorg voor de schepping, Nederland in de wereld (waaronder Israël!). Het was een goed idee om deze jonge, maar nu al spraakmakende politicus, zo voor het voetlicht te brengen. En we maken ook persoonlijk kennis met hem: blz. 14-31 bieden een interview.

Ds. P. den Butter, De Stem bleef klinken. Over de koningen van Isräel. Uitg. Den Hertog Houten 2010, 296 blz., € 24,50.

Bij het preken over de koningen die in het OT worden benoemd en van wie de geschiedenis wordt beschreven, gooien Hizkia en Achab hoge ogen - zeker in combinatie met de profeten Jesaja en Elia. Andere koningen zijn (veel) minder bekend, en dat bracht onze emerituspredikant van Middelharnis tot de wens om daar dieper op te studeren en het resultaat daarvan te publiceren. Zo maken we in 37 hoofdstukken nader kennis met Jerobeam, zijn ‘kleinere’ opvolgers, Achab, Joram, Jehu en de koningen die uit zijn huis afkomstig zijn, en de laatste reeks van Sallum tot en met Hosea. Allen koningen van het tienstammenrijk. De ene kenden we meer dan de ander, maar na lezing van dit boek kennen we hen dieper: zoals ds. Den Butter gewend is, heeft hij nl. ook nu aandacht gegeven aan de heilshistorische lijnen, zonder daarbij de praktische toepassingen uit het oog te verliezen. Het is zijn wens om - bij gezondheid! - ook nog op deze manier de koningen van Juda voor het voetlicht te brengen. We hopen dat het hem gegeven mag zijn!

Ds. P. Roos, Schapen hebben een gezicht. Schetsen over gemeente en pastoraat. Uitg. de Banier Apeldoorn 2010, 365 blz., € 22,90.

Een dikke pil heeft ds. Roos geschreven. In eerste instantie bestemd voor lezers binnen de eigen CGK-kring, maar bepaald ook voor de gereformeerde/reformatorische gezindte waar we als kerken deel van uitmaken. Er komt veel aan de orde over principiële aspecten (Bijbelse fundering), geschiedenis door de eeuwen heen en praktijk (leiding en weiding, troost en vermaan) van het ambt. Ds. Roos pleit voor een zorgvuldig pastoraat recht op de mens af, met de Schriften als norm en voedingsbron. En hij schuwt de concrete praktijk niet. In veel zaken kan men hem bijvallen. Soms zou men het gesprek met hem wel willen aangaan. Zo dacht ik op blz. 93, wanneer de verplichting die de reformatoren aanwezen bij de avondmaalsviering vragenderwijs in verband wordt gebracht met het verplichte karakter van de mis: kan het ook te maken hebben met de Bijbelse gehoorzaamheid? Dat lijkt mij wel namelijk. En op blz. 169 e.v. wordt de stelling verdedigd dat het pastoraat behoort bij de eigenlijke herders en leraars. Dat is zeker met het ambtelijk pastoraat het geval, maar daarnaast is toch in onze kerken erkend dat ook niet-ambtsdragers (waaronder vrouwen) hierin een taak kunnen hebben. De synode 2001 heeft dat uitdrukkelijk uitgewezen, op grond van zorgvuldig Schriftonderzoek. Ik kan de auteur dan ook niet volgen in de uitspraak: ‘Inzet van vrouwen moet zeker gepast gewaardeerd worden, maar we kunnen het geen pastoraat noemen’, blz. 171. Ik zou zeggen: we kunnen het geen ambtelijk pastoraat noemen.

Ds. G.J. van Aalst, Vanavond komen ze. Gedachten over huisbezoek. Uitg. De Banier Apeldoorn 2010,112 blz., € 9,95.

De titel verraadt de wijze waarop in de gemeenten soms nog tegen het jaarlijkse huisbezoek wordt aangekeken: men ziet er tegenop, zowel van de kant van de ontvanger als van de kant van de bezoeker… Nu zal dat in veel CGK-gemeenten niet meer zo sterk zijn als in de praktijk van waaruit de auteur (predikant binnen de Ger. Gemeenten) schrijft. Hoe dan ook, kennisname van dit boekje kan helpen om het huisbezoek op waarde te schatten. Het reikt belangwekkende principiële en praktische gedachten aan over het huisbezoek, aan beide kanten van de gesprekstafel.

