+ Meer informatie

Voor de jeugd

9 minuten leestijd

Beste Jongelui! Beste Jongelui!

We hebben in deze rubriek in de loop der jaren, al heel wat geschreven over allerhande zaken die aan de orde gesteld werden, door middel van vragen, of die voor onze aandacht kwamen en waarover we dan meenden het een en ander te moeten zeggen.

Nu bedreigt ons een gevaar, als je iedere keer weer tot schrijven geroepen wordt, dat je op de duur in herhaling gaat vervallen.

Niet dat dit niet eens nodig is, om de dingen weer opnieuw aan de orde te stellen, want de praktijk leert, dat heel veel mensen, heel veel ook weer gauw vergeten zijn, en daarom steeds weer naar je mening vragen over allerhande zaken, die soms zeer kort geleden nog behandeld zijn. Om nu niemand te vervelen, dacht het ons goed om met elkander eens een stukje uit de bijbel te gaan lezen. Wat is voor jonge mensen nuttiger en beter, dan om het woord van God ter hand te nemen en je daardoor te laten leiden. Dat het in het leven van heel velen totaal verkeerd gaat, is simpel te verklaren uit het feit, dat het woord des Heeren niet meer het richtsnoer voor het leven is.

De argumenten, waarom men het woord des Heeren ter zijde stelt, zijn bekend. Men zegt: Het is een ouderwets boek. Daar kun je in deze tijd niets meer mee beginnen. Het heeft mogelijk alleen z’n nut nog voor oude mensen, die voor dit leven praktisch afgeschreven zijn; en voor kleine kinderen. Die kan men verhalen voorlezen uit de bijbel, om ze daarmede zoet te houden. Maar, aldus redeneert men, als je midden in de bruising van het leven staat, dan begin je met de bijbel ten enenmale niets. En daarom acht men het verloren tijd om aan de „oude Boek”, dat nooit oud wordt, nog enige aandacht te schenken. Misschien vragen jullie: Waarom wordt dat oude Boek nooit oud? Heel eenvoudig, omdat de Auteur er van, God zelf, eeuwig leeft. En daarom heeft het Woord van God ook eeuwig zeggingskracht. Alle vlees is als gras. Het gras verdort en de bloem valt af, maar het Woord des Heeren blijft tot in der eeuwigheid.

Waar we het nu over hebben willen, dat is de geschiedenis van Gideon. Gideon is één van de richters geweest, die het volk Israël gericht heeft, of om het nog anders te zeggen: aan het leven van het volk Israël leiding gegeven heeft. Jullie kunnen zijn geschiedenis lezen in Richt 6-8.

De geschiedenis is heel leerzaam. Ook dit stukje oude geschiedenis. Want dat Gideon leefde, is al heel lang geleden. Het aktuele in dit stukje gewijde geschiedenis is, dat de mensen, die er in voorkomen, precies eender mensen geweest zijn, als dat wij mensen zijn. Dit geldt ook van jonge mensen. Men maakt tegenwoordig nog al eens onderscheid, met de mensen van vroeger en nu. Zo doet men dat ook met de jeugd. Men spreekt dan over de „jeugd van tegenwoordig”, alsof die minder zou zijn dan de jeugd van vroeger. Dat is een regel die er bij mij nooit in wil. Ik geef toe natuurlijk, dat onze jonge mensen in een andere tijd leven dan vroeger, wat de ontwikkeling betreft. Tegenwoordig zijn er heel veel dingen, waar men in de dagen van Gideon nog niet van droomde. Men had toen b.v. geen auto’s, radio’s en T.V.’s en noem voor mijn part nog heel veel meer andere dingen, die er vroeger niet waren. Ik geef ook toe, dat alle genoemde dingen en ook niet genoemde dingen, de verleiding tegenwoordig wel vergroten. Maar het hart van de mensen, dat is de eeuwen door gelijk gebleven. Dat is van huis uit verdorven. En daarom melden niet alleen vandaag de kranten „roof en moord”, je kunt dit ook al lezen op de eerste bladzijde van de bijbel: Kaïn sloeg zijn broeder Abel dood. En dat gebeurde toch werkelijk niet omdat er toen voor hem geen levensruimte was want het ganse land was voor zijn aangezicht - doch hij deed dit, omdat de haat leefde in zijn hart, zoals die leeft in het hart van elk mens van nature. Als we daaraan ontdekt worden, wordt dat oude Boek, de bijbel, voor ons aktueel, omdat deze ons de mensen laat zien zoals ze zijn. Gelukkig. Als het over de „mensbeschouwing” gaat, word je door de meeste boeken bedrogen, op een zodanige manier, dat het water je wel uit de ogen mocht lopen. Het Woord van God echter bedriegt je niet. Als je het zo mag zien, dan zeg je: Gelukkig dat er nog een Bijbel is, een Boek, een Vriend, Die mij eerlijk behandelt.

De geschiedenis van Gideon begint met ons te verhalen dat de kinderen Israëls deden dat kwaad was in de ogen des Heeren. De kinderen Israëls waren de nakomelingen van vader Jacob, die na zijn worsteling te Pniël, de naam Israël heeft gekregen. Als je nog verder terug gaat met je gedachten, dan zijn de kinderen Israëls de nakomelingen van vader Abraham. Dat is degene waar de Heere een verbond mede heeft opgericht, toen Hij zeide: Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u en tussen uw zaad in hunne geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. Gen. 17 : 7.

