+ Meer informatie
Print this document

Een prachtige droom

Christinne ook op reis in Bunyans Christinnereis

7 minuten leestijd

Rennen. Harder. Je kunt bijna niet meer. Je hijgt. Je hart bonkt in je keel. Hij heeft je bijna te pakken. Net als hij je grijpen wil, word je wakker. Je hebt gedroomd. Dromen zijn vaak onsamenhangend. Allerlei personen doorkruisen je nacht. De volgende dag weet je alleen nog die overheersende emotie. Maar er zijn uitzonderingen. Dromen die je bij blijven.

Een prachtige droom, zo begint De Christinnereis. De droom is verre van onsamenhangend. Is ook niet slechts gebaseerd op een overheersend gevoel. Maar berust op de grondwaarheden van ons bestaan.
De droom is doortrokken van woorden uit de Bijbel. Het laat prachtig zien wat er gebeurt als God ingrijpt in je leven.
De Christinnereis is een vervolgdeel op De Christenreis van John Bunyan: de moeite van het lezen waard.
De schrijver van het boek vertelt dat hij droomt over de vrouw van Christen. De verharde vrouw, die absoluut niet van plan was om haar man te vergezellen op zijn reis naar Sion. De vrouw die geprobeerd heeft haar man van zijn dwaze voornemen af te brengen. En die hem tenslotte heeft laten gaan.
Maar niet zonder hem te bespotten en belachelijk te maken.

Christinne
Nu tref je Christinne, want zo heet zij, totaal anders aan. Bedroefd. Gekweld in haar geweten. Haar man is gestorven en nu dringt het tot haar door hoe dom ze geweest is.
Want haar man is nu gelukkig. En zij heeft dat geluk veracht. En ook haar kinderen ervan teruggehouden de zaligheid te zoeken. Daarbij hamert steeds dat ene zinnetje door haar hoofd, wat Christen zo vaak zei: “Wat moet ik doen om zalig te worden?” Christinne kan niet anders dan huilen en zichzelf verwijten maken.
Maar hoor! Er wordt op de deur geklopt. Wie is daar aan de deur? Een boodschapper van de Barmhartige: zijn naam is Geheim.
“Christinne,” zegt hij, “ik ben gezonden om je te vertellen dat mijn Zender een God is die graag vergeeft. Ja, dat Hij een vermaak schept in menigvuldige vergeving. Hij wilde u ook laten weten, dat Hij u uitnodigt om in Zijn tegenwoordigheid te verschijnen aan Zijn tafel.”
Hiermee begint de reis van Christinne en haar vier zonen.

Barmhartigheid
Christinne is echter niet de enige die stad Verderf verlaat. Bunyan ziet in zijn droom dat een jong buurmeisje, Barmhartigheid geheten, haar vergezelt. Barmhartigheid wordt door Christinnes verhaal gegrepen. Ze besluit om een stukje mee te gaan. Maar, steeds bekruipt haar dezelfde vrees. Ze is bang dat ze niet welkom zal zijn. Christinne is hartelijk uitgenodigd door de grote Koning van de weg. Maar zij is slechts op uitnodiging van Christinne op pad gegaan.
Deze vrees lijkt werkelijkheid te worden als ze de poort bereiken aan het begin van de weg.
Barmhartigheid ziet de deur achter Christinne en haar jongens dichtgaan… En zij ligt nog buiten. Christinne zou een goed woordje voor haar doen. Maar de minuten lijken wel uren. Barmhartigheid houdt het niet meer uit. Ze is bang dat nu werkelijkheid wordt wat er staat in Mattheüs 24: er zullen twee vrouwen malen in de molen; de een zal aangenomen en de andere zal verlaten worden (vers 41). Maar dan valt haar oog op de woorden boven de poort: Klopt en u zal opengedaan worden. En dan klopt ze. Heel hard.
Als de poort voor haar openzwaait, ligt Barmhartigheid flauwgevallen aan de deur. Ze krijgt de heerlijke woorden te horen dat ze welkom is. “Ik bid voor allen, die in Mij geloven, hoe zij ook tot Mij komen.”