J.H. Mauritz en W. Visser, Met eerbied vervuld. Uitg. De Banier Apeldoorn 2010, 95 blz., € 8,95.

In dit boek wordt het thema ‘eerbied’ belicht, in acht hoofdstukken. Aan de orde komen zodoende: eerbied voor onze Schepper, voor Gods Woord, in de kerk, voor God, voor je ouders, voor jezelf en de ander; en verder ‘eerbiedig kruisdragen’ en ‘eerbied hersteld’. Bij dat ‘kruisdragen’ viel mij op dat de auteur dat wel uitdiept naar de kant van het (al of niet begrepen persoonlijk lijden en wereldnood), maar niet in de lijn van Matt. 10:38 - het kruisdragen als beeld van de overgave aan de dienst van de Heiland en het treden van zijn spoor (in relatie tot de woorden van het doopformulier). Het gaat wel om het opgelegde kruis, maar niet om het opgenomen kruis. Maar dat is slechts een kanttekening bij een mooi, eerbiedig boekje.

Andries Knevel, Leven in vrijheid. Bijbelstudies vanuit het land van de vrijheid.

Arie van der Veer, Bergen met een boodschap. Bijbelstudies over geestelijke hoogte- en dieptepunten. Bijbelstudieserie Horen zien geloven. Uitg. Kok Kampen/EO, 63 blz., € 9,90 ieder.

Rond het 40-jarig jubileum van de EO werden er enkele groepsreizen georganiseerd. Zo trok Andries Knevel naar Amerika, kwam daar bij sprekende plaatsen rond het thema (zoals New York met het Vrijheidsbeeld, Washington met de macht van de vrijheid, en combineerde dat met Schriftstudies over ‘vrijheid’. Zo boren we dieper! Hetzelfde deed ds. Van der Veer, alleen trok hij met een groep naar het Oosten, naar Israël. Daar gingen de Schriften open bij de Hermon, de Tabor, de Olijfberg en nog enkele. Prikkelende boekjes met ruime mogelijkheden tot persoonlijke verwerking.

Lia Schade van Westrum, Oud-katholieke kerken.Drie eeuwen verborgen erfgoed van een eigenzinnige geloofsgemeenschap. Uitg. Walburg pers Zuphen 2010., 192 blz., € 39,50.

Oud-Katholiek zijn: dat betekent gebroken hebben met een groeiend pauselijk gezag in het verleden, en anderzijds ook de beslissingen van de reformatie niet gevolgd hebben. ‘Oud’ is dus: trouw aan de oorsprong. In dit boek krijgt u een kort overzicht over de gang van de dingen in het vroege verleden. Heel informatief. Het hoofddeel (en hoofddoel, denk ik) van het boek bestaat echter uit een beschrijving van 20 oud-katholieke kerken in Nederland, rijk van fotomateriaal voorzien. De kunstschatten, het religieus erfgoed wordt zodoende voor het voetlicht gehaald, en dat is echt de moeite waard. Nooit geweten dat Oudewater een parochie heeft, om maar één voorbeeld te noemen (blz. 100-111). In die van Haarlem (160-171) heb ik wel eens gezongen, dus dat zijn mooie herinneringen.

Anton Sinke, Kerken, kapellen en kathedralen. Beeldgids voor de vakantieganger. Zakbeeldboekje. Uitg. Meinema Zoetermeer 2010, 224 blz., € 18,90.

Het is aantrekkelijk om tijdens de vakantie onbekende kerkjes en kathedralen binnen te lopen; veelal staat de deur open. Maar wie is die heilige waarbij kaarsjes branden, wie staat er afgebeeld op de glas-in-lood-ramen? Wat betekenen de symbolen en hoe is de kerk ingedeeld? In dit handige boekje krijgt u er allemaal antwoord op. En u krijgt er de prachtige kleurenfoto’s zomaar bij: over de Bijbelse figuren, over Jezus, over de apostelen, over enkele heiligen uit de tijd van de vroege kerk enz. Deze aankondiging is te laat voor de vakantie 2010, maar wie weetin 2011…?

