+ Meer informatie

EEN CHRISTELIJKE HANDREIKING AAN EEN ZOEKENDE SAMENLEVING Christelijke politiek in een pluriforme samenleving

9 minuten leestijd

Als we kijken naar de huidige samenleving en naar de dadendrang van het huidige paarse kabinet is er veel wat ons verontrust. Toch heeft niet somberheid het laatste woord als ik de huidige mogelijkheden van een christen-politicus wil verkennen. Zeker, als het gaat om de bescherming van het leven worden de grenzen verder opgerekt. En in het streven naar werk, werk en nog eens werk is niets heilig, zelfs die ene rustdag, een Godsgeschenk, niet. Het lijkt inderdaad gerechtvaardigd om te stellen dat bij het huidige kabinet het geloof in de marktwerking en menselijke autonomie sterker is dan de overtuiging dat de overheid gerechtigheid behoort na te jagen. Bovendien is het duidelijk dat we niet meer in een christelijke samenleving leven. Hoewel over dit alles een somber verhaal te schrijven zou zijn, zou dit een simplificatie zijn van de politieke en culturele werkelijkheid en een te sombere voorstelling van de mogelijkheden die de christen-politicus heeft. Mijn stelling dat er juist in deze tijd ruimte is voor christelijke politiek wil ik onderstrepen aan de hand van het zogenaamde moraal-debat.

Naïef Verlichtingsgeloof

Het is nogal paradoxaal dat er juist onder het huidige paarse kabinet een moraal-debat wordt gevoerd. Het feit dat onder het eerste kabinet zonder christen-democraten en een kabinet dat zich eenzijdig richt op werk er een gesprek over de noodzaak van een moraliserende overheid wordt gevoerd, is opmerkelijk. Nog wonderlijker is het dat het juist liberalen zijn die zich niet onbetuigd laten in dit gesprek. Als zelfs degenen, die traditioneel moeite hebben om zelfs maar het woord moraal in de mond te nemen, zich in het moraal-debat mengen, is er wat aan de hand.

Het heeft er alle schijn van dat de vrijheid-blijheid-cultuur over z’n hoogtepunt heen is. En na jaren, waarin het christendom een steeds marginaler verschijnsel leek te worden, valt het op dat als het gaat om de grondslag onder onze moraal er weer nadrukkelijk in de richting van het christendom wordt gekeken. Deze ontwikkelingen stemmen christenpolitici, die altijd al de relatie tussen geloof en politiek hebben willen leggen, hoopvol.

Lang zijn culturele ontwikkelingen als secularisatie en individualisering beschouwd als de weg naar de vrijheid, maar nu lijken de voordelen niet meer op te wegen tegen de nadelen. Maar inmiddels zitten we wel met de brokken. De roep om een moraliserende, normstellende overheid komt voort uit de, ook door mij gedeelde, overtuiging dat we te maken hebben met een verbrokkelde publieke moraal. Wat goed is voor de één hoeft niet goed te zijn voor de ander. Om in de analyse van onze tijd nog dieper te steken: we moeten constateren dat we in een cultuur leven die steeds meer los van God is geraakt. Velen geloven niet (meer) in God, en het geloof dat mensen nog rest is het naïeve Verlichtingsgeloof dat wetenschap, techniek en een goede economie wel in staat zijn om onze problemen op te lossen. En als zelfs dat geloof mensen is ontvallen, blijft vaak niets anders over dan gevaarlijke onverschilligheid.

Terug naar de bronnen

In het debat over waarden en normen is door veel deelnemers erkend dat waarden als naastenliefde en gemeenschapszin zijn geërodeerd en dat ons dat voor grote maatschappelijke problemen plaatst. Voor velen is het duidelijk dat de vervanging van God heeft geleid tot culturele en politieke vervlakking. Behalve Bolkestein heeft ook de liberale filosoof Kinneging zich in het debat geroerd. Hij startte het debat vorig jaar door zich stevig af te zetten tegen het platte Veronica-liberalisme waarin alles draait om authenticiteit, autonomie en individualiteit. Als jij je ergens goed bij voelt, ìs het ook goed. Moraliseren is volgens dit idee uit den boze.

Kinneging is echter allerminst positief over de mens. Volgens hem is de mens “een woeste barbaar die zonder bedenken moordt en rooft” en dus kàn de mens niet de morele maat der dingen zijn. De liberaal voert daarom het pleidooi voor een morele opvoeding waarbij het gaat om het aanleren van deugden als moed, gematigdheid en piëteit. In een ander verband beklaagde Kinneging zich over het feit dat velen nauwelijks meer weet hebben van het christendom en de oude beschaving van de Grieken en de Romeinen. Echter, wanneer we weer een goed begrip van o.a. de rechtsstaat, het familieleven en het onderwijs willen krijgen, dan zullen we volgens Kinneging weer terug moeten gaan naar de bronnen van onze beschaving. Hij spreekt over een hernieuwde geestelijke kennismaking en toeëigening van de Geist waaruit al onze instituties zijn voortgekomen, het klassiek-humanistische erfgoed en de christelijke traditie.