Verschillende reizigers
De Christinnereis is, net als De Christenreis, een beeldverhaal, een allegorie. Bunyan vergelijkt het leven en de bekering van een kind van God met een reis, uit stad Verderf naar de berg Sion. In De Christinnereis laat Bunyan meerdere reizigers voor het voetlicht komen.
In de verschillende reizigers wil de auteur iets tot uitdrukking laten komen van de veelkleurigheid van het werk van God. Niet alle kinderen van God worden op dezelfde manier geleid. Sommigen zijn helden in het geloof, zoals Dapper-voor-dewaarheid, Standvastig en de oude heer Eerlijk.
Anderen echter gaan hun weg zeer zwaarmoedig. Altijd bang en bevreesd. Zoals Vrezende, of Kleinmoedig, Gereed-tot-Hinken, en dochter Zeer Bevreesd. Ze komen niet makkelijk vooruit. Worden snel verschrikt. Toch vallen juist zij onder de bijzondere zorg van de Vorst van de heirweg. Hun geldt de bijzondere toezegging van de Heere: “Vertroost de zwakken en ondersteunt de kleinmoedigen!”

Gids Groothart
De ondersteuning van de Heere komt nadrukkelijk tot uitdrukking in de gids die Christinne en Barmhartigheid mee krijgen op de weg, de heer Groothart. Ze hoeven hun reis niet alleen te gaan. Want al snel blijkt hoe zwak en weerloos ze zijn. Twee ongure kerels willen hen verkrachten.
Op het verdere van hun reis is het steeds Groothart die de strijd aanbindt met vijanden op de weg. Vaker nog komt hij naar voren als raadgever of onderwijzer. Tot aan het einde van de reis mag hij de gids voor Christinne zijn. Samen met haar kinderen begeleidt hij Christinne tot aan de oever van de rivier.
Daar gekomen vangen ze nog haar laatste woorden op: “Ik kom, Heere, om bij U te zijn en U te loven.” Stil keren haar kinderen terug naar hun tijdelijke woning. Maar Groothart speelt van vreugde op de welklinkende cymbaal en de harp.
Bunyan prees De Christinnereis aan met een gedicht. Het was zijn wens dat ook “zijn tweede Pelgrim vruchten geeft, waarbij de geest van een goede pelgrim leeft. En overrede hen, die dwalend gaan, hun voet en hart te wenden in Gods baan!”

---
Bunyan tekent pastoraal
Een prachtig boek, vindt ds. W.J. Karels De Christinnereis. “Vooral jongeren – liefst alle jongeren – zouden De Christinnereis moeten lezen. Bunyan tekent in dit boek heel treffend, eenvoudig en helder die zielen, in wier harten wel een waar genadewerk is geboren, maar voor wie het een grote strijd blijft of hun werk wel in der waarheid is. Die strijd blijft soms tot aan het einde van hun leven. Toch blijkt uit hun hele leven – soms meer dan uit hun woorden – dat zij gericht zijn op Gods Woord en op de eeuwigheid.
Juist die bestredenen worden Schriftuurlijk-bevindelijk getekend. Zij zien zo hoog tegen anderen op, komen bij zichzelf meer vrees dan hoop, meer dood dan leven tegen. Dat blijkt ook uit hun namen: Gereed tot hinken, Vreesachtig, Kleinmoedig, Boetvaardig. In De Christenreis vooral gaat over christenen, die voor henzelf duidelijkheid en min of meer licht over het genadewerk in hun ziel ontvingen: Christen, Getrouwe, Hopende. In De Christinnereis tekent Bunyan zeer pastoraal de van verre staanden, aangevochtenen, die gebonden zijn aan het Woord van God.

Vreesachtig
Zelf heb ik dit boek met zeer veel stichting gelezen. Onderwijzend hoe Bunyan de kleinste in de genade niet weg slaat, integendeel. Maar hen ook niet grondt buiten Christus! Bijzonder is de passage over Vreesachtig. Hoe zijn leven wordt getekend, is heel teer. Vreesachtig lag wel een maand te kermen bij de poel Mistrouwen, ook al boden velen de helpende hand. Teruggaan kon ook niet: hij zou sterven als hij niet in de hemelstad kwam. Hij struikelde over ieder strootje. Maar op een zonnige morgen, zonder nevels, was hij er opeens door. Hij luistert graag naar goede gesprekken, maar durft er zelf niet aan deel te nemen. Zijn kloppen op de Poort was nauwelijks hoorbaar, dacht hij. Voor leeuwen op de weg was hij niet zo bang; wel voor het bedrog in zijn hart. Wat een verschil met de grote woorden en het leven van vele anderen zoals mevrouw Zeepbel. Vleiend, glimlachend, maar zonder Godsvreze.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.