+ Meer informatie

DE AMBTSDRAGER IN CONFLICTSITUATIES

17 minuten leestijd

Dat er verschil bestaat tussen wat de gemeente van Christus krachtens haar hoge roe-ping volgens de aanwijzingen van het Evangelie behoort te zijn en het beeld dat zij in werkelijkheid te zien geeft, komt niet zelden op verdrietige wijze tot uitdrukking in de conflictsituaties die haar kenmerken. Hoewel anders zou mogen worden verwacht en door haar Hoofd Christus in elk geval anders wordt verlangd, heeft zij met alle wereld-se gemeenschappen maar al te vaak gemeen dat mensen, door welke oorzaken dan ook, tegen mensen oplopen en met elkaar in conflictueuze situaties geraken. Dat is dan ove-rigens niet van vandaag of gisteren. Reeds kort na het ontstaan van de gemeente van Christus manifesteerde zieh dit verschijnsel. De bijbel maakt daarvan op méér dan één plaats melding. In het derde hoofdstuk van zijn eerste brief aan de Corinthiërs spreekt Paulus een krachtige veroordeling uit over de tweedracht in de gemeente van Corinthe. Hij memoreert de tijd waarin zij nog onmondigen in Christus waren, waarin zij zieh meer als vleselijke dan als geestelijke mensen openbaarden. Het geestelijke voedsel dat Paulus hun toediende moest van lichte substantie zijn. En dat moet het ook nu nog zijn, schrijft de apostel, want blijkens de nijd en twist die onder u zijn, leeft gij nog als onveranderde mensen. Blijkens wat Paulus verder schrijft hadden de conflicten in Corinthe sterk te maken met menselijke voorkeuren en groepsvorming rond bepaalde geestelijke voorgangers, een verschijnsel dat ook de gemeente van Christus in onze tijd niet vreemd is.

Ook uit de brief van de apostel Jacobus aan de twaalf stammen in de verstrooiing komt naar voren dat het in de gemeenten van de begintijd niet altijd pais en vree is geweest. In hoofdstuk 3 van zijn brief, in de verzen 13-18, duidt de apostel de scherpe tegen-stelling aan tussen de wijsheid die van boven is en de zogenaamde aardse wijsheid. De laatste kwam tot uitdrukking in de bittere naijver en zelfzucht die door de apostel ken-nelijk waren opgemerkt. Zij resulteerden in wanorde en allerlei kwade praktijken. Het was er toen en het is er nu. Er is ook wat dit betreft, niets nieuws onder de zon.

Zware wissel

Behalve met de vreugden die aan het werk in de gemeente van Christus zijn verbonden, krijgt men als ambtsdrager ook te maken met spanningen en conflicten. Er zijn gemeenten die als oasen van rust en vrede bekend staan. Maar talrijker zijn de gemeenten waar interne spanningen en conflicten van de kerkeraad grote geestelijke wijsheid en bestuurlijke vaardigheid vragen. Wie in het kerkelijke leven van vandaag enigszins thuis is, weet dat er kerkeraden zijn die onevenredig veel tijd moeten investeren in het glad-strijken van plooien en het effenen van hobbels die het leven in de gemeente te zien geeft. Op elke ambtsdrager individueel wordt in zulke situaties in de regel een zware Wissel getrokken, zeker wanneer hij in het werk van de kerkeraad met echte betrokken-heid partieipeert.

Wie over conflictsituaties in de gemeente van Christus spreekt, moet onderscheid maken tussen conflicten die de totaliteit van de gemeente raken en conflicten die zieh be-perken tot de persoonlijke verhouding van enkele gemeenteleden onderling of tot het kleine verband van het gezin. De eerste zijn vaak erg moeilijk en de tweede niet gemak-kelijk. Laat ons enkele situaties eens onder ogen zien.

Innerlijke verscheurdheid

Het ergste waarmee een kerkeraad en de ambtsdragers persoonlijk kunnen worden ge-confronteerd is een situatie, waarin leden van de gemeente geestelijk tegenover elkaar komen te staan en zieh in groepen tegenover elkaar gaan opstellen, bijvoorbeeld omdat men het niet eens is over de wijze waarop men vandaag kerk van Christus moet zijn.

