+ Meer informatie

Dow-Jones nog steeds een baken in zee

6 minuten leestijd

Een record op Wall Street. Woensdagavond eindigde de Dow-Jones boven de 3000 punten, acht en een half jaar nadat deze beursbarometer definitief de grens van 1000 passeerde. De index van New York geldt binnen de financiële wereld nog altijd als een baken in zee, al kan men zich afvragen of er, gezien het eenvoudige en beperkte karakter ervan, geen sprake is van een overwaardering.

Eindelijk was het zover. Al vanaf omstreeks begin maart schommelde de Dow-Jones-index in de buurt van die 3000 punten. Na de snelle opmars die zich aftekende in de eerste weken na het uitbreken van de Golfoorlog, vertoonde de opwaartse lijn een hapering en bleek genoemd niveau een moeilijk te slechten barrière.

Maar woensdagavond bereikten we dan toch een nieuw historisch hoogtepunt, op 3004,46. Het oude dateerde van 16 juli 1990 en bedroeg 2999,75. Kort daarvoor, tijdens de handel op 13 juli, was de graadmeter voor het eerst in de geschiedenis boven de 3000 geklommen, maar het lukte toen niet dat peil tot het einde van de dag vast te houden; en om officieel te kunnen spreken van een record, moeten we de slotstand als criterium gebruiken.

Tekortkomingen

De beroemde index is ongeveer een eeuw oud. Ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw startten Charles Dow en Henry Jones, die als firma de nog steeds bestaande en gezaghebbende Wall Street Journal uitgaven, de dagelijkse publikatie ervan. De berekening geschiedt op simpele wijze, op basis van een handjevol gegevens. Aanvankelijk keek men naar de noteringen van twaalf toonaangevende fondsen.

Tegenwoordig berust het cijfer dat uit de bus rolt op de koersen van een vaste groep van dertig ondernemingen uit de Amerikaanse industrie, waaronder giganten als Exxon, IBM, General Motors, AT&T, Coca-Cola, Union Carbide, Eastman Kodak, General Electric, Procter & Gamble, Goodyear en Boeing. De prijzen van de betrokken aandelen worden opgeteld en daarna gedeeld door de factor 1,31. Geen ingewikkelde sommen komen eraan te pas; de Dow-Jones blinkt uit door zijn eenvoud. Dat is door de tijd heen niet veranderd.

Maar daarin ligt natuurlijk tevens de zwakte. Zo hanteert men dus geen wegingsfactoren, in de vorm van bij voorbeeld de omzet in elk van de waardepapieren of de omvang van het uitstaande aandelenkapitaal van elk van de concerns. Elke koers telt even zwaar mee. Een andere tekortkoming is, dat het gaat om niet meer dan dertig fondsen, terwijl er op Wall Street transacties plaatsvinden in de aandelen van ruim tweeduizend bedrijven. De Dow-Jones vertegenwoordigt derhalve slechts een beperkt deel van de markt.

Een meer betrouwbaar beeld van de totale gang van zaken in New York verschaft dan ook de Standard & Poor-index. Die neemt namelijk vijfhonderd fondsen in beschouwing. Overigens past hierbij van de andere kant de aantekening dat op alle beurzen de smaakmakende multinationals veelal de trend zetten voor het gehele veld. Ondanks bezwaren valt de legendarische populariteit van de Dow-Jones in ieder geval niet stuk te krijgen, zo laat de financiële wereld permanent blijken.

Mijlpalen

Het passeren van de grens van 3000 punten betekende een nieuwe mijlpaal in het bestaan van deze beursbarometer. Toen in oktober 1929 de krach uitbrak, stond hij nog onder de 300. Op 14 november 1972 sloot hij voor de eerste maal boven de 1000 punten. Aanleiding voor de stijging van dat moment vormden de royale herverkiezing van president Nixon en de vooruitgang bij de vredesbesprekingen over Vietnam. Na een hoogtepunt van 1051 op 11 januari 1973, dat verband hield met de beslissing van de Amerikanen om de bombardementen op dat land op te schorten, ging het bergafwaarts. De oliecrisis die zich niet lang daarna aandiende en de daaruit voortvloeiende tegenslag voor de economie, maakten beleggers in de rest van de jaren zeventig terughoudend.

Het duurde tot 6 januari 1981 voordat de DowJones opnieuw boven de 1000 uitkwam. De dalende inflatie leidde destijds tot optimisme. Op 27 april lag het slot op 1024. De hausse was echter van kortstondige aard. De recessie in de Verenigde Staten en andere delen van de wereld zorgde voor een correctie tot rond 800 in 1982.

In augustus van dat jaar, toen de economische inzinking nog voortduurde, begon een lange periode van krachtig herstel. De aandelenkoersen liepen vooruit op de opleving van de conjunctuur. Op 11 oktober klom de index weer tot boven de 1000 punten. Op 12 december 1985 sneuvelde de grens van 1500. Op 8 januari 1987 kon de vlag in top omdat de barrière van 2000 punten werd doorbroken. Reeds zes maanden later, op 17 juH, vloog de Dow-Jones voorbij, de 2500. Hij steeg door tot 2722 (25 augustus). Toen sloeg half oktober de paniek toe en beleefden we een wereldwijde krach. De graadmeter op Wall Street duikelde naar 1738. Pas in augustus 1989 was hij terug op het peil van precies twee jaar eerder.

Het voorlaatste record kwam tot stand, zoals vermeld, op 16 juli 1990. De Golfcrisis veroorzaakte vervolgens een kentering in het beursklimaat. Aan de onzekerheid kwam op 17 januari een einde. Tegen de verwachting in bracht de oorlog geen val, doch juist een sterke opleving van de koersen. Op de financiële markten ervaarde men het militaire ingrijpen als een opluchting. De basis was gelegd voor een fase van aantrekkende noteringen. De dalende rente en hoop op een spoedig einde van de recessie in de VS gaven verdere impulsen. De Dow-Jones kon op jacht naar nieuwe records. Tien jaar geleden gold het niveau van 1000 punten nog als een magische grens. Maar de grenzen worden verlegd.

Invloed

De Dow-Jones spreekt tot de verbeelding. Waarschijnlijk geniet geen index een zo grote bekendheid als deze. Binnen de financiële wereld gaat er een geweldige invloed van uit. Op de effectenbeurzen en op de kantoren van handelaren en professionele beleggers wordt het verloop van de graadmeter via de moderne communicatiemiddelen van minuut tot minuut gevolgd.

Ook in het tijdperk van de computer blijft de oude Dow-Jones een belangrijke rol spelen in de oordeelsvorming en bij de beslissingen van marktpartijen. Hij bepaalt vaak de richting, zo leert de ervaring, van de koersontwikkeling op de aandelenbeurzen buiten de Verenigde Staten. Geeft de barometer in New York 's avonds (Nederiandse tijd) zonneschijn aan, dan heerst er de volgende dag meestal ook een vriendelijk klimaat op het Damrak in Amsterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.