Dat verbond is het genadeverbond. Daarmede was Abraham bevoorrecht met zijn zaad, boven de andere volken. Jacob met zijn nakomelingen, de kinderen Israëls deelden dus ook in dit voorrecht.


Hij gaf aan Jacob Zijne wetten
Deed Israël op Zijn woorden letten;
Hij leerde ze in Zijn wegen wand’len,
Zo wou Hij met geen volken hand’len;
Die moesten Zijn getuigenissen
En Zijn verbondsgeheimen missen....
Ps. 147 : 10.


Dat wil natuurlijk niet zeggen dat nu alle kinderen Israëls als bekeerde mensen moeten worden aangezien, krachtens het verbond, dat de Heere met hen had opgericht. Want het merendeel heeft de wezenlijke betekenis van het genadeverbond nooit verstaan.

God had Zich wel aan hen verbonden, maar zij hebben nooit aan de Heere verbonden willen wezen. In feite bleven zij verbonden aan hun eerste hondshoofd Adam, waarin ze van God waren afgevallen.

Gezien wat God allemaal gedaan had, waren zij, in onderscheiding van de heidenen, dubbel verantwoordelijk voor al hun daden. De Heere keek uit Zijn hoge hemel, om het zo eens te zeggen, op de kinderen Israëls neer, of zij wel in Zijne wegen wandelden. Want dat waren zij krachtens het verbond, dat Hij met hen opgericht had, verplicht: Heel gewoon: Verplicht!

En wat ziet de Heere nu? Er staat: Maar de kinderen Israëls deden dat kwaad was in de ogen des Heeren. Het staat er zo eenvoudig, dat een kind het wel begrijpen kan. Zij hadden moeten doen, dat gene wat „goed” was in de ogen des Heeren. Zij hadden naar Zijn geboden moeten leven. Zij hadden de verbondswet moeten onderhouden. Maar dat deden zij niet. Zij verlieten God en daarom ook Zijn gebod. Deze twee gaan altijd samen: Wie God verlaat, verlaat ook Zijn gebod. En wie zijn gebod verlaat, verlaat ook God. Hij keert Hem de rüg toe.

We maken nu even een hele grote sprong en komen midden in het jaar 1973 terecht, te midden van onze jonge mensen. De ouderen mogen er ook bij wezen natuurlijk. Waarom niet! We hebben tenslotte voor elkaar geen geheimen. Ik hoop altijd, dat via dit schrijven de afstand tussen jong en oud overbrugd wordt. Ik kan wel eens jaloers zijn op een jong mens. Ik ben zelf nog wel niet zo heel oud, maar begin toch wel tot de ouderen te behoren. Dat gaat zo ongemerkt. En als ik dan aan jonge mensen denk, dan denk ik wel eens: Hij/zij heeft minder kwaad gedaan dan ik, omdat hij/zij nog zoveel jonger is. Want hoe ouder men wordt, hoe meer kwaad men doet. Het wordt nooit minder. We maken wel de schuld nog dagelijks meerder. Als onze oudere lezers zich dat bewust zijn en „eerlijk willen wezen voor God”, dan gaan ze niet boven de jonge mensen staan, maar er naast, zo niet er onder. In dien zin, dat de één dan de ander uitnemender gaat leren achten dan zichzelf. Als we zo in de geest bij elkaar zijn, kunnen we verder praten. Wij behoren niet tot de kinderen Israëls, net als de nakomelingen van Jacob. Maar er is toch wel een bepaalde overeenkomst tussen hen en ons, wat onze verhouding tot God betreft. Want God heeft ook met ons Zijn verbond opgericht. Toen jullie gedoopt zijn, is uit dat eeuwigblijvende Woord van God dezelfde tekst voorgelezen, als die aan Abraham en zijn zaad gegeven werd, Gen. 17 : 7. Wij zijn daarin ook bevoorrecht boven de heidenen. Maar op ons ligt dan ook een veel grotere verplichting om de Heere te dienen, met ons ganse hart en leven. Dat is met hart en leven wandelen in de wegen des Heeren. Daar kan niemand van onderuit. De Heere ziet nu ook op ons neer, wat wij er van terecht brengen. Heel konkreet betekent dat: Dienen we de Heere uit liefde? Want dat is het enige wat de Heere vraagt en waar het in ons aller leven op aan komt. En als jullie dan eerlijk zijn en in de stille ogenblikken van je leven eens om het hoekje van de deur van je hart kijken, wat zie je dan? O schrik! Ik weet het niet natuurlijk, hoe het bij jullie gesteld is, want ik ben geen hartekenner. Maar ik denk dat er dan heel veel is van binnen, in ons hart, wat in de ogen van Hem, die harten en nieren proeft, Die ons doorgrondt en kent, kwaad is. Ik zou zeggen, begin eens met acht te geven op deze dingen. Wie weet, of het je niet brengt aan de voeten van Hem, voor Wie we allen zwaar schuldig staan, maar bij Wie toch ook vergeving is.

Doch nu moet ik weer nodig gaan eindigen. Jullie denken toch wel serieus aan ZATERDAG 28 APRIL, de ontmoetingsdag te Dordrecht? Als je nog geen plannen gemaakt hebt, doe het dan gauw!

De hartelijke groeten van jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.