Pauline Weseman, Het duivels kussen. Wat als je partner een ander geloof heeft dan jij? Uitg.Ten Have Kampen 2008,173 blz., € 14,90.

U weet wel waar de titel van dit boek vandaan komt: van het spreekwoord: twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen’. Dat werd vroeger gezegd van een huwelijk tussen een protestant en een rooms-katholiek (bijvoorbeeld). Maar de religieuze grenzen in Nederland zijn in een halve eeuw wijd opgetrokken. En zo legt dit boek getuigenis af van de vragen die rijzen rond huwelijk tussen (houd u vast): christen en bahá’i, katholiek en moslim, jood en atheïst, protestant (predikant) en boeddhist, hindoe en evangelisch christen, protestant (predikante) en oud-katholiek (pastoor), en nog enkele ‘mengvormen - ik bedoel dat niet oneerbiedig. Een eerlijke beschrijving van de ups en downs. Soms heel creatief, maar soms dacht ik ook: de titel is wáár…

Wieke Malda-Douma (red.), Armzalig. Uitgave van ForumC en Stichting Christelijke Hulppreventie. Uitg. Buijten & Schipperheijn 2009,110 blz., € 13,50.

Dit boekje beschrijft de dramatische gevolgen van het leven in armoede, maar gaat ook in op de rol van de overheid en van de kerken bij de bestrijding ervan. Het schetst de Bijbelse principes rond geld en goed, maar ook de concrete toepassing ervan in het dagelijks leven. Daarnaast is er aandacht voor de praktijk van de schuldhulpverlening. Speciaal voor diakenen dus zeer aanbevolen - maar natuurlijk niet voor hen alleen!

Dr. A. Noordegraaf, Hizkia. Dr. C. van Sliedrecht, Roeping en verkiezing. Serie Kernteksten. Uitg. Den Hertog Houten 2010,107 resp. 84 blz., € 9,50 ieder.

Enige tijd geleden signaleerden we in deze rubriek de terugkeer van de serie Kernteksten. Nu worden ons twee nieuwe deeltjes gepresenteerd; compleet met gespreksvragen na elk hoofdstuk. Dr. Noordegraaf, emerituspredikant in de PKN, bekend om zijn universitair docentschap aan de kerkelijke opleiding van (eertijds) de Hervormde Kerk, schreef over Hizkia. We vinden de geschiedenissen van deze koning van Juda in 2 Koningen 18-20, 2 Kronieken 29-32 en Jes. 38-39. Uit alle drie deze Schriftgedeelten komen de kernsteksten, acht in getal. Hij wordt getekend als godvrezend vorst, die in het spoor van Gods geboden wilde gaan, maar… ook zijn regering brengt niet de realisering van Gods heerschappij. De laatste Schriftstudie, uit 2 Kon. 20:15, maakt dat pijnlijk duidelijk. Daarom klinkt ook hier de roep om de Koning in louter gerechtigheid.

Dr. Van Sliedrecht, hervormd predikant te Nunspeet, verdiepte zich in de vragen rond roeping en verkiezing. Daarover leven veel vragen en persoonlijke twijfels, ondanks de vele boekjes, zowel uitlegkundig als meditatief, die daar al over verschenen zijn. Noodlotsgedachte, aldus de auteur, noch lijdelijkheid horen bij de Bijbelse boodschap over dit thema. Gods voorbeschikking omvat uiteindelijk alles, maar deze sluit onze verantwoordelijkheid in. En zo worden we in acht studies stilgezet bij Jes. 43:1, Matt. 7:13v, Matt. 20:16 in combinatie met 22:12-14, Hand. 13:38 in combinatie met 16:14, 2 Tim. 1:8-10, 2 Petr. 1:10 en Luc. 12:32 in combinatie met Openb. 7:9. Wie deze teksten in de Bijbel opzoekt, zal benieuwd worden naar de inhoud van dit boekje. Terecht.

Sam Janse, De apocriefen. Inleiding op de deuterocanonieke boeken. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2009,448 blz., € 25,-.