Geen bezielend verband

Uit het moraal-debat blijkt dat er weer gezocht wordt naar zingeving en naar een moreel fundament voor ons (maatschappelijk) leven. Het is net alsof God ons op dit moment laat zien wat de gevolgen zijn van een leven zonder Hem. Voor degenen die mèt Hem willen leven is het niet verwonderlijk dat naar zingeving en moreel fundament wordt gezocht. Want hoe weten we zonder God wat goed en fout is? Wie anders kan eigenlijk echt zin aan ons bestaan geven dan de Here God zelf? Het is mijn overtuiging dat in een samenleving zonder God en ideaal het gevaar dreigt, dat mensen alleen nog maar streven naar rijkdom en eigen belang. En ik vrees dat onze samenleving, waarin het bij zovelen gaat om auto, boot en caravan, vatbaar is voor morele ontsporing en egoïsme. Terecht heeft prof. dr. A.Th. van Deursen daar in zijn Huizingalezing, in december 1995, op gewezen. En voor hoevelen is het leven niet meer dan een zinloos bestaan dat ontvlucht kan worden met behulp van XTC en houseparty’s? Wellicht ervaren we het nu aan den lijve hoe hoogmoedig het was dat, na de Verlichting en tijdens de culturele omwenteling van deze eeuw, gesteld is dat de mens op eigen kracht kan leven.

Vervolgens is echter wel de vraag, hoe nu verder? Want anders blijft het bij enerzijds de vertwijfelde ongelovige en anderzijds de vergenoegde gelovige die zich in zijn handen wrijft en zegt: “Zie je wel, ze kunnen niet zonder ons, de bijbelse waarheid en onze God”. Terwijl ook christenen deel uit maken van de cultuur en ook de kerk deelt in de malaise en die malaise niet heeft kunnen voorkomen. Geen reden dus voor zelfgenoegzaamheid.

Conservatief

Een liberaal als Kinneging benadrukt terecht dat de mens niet automatisch goed is. Toch is het mijn vaste overtuiging dat het liberale antwoord tekort schiet. Teveel wordt daarin gesproken over de christelijke traditie, het christendom en christelijke waarden en normen alsof het losse ‘dingen’ zijn. Als echter de christelijke traditie, waarden en normen los van God zelf staan, kunnen ze ons niet redden. De christelijke waarheid bestaat niet uit een systeem, een geheel van regels en aanwijzingen. Die waarheid is een Persoon, Jezus Christus, en in het christelijk leven gaat het om de persoonlijke omgang met God.

Wanneer de liberaal zijn hoop vestigt op een christelijke waarheid van duidelijke, vastomlijnde waarden en normen, dan benadert hij het christelijk geloof op een conservatieve manier. Het gaat levende christenen om Gods stem in hun leven, ze willen Gods Woord openen in het gewone leven. De christelijke waarheid is niet alleen maar van gisteren of eergisteren, maar die waarheid is elke morgen nieuw (Klaagliederen 3:23). Daarom kan er geen culturele, maatschappelijke en politieke vernieuwing plaatsvinden door te leunen op de verworvenheden van de christelijke traditie. Een ‘christelijke’ oplossing is gelegen in een levende omgang met God en Zijn Woord.

Van postbode brief worden

In de omgang met de Here God dienen we als tijdbetrokken christenen ook dienstbaar te zijn aan de samenleving waarin we leven. Die dienstbaarheid behoort zowel profetisch als priesterlijk van karakter te zijn. In de profetische dienstbaarheid zijn christenen cultuurkritisch. In onze hebzuchtige en materialistische cultuur zouden wij daartegen onze stem moeten verheffen. We dienen te wijzen op de afbrokkelende bescherming van het zwakke en de zwakken, inclusief het ongeboren, gehandicapte en naar het einde neigende leven. We moeten verder wijzen op het veel te ver doorgeschoten neoliberalisme, op de dreigende sociale ongelijkheid tussen hen die wel in de maatschappelijke dynamiek meekunnen en hen die dat niet kunnen, op onze onverantwoorde levensstijl en de daarmee gepaard gaande milieuvervuiling. Zo moeten we Gods Woord steeds opnieuw opnenen, en in dat Licht ons eigen leven en onze samenleving kritisch toetsen.

Zoals gezegd is de dienstbaarheid aan onze samenleving en cultuur ook priesterlijk van aard. In een tijd waarin ethiek slechts deel-ethiek is, alleen maar bruikbaar op een bepaald moment en in een bepaalde situatie, kan de waarde en het belang van een integraal perspectief benadrukt worden. Gods Woord is heel ons leven een lamp voor onze voet. Zonder een integrale visie verbrokkelt het leven, ook het politieke en maatschappelijke leven. Het is derhalve broodnodig dat christenen ook anderen laten delen in het perspectief dat zij hebben. Drs. W.G. Rietkerk, actief in l’Abri, zei het zo: “Wij moeten van postbode een brief worden en in die brief moet iets heroïsch zichtbaar worden, iets van een daad-christendom dat aanstekelijk werkt; christenen die al hun kaarten zetten op het bestaan van de levende God - en dan zien wat er gebeurt!”

Als we leesbare brieven willen zijn, is het ook van belang dat we werkelijk leesbaar zijn voor een samenleving die van God vervreemd is geraakt. In 1994 is onze fractie haar werk begonnen met de wens om ‘de paarsen een paarse’ te zijn. In navolging van Paulus op de Areopagus willen we ons verstaanbaar maken voor onze collega’s en voor de samenleving. Dat betekent dat we aloude boodschap eigentijds en tijdbetrokken willen vertolken. En het moraal-debat toont aan dat dat geen overbodige luxe is. Juist een een tijd van ontideologisering mogen christen-politici een samenhangende visie etaleren. Het perspectief dat God ons biedt heeft ook een naar zin en samenhang zoekende en pluriforme samenleving iets te bieden. Daarom is voor negativisme, wanhoop of zelfs terugtrekking met prijsgeving van die pluriforme samenleving allerminst aanleiding. Sterker, het zou een ernstige verzaking zijn van onze taak als christen in ‘een wereld zonder God’.

Mr. A. Rouvoet, lid van de gemeente van Woerden, is lid van de RPF Tweede-Kamerfractie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.