+ Meer informatie

"Als gouden de portalen zijn"

5 minuten leestijd

Er is de eeuwen door veel gestreden in kerkportalen. Van al die betreurenswaardige conflicten is er een de geschiedenis ingegaan als de "Paneelzagerij van Abraham Kuyper".

Gouden portalen. Ik ken ze niet, zeker niet bij kerken. De twee mooiste portalen zag ik in Berlijn. Daar staat aan de beroemde Kurfürstendam nog het portaal van de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche. De kerk is bij de bombardementen in 1944/1945 totaal verwoest, maar het portaal staat er nog. Het is nu een tentoonstellingsruimte met fotocollages van de bouw van de kerk, de ingebruikname enzovoorts. Het portaal is schitterend. Kosten noch moeiten zijn gespaard om het tot een monument te maken. Het portaal geeft er een goede indruk van hoe het geweest is.

Een paar kilometer verderop staat nog een ander portaal, namelijk van de hoofdsynagoge in de Oranienburgerstrasse. De synagoge is in de zogenaamde Kristallnacht totaal verwoest, alleen het portaal staat er nog.

Het portaal is onvoorstelbaar groot en de rijkdom overweldigend. Prachtige mozaïeken met symbolische voorstellingen. Ook die ruimte is een tentoonstellingsruimte geworden, die een prachtig en ontroerend beeld geeft van het Joodse leven in Berlijn voor de komst van het nationaal-socialisme.

In beide portalen denk ik altijd aan het gedicht: "Als gouden de portalen zijn/ hoe zullen daar de zalen zijn." De foto's laten het zien. Maar gouden portalen heb ik nooit aangetroffen. Daarvoor moet je wellicht boeddhistische tempels in India bezoeken.

Portalen hebben een geschiedenis. Daar wachtte de predikant op een bruidspaar om hen naar binnen te geleiden. Daar hebben ontmoetingen plaats. Soms zeer verrassende. Wat gaat er door iemand heen als hij na jaren weer kerkt in het gebouw waar hij zolang niet is geweest. Emigranten die op familiebezoek komen, kunnen ervan meepraten.

Er is ook veel gestreden in de portalen. De kerkgeschiedenis is er vol van. Na de Dordtse synode van 1618/1619 werd de remonstranten de toegang tot de kerkgebouwen geweigerd en dat voltrok zich vooral in het portaal. Na de Afscheiding in 1834 was dat niet anders en zo ook bij de Doleantie in 1886. Later, in 1926 bij het conflict rond dr. Geelkerken, was dat zo en we kunnen de jaartallen 1944 (Schilder) en 1953 (Steenblok) er in één adem aan toevoegen.

Van al die betreurenswaardige conflicten, die vaak op zondag in en bij het portaal tot een uitbarsting kwamen, is er één die de geschiedenis is ingegaan als de "Paneelzagerij van Abraham Kuyper".

Het drama voltrok zich in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, het kerkgebouw dat we kennen van de huwelijksbevestiging van kroonprins Willem-Alexander en Máxima. De kerk ook waar de kroning plaatsheeft. In die kerk voltrok zich in de eerste dagen van januari 1886 een groot kerkelijk conflict.

Abraham Kuyper was met een groot aantal ouderlingen en diakenen geschorst om een kwestie over het wel of niet afgeven van kerkelijke attestaties. Kuyper en de zijnen erkenden de schorsing niet en meenden rechten te hebben op de kerkelijke goederen, zoals de gebouwen, het archief et cetera. De tegenpartij was daarop voorbereid en had voorzorgsmaatregelen genomen. De kerkenraad schakelde via een aannemer die de Amsterdams kerkgebouwen in onderhoud had, enkele bouwvakkers in om vooral de Nieuwe Kerk op de Dam te bewaken. In geschriften van die tijd werden de bouwvakkers omschreven als "pootige kerels." Zij hadden de opdracht om niemand toe te laten tot de gebouwen dan degenen die een schriftelijk bewijs hadden dat ondertekend was door de voorzitter van de kerkenraad.

Na allerlei pogingen zagen Kuyper en de zijnen kans om met behulp van de politie de "pootige kerels" weg te krijgen.

Wat Kuyper ervoor in de plaats stelde, was ook niet mis. De bekende Klaas Kater en enkele anderen namen de plaats van de vorige bewakers in. Klaas Kater was een man van bijna 2 meter en van een ongelofelijke kracht. De tegenstanders spotten dat Kater ook krabben kon. Maar ondanks de bewaking kwam Kuyper toch het gebouw niet in, want men had de centrale toegangsdeur van een nieuw slot voorzien en de deur van een ijzeren plaat.

Kuyper zou Kuyper niet zijn als dat niet werd opgelost! Met behulp van een smid werden de sponningen uit de deur gehaald en met het nodige breekwerk werd de ijzeren plaat verwijderd. Het demonteren van het nieuwe slot was toen een fluitje van een cent.

Kuyper nam direct het archief en het ledenbestand in beslag. Na korte tijd moest via allerlei (kerk)rechtelijke procedures de Nieuwe Kerk weer worden afgestaan aan de kerkenraad van de hervormde gemeente. Maar de gebeurtenis zelf leeft voort als de "paneelzagerij" van Kuyper. Het aantal spotprenten dat erover is gemaakt, is niet te tellen.

Op de grote tentoonstelling ter gelegenheid van de Doleantieherdenking in 1986 is de deur tentoongesteld. Zelden zal een deur zoveel bekijks hebben gehad. Of er in de kerkelijke conflicten na de Doleantie nog andere deuren zijn ontzet, weet ik niet. Eigenlijk hoop ik van niet. Wel werden kansels bewaakt. Dan ging er een ouderling of een gemeentelid vast op de kansel zitten om te voorkomen dat er een predikant zou voorgaan die "aan de andere kant stond."

Bij zo'n gebeurtenis verstomt de regel uit het gedicht: "Hoe zullen daar de zalen zijn..." Dan past het allen om het hoofd te buigen en te doen als Job: de hand op de mond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.