Het gaat hier om de apocriefe boeken uit de tijd tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Of om het anders te zeggen: om de boeken die men ook vindt in de alleroudste edities van de Statenvertaling, achter het boek Openbaring, voorzien van een waarschuwing. Dr. Janse (parttime predikant van de PKN Driebergen-Rsijsenburg en docent Nieuwe Testament aan het Baptisten-seminarium te Barneveld, maakte uitgebreid studie van deze boeken. Hij beschrijft de inhoud en de boodschap, belicht de achtergronden èn maakt duidelijk waarom ze niet in de canon zijn opgenomen. Het is zijn overtuiging dat voor een goed verstaan van het NT deze boeken onmisbaar zijn, en daarom verdienen ze volgens hem een plek in de kerk. Ontegenzeggelijk is het waar dat deze boeken, gezien de periode waarin ze ontstaan zijn, informatie van belang kunnen geven. In die zin kunnen voorgangers en geïnteresseerde gemeenteleden er baat bij hebben ze te bestuderen (blz. 410). Daarvoor hoeft men nog niet zover te gaan als de auteur eigenlijk zou willen; men kan eenvoudig aansluiten bij de Statenvertalers: uiteindelijk gaven dezen ze niet zonder reden te lezen.

Pieter K. Baaij, De Farizese Paulus. Een nieuwe blik op Paulus en zijn verkondiging in de Brief aan de Romeinen. Uitg. Groen Heerenveen 2009,167 blz., € 19,95.

Dit is, afgezien van zijn proefschrift, het vijfde boek dat dr. Baaij (na 25 jaar in een technische wereld te hebben verkeerd werkzaam geweest aan de Brusselse Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid) schrijft over de brief aan de Romeinen. Altijd ervaren als een moeilijke brief… en nog steeds. De ingang van de auteur is dat Paulus niet vanuit een Griekse verstaanshorizon schreef (zoals vaak gedacht wordt), maar vanuit een Hebreeuwse: hij is immers een in Jeruzalem opgeleide Farizeeër. Langs deze lijn wordt de Griekse tekst door dr. Baaij in verband gebracht met Hebreeuwse equivalenten (of dichtbij gelegen woorden en begrippen), en zo gaat hij stap voor stap de brief door. De conclusie (blz. 159 e.v.) is dan dat we te maken hebben met een orthodoxe Paulus, waarbij gerechtigheid alleen te verkrijgen is uit de betekenis van de ‘lévende Woorden’ van God, d.i. de Hebrééuwse woorden (waar nodig in tegenstelling tot de Griekse vertaling daarvan). Zo zegt hij in alle (deel)onderwerpen van de brief ‘eenduidig en eenvoudig’, dat God ‘zijn beloften heeft vervuld in de persoon van Jezus, Die de Messias is. Deze Jezus Christus heeft Hij als Heer aangesteld over Zijn nieuwe schepping tot aan het moment dat deze schepping een eind zal hebben gevonden in God Zelf’. Met als afsluiting: ‘God immers zegt onze Redder te willen zijn’. Dat leidt dan soms tot conclusies die onder ons bekend en erkend zijn, bijv. als het gaat om het ‘gans’ Israël: behoud van dat eerste volk van God zal niet anders zijn dan van de andere volken, namelijk: ‘door deze God voor onthuld verklaarde Messias’(blz. 158). Op andere momenten weer uitdrukkelijk niet, bijv. als het gaat om de betekenis van 1:17: gerechtigheid van God ‘binnenin iemand’… dat is toch moeilijk, of onmogelijk, in lijn te brengen met bijv. 10:4-17.

Jos Douma, De ontmoeting. 12 uren met Jezus. Retraiteboek. Idem, Want van U is het Koninkrijk. 366 dagenboek. Uig. Kok Kampen 2009 resp. 2010,154 resp. 393 blz., € 14,50 resp. € 19,90.

