+ Meer informatie

Wie zal ons het goede doen zien?

Impressies van een bezoek aan het vluchtelingenkamp Ban Vinai

7 minuten leestijd

Bondsdag 1981

Het is 9 mei 1981. In de grote zaal van De Doelen in Rotterdam zijn ruim tweeduizend jongeren bij elkaar gekomen om samen na te denken en bezig te zijn rond het thema: dan is dc nacht een helder licht...”

Op deze bondsdag zal ook dc aktie „Onderwijs voor vluchtelingen" worden afgesloten. Een halfjaar lang hebben jongeren zich ingezet om geld bijeen te verzamelen voor Hmongvluchtelingen die uit hun land Laos zijn gevlucht cn in kampen in het naburige Thailand moeten verblijven. Iets van de nood van deze vluchtelingen wordt vertolkt in het aangrijpende klankbord: „Fragmenten uit het dagboek van een vluchteling". Sue Chang. een Hmong-jongen uit een van de bergdorpen, moet vluchten voor de kommunistische overheersers. Doet hij dal niet. dan zal hij zeker gedood worden. Zoals zijn vader.... Sue Chang besluit, samen met een groep, te vluchten. Het wordt een barre tocht vol met verschrikkingen. Velen overleven het niet. Uiteindelijk bereiken zc dc grens met Thailand die gevormd wordt door dc Mekongrivier.

We luisteren naar Sue Chang:

Het is middernacht als we de oever van de

Mekong-rivier bereiken. Daar.... aan de overzijde.... daar is Thailand.... daar is de vrijheid. Maar de Mekong is een brede rivier. En hel water stroomt snel. En er is bijna niemand van ons bergvolk die kan zwemmen. Maar we hebben geen keus. We besluiten een vlot van bamboestengels te bouwen.

Halverwege de rivier gebeurt het ongeluk. Ons vlot klapt tegen een rotsblok en slaat om. Ik word door de golven meegesleurd. Slechts als door een wonder bereik ik de overkant van de rivier. Doelloos loop ik landinwaarts. Tot een Thaise grenswacht mi opvangt. Dan begrijp ik pas dat ik de vrijheid bereikt heb. Ik ben gered! Ik leef.

Ik weet nog goed hoeveel indruk dit klankbord op mij maakte. De onvoorstelbaar grote nood van de vluchtelingen van Azië werd dicht aan ons hart gelegd.

Een avond aan de Mekong

Het is juni 1990. Nooit had ik kunnen denken dat ik zelf aan de oever van de Mekong zou staan. En toch is dit de werkelijkheid. Ik kijk naar de snclstromende rivier en zie aan de overkant, in de verte, de bergen van Laos. De zon gaat onder en de tropennacht valt snel in.

Als vanzelf gaan mijn gedachten terug naar die bondsdag, negen jaar geleden. En ik probeer mij in te leven wat het geweest moet zijn voor de vele Hmong-vluchtelingen om te staan aan de andere oever met het zicht op het vrije Thailand. Achter hen de dreiging van de Laotiaanse soldaten: voor hen de gevaarlijke rivier. Wat moesten zc doen'? Maar eigenlijk hadden ze geen keus! Degenen die Thailand werkelijk bereikten, werden tijdelijk opgevangen in kampen. Vaak had men niet veel meer dan zijn herinneringen en misschien dc hoop op een betere toekomst.

Maar de weken werden maanden die op hun beurt vergleden in de jaren. Dit „tijdelijk" duurt nu al langer dan elf jaar.

Vluchtelingenkamp Ban Vinai

Dicht bij de grens met Laos ligt het kamp Ban Vinai. Voor de ingang staan Thaise soldaten te kontroleren. Alleen met een officiële kamppas kom ik als „vreemdeling" het kamp binnen. Wanneer alles in orde wordt bevonden, gaat de slagboom omhoog en mag ik hel kamp binnen. Ik heb ogen tekort om alle beelden in me op te kunnen nemen. Op een kleine oppervlakte leven meer dan 35.000 mensen bij elkaar. Vluchtelingen, voor wie het kamp „thuis" is geworden. Overal in het kamp zie je kinderen. Je struikelt cr bijna over. Kinderen die in de modder spelen, kinderen die op hun. nog kleinere, broertjes of zusjes passen.

Kinderen in de schooltjes. Het is ook geen wonder want meer dan de helft van de bevolking in Ban Vinai is nog geen veertien jaar. Dat betekent dat heel veel jongeren in het kamp geboren zijn en dus geen andere wereld kennen dan het kampleven.