In het eerste boek biedt de, inmiddels zeer bekende, vrijgemaakt-gereformeerde predikant van Haarlem een twaalftal mogelijkheden om tot rust te komen, een retraite dus. Dat kan een dag zijn of een gedeelte daarvan (dagdeel of een uur). Ontmoetingen met de Heiland roepen ook geestelijk spannende vragen op, en die gaat de auteur niet uit de weg; bijv. op blz. 57, als daar staat: ‘(…) dan komt deze vraag op: als Jezus je zo aankijkt, sla ik mijn ogen dan neer of kijk ik op mijn beurt Jezus ook aan?’

Het tweede boek biedt, zoals de ondertitel aangeeft, korte overdenkingen voor een heel jaar. De adventstijd wordt voor een deel ‘gekleurd’ door overdenkingen over Psalm 25. Maar ook zijn er 30 dagen om stap voor stap over 2 Cor. 3:18 te mediteren: ‘Verlangen naar verandering’.

Jan Bollemaat, Ik zie je. Samen gelovig op weg naar Vader. Albert Pieter Feijen en Joanne van der Velden, Bijbelse gebeden. Gebedsonderwijs vanuit de Bijbel. J.J. Schreuder, Dienende mannen en vrouwen in het huwelijk en in de kerk. Serie Woord & Wereld 83-85. Uitg. Woord en Wereld 2010, 96 resp. 136 resp. 84 blz., ieder € 11,50.

Het eerste boekje is geschreven als hulp voor alle ouders die, staande op de grond van Gods verbondsbeloften, hun kind(eren) de weg naar het Koninkrijk willen wijzen. En dat tegen de reële achtergrond dat het geen vanzelfsprekendheid is dat zij dat Koninkrijk zelf zoeken: op blz. 38-41 komt het probleem van de kerkverlating en ongelovigheid van gedoopte kinderen aan de orde. Er worden fundamentele zaken aangeboord rond geloofsopvoeding, ontwikkelingspsychologie en geloofsopvoeding, het ‘zien’ van de ander. En dat alles ter bemoediging en aansporing.

Het tweede boekje, geschreven door een predikant en een studente geneeskunde, gaat in 30 stukjes in op allerlei gebeden in de Bijbel, gegroepeerd rond zeven aandachtsvelden: Voorbeeldgebed, Ken Hem als je Vader, Gebeden tot Jezus, Deel met Hem je problemen, Bidden tot Hem die machtig is, Bidden tot Hem die kan helpen, Eindeloze kracht. Kernachtig en eerbiedig beschreven.

In het derde boek nemen we kennis van de bezinning op de dienst van mannen en vrouwen o.a. in de gemeente van de Here. Daarbij wordt wat betreft de dienst van de vrouw een grens getrokken bij leidinggeven en onderwijs; er is dus wel ruimte voor de vrouwelijke diaken; zij komt in het NT ook voor (blz. 72). Deze zou dan per consequentie geen deel uit dienen te maken van de kerkenraad.

Ds. W. Pieters, Bijbels ABC deel 2. Wat zegt de Bijbel over… Uitg. De Banier Apeldoorn 2010, 156 blz., € 9,95.

Ds. Pieters vervolgt zijn reeks Bijbelse, geestelijke en kerkelijke kernwoorden, nu met de letters B-G. Een greep eruit: Bijbelverklaringen, censuur, chiliasme, dansen, de duivel, eigengerechtigheid, erotiek, evangelicals, Formulieren van Enigheid. De ondertitel wordt in de hoofdstukjes niet herhaald. Daar staat telkens boven: ‘Hoe moetik omgaan met…’Vaak leerzaam voor onze jongelui, voor wie het dan ook speciaal geschreven is. Niet altijd evenwichtig: zo las ik bij het onderwerp ‘dansen’ wel waarschuwingen voor meisjes inzake ongepaste kleding, maar niet voor jongens. Toch geldt ook voor hen dat ze soms in hun kleding (al of niet om te dansen) de grenzen van het betamelijke verre overschrijden. Vaak weet ds. Pieters heel goed hoe hij geestelijk leiding zal geven; wanneer hij het niet weet, zegt hij dat ook heel eerlijk, bijv. bij zijn keurige uiteenzetting over het chiliasme (blz. 30); een aantal oudvaders wijst een bepaalde richting op, maar is die richting goed…?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.