Het kamp is volgebouwd met huisjes van riet en bamboe. Eerst stonden er alleen maar grote loodsen maar langzamerhand hebben de Hmong zelf er van alles omheen gebouwd zodat de natuurlijke omgeving van Laos een beetje nagebootst werd. Er werden heuvels gemaakt met huisjes onderaan, halverwege en bovenaan de heuvel. Wanneer je dan ook een wandeling door het kamp maakt, waan je je werkelijk in een bergdorp. In het kamp houden ze varkens, eenden en ganzen. Verder borduren ze, er zijn wat smederijen cn er wordt wat groente gekweekt in piepkleine tuintjes. Men probeert op deze manier een zo normaal mogelijk leven tc leiden, maar dat lukt maar gedeeltelijk.

Het is waar dat de vluchtelingen in Ban Vinai nog een redelijke mate van vrijheid kennen. Er

hoeft niet echt honger geleden te worden, medische zorg is voorhanden maar in dat alles zijn ze totaal afhankelijk van anderen. Alles wordt voor hen gedaan. En dat is het wat het geheel toch zo triest maakt. Zo uitzichtloos ook. Jongeren leren niet tc vechten voor dingen die ze in het leven willen bereiken, want wat valt er le bereiken? Jongeren leren niet om verantwoordelijkheden te dragen, want alles wordt voor hen geregeld. Eigenlijk wachten ze. al jaren. Maar waarop?

Hulp die geboden wordt....

Toch staan dc Hmong niet helemaal alleen in hun grote zorgen. Er wordt veel hulp geboden. Ook vanuit Nederland. Zo ligt de verantwoordelijkheid voor dc medische zorg in het kamp in handen van dc stichting 7.0A-Vluchlelingenzorg uit Apeldoorn. Naast de twee ziekenhuisjes beschikt ZOA over een apotheek, een laboratorium, een tandartsenpraktijk. een aantal wijkcentra en klaslokalen. Er wordt veel gebruik gemaakt van deze medische zorg. Maar toch zijn cr ook nog heel wat mensen die liever naar de shaman. een soort geestendokter, gaan dan naar de westerse artsen of verpleegkundigen. Er heersen nog veel vooroordelen en er is ook behoorlijk wat onwetendheid ten opzichte van dc medische zorg. Daarom is het heel belangrijk dit werk zo dicht mogelijk bij de mensen zelf te brengen. Om dat te bereiken, worden cr door de ZOA-werkers vluchtelingen opgeleid binnen de medische zorg. Met dc bedoeling dat dit werk uiteindelijk geheel in handen van de vluchtelingen zelf komt. Zodat hen ook hierin geleerd wordt zelfverantwoordelijkheid te dragen cn over te dragen.

Wat dat betreft ben ik onder de indruk gekomen van de inzet en motivatie van de ZOA-werkers die met enorm veel geduld cn doorzettingsvermogen hun krachten geven in de medische hulpverlening.

Wie zal ons het goede doen zien?

In Psalm 4 lezen we: ..Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? ". Het zal ongetwijfeld een vraag zijn die ook in de harten van de Hmong regelmatig op zal rijzen. Deze vraag gaat des te meer klemmen nu bekend is dat het kamp binnen drie jaar verdwijnen moet van de Thaise regering. Volgens deze regering is cr geen noodzaak meer dat de Hmong langer in Thailand blijven. Dc vluchtelingen moeten nu dus een keus maken: of teruggaan naar Laos. of vertrekken naar Amerika of verplicht overgeplaatst worden naar een ander kamp in Thailand. Maar dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Terugkeer naar Laos geeft vaak veel aanpassingsproblemen na zoveel kampjaren.

Bovendien is men altijd nog bang voor represaillemaatregelen. Voor Amerika komt slechts een geselekteerde groep in aanmerking, dus.... heerst er onzekerheid alom. Wat zal de toekomst brengen?

Als je zo door het kamp loopt met zijn duizenden inwoners en je laat al de zorgen cn problemen op je inwerken, dan blijft alleen nog het gebed over: „Heere. verhef Gij het licht van Uw aanschijn over hen". Ik zou je dan ook willen vragen om de Hmongvluchtelingen. naast je gaven voor hen. in jullie gebed te gedenken. Zodat ze niet alleen een plaats mogen krijgen om in vrijheid te leven, te wonen en te werken, maar dat dc Heere bovenal het licht van Zijn aanschijn ook over hen zou doen lichten.

Woerden. Barry van der Schoot

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.