Er zijn vrij veel gemeenten met Sterke liggingsverschillen, die voortdurend onder de spanning staan van fricties over zaken die de ene groep wel en het andere deel niet wil. Wanneer zulke situaties escaleren, kan de innerlijke verscheurdheid binnen een gemeente zó groot worden dat van een gezonde functionering van het geestelijke leven nauwe-lijks meer sprake kan zijn. De gezamenlijke viering van de geloofsgeheimenissen in de gemeente komt dan onder druk te staan, de prediking loopt gevaar geen nut (meer) te doen en een proces van geestelijke vervreemding van elkaar dreigt op gang te komen. Niet weinig gemeenten leiden op deze wijze een kwijnend geestelijk bestaan. Alle dingen die tot een geordend kerkelijk leven behoren, worden trouw in ganggehouden en individueel mogen door leden van de gemeente misschien nog veel goede dingen worden ervaren, maar in onderlinge geestelijke verbondenheid is de gemeente ver verwij-derd van het beeld dat de Here Jezus van Zijn gemeente verlangt. Wat staan veel kerkeraden soms machteloos om in zulke situaties de gemeente te corrigeren en bij te sturen, om niet te spreken van situaties, waarin kerkeraden op volstrekt inadequate wijze de Problemen te lijf gaan. Want ook dat komt voor.

Malcontente breeders en zusters

Een ander voorbeeld. Vooral in de kerken van traditioneel-gereformeerde signatuur neemt de predikant in het leven van de gemeente nog altijd een centrale plaats in;cen-traal in deze zin dat behalve prediking, catechese en pastorale zorg voor zieken, ook andere activiteiten van de gemeente hun beginpunt bij de predikant vinden en in de voortgang sterk van de initiatieven en inventiviteit van zijn persoon afhankelijk zijn. Dat maakt hem enerzijds belangrijk en tegelijk erg kwetsbaar. Want in dat alles heeft hij te maken met mensen die over lang niet alles gelijk denken. Niet zelden gebeurt het dat de wijze waarop een predikant in zijn werk functioneert, bij enkelen weerstanden en irritatie oproept. Soms is ontevredenheid over de prediking de oorzaak, dan weer voelt men zieh tekort gedaan in het ontvangen van pastorale aandacht. Verwijdering tussen leden van de gemeente en de predikant kan ook ontstaan doordat de laatste in situaties waarin pastorale vermaning nodig is, ontactisch optreedt of vanuit onvoldoen-de inzicht in de achtergronden en bijkomende omstandigheden op een zaak ongelukkig inspeelt. Vooral hierin - zo leert de ervaring - ligt vulkanische conflictstof opgeslagen. Enkele malcontente broeders en zusters weten soms hele groepen uit de gemeente te-gen de persoon van de predikant te mobiliseren. Een kerkeraad die in zulke situaties handelend en bemiddelend moet optreden, is in de regel niet te benijden.

Verstoorde familierelaties en gezinsmoeilijkheden

In de gemeente kunnen ook verstoorde familierelaties voorkomen. Allerlei oorzaken kunnen daaraan ten grondslag liggen, als daar zijn een verbroken verloving waarbij twee families uit éénzelfde gemeente betrokken zijn, onenigheid over de juistheid van de keuze van de kerkeraad voor wat betreft de begeleiding van de zondagse gemeentezang, familievetes rond geldelijke aangelegenheden, waaruit soms toestanden van volstrekte wederzijdse negatie kunnen groeien en wat al niet meer. Al te vaak hoort men van broeders en zusters die elkaar om de een of andere reden niet mogen, die wel tot één en dezelfde gemeente behoren, maar elke normaal menselijke en geestelijke communi-catie met elkaar uit de weg gaan.

Gesproken is dan nog niet over gezinsmoeilijkheden. Tussen ouders en kinderen bestaat in onze tijd lang niet altijd een harmonieuze verhouding, althans niet voorzover zij moeten samenleven binnen de disciplines van het gezinsverband. Hoewel de kinderen vandaag het ouderlijk huis in de regel al hebben verlaten, vóórdat de tegenstellin-gen tot een onhoudbare toestand zijn uitgegroeid, komt het toch nog wel voor dat de hulp van een predikant of wijkouderling wordt ingeroepen om zo mogelijk orde op zaken te helpen stellen.

Dat ook huwelijksconflicten en huwelijksontrouw de gemeente van Christus niet voor-bijgaan, wordt op soms schrijnende wijze door kerkeraden en door ambtsdragers individueel in hun wijk ervaren. Als zulke gevallen ter kennis van de ambtsdragers komen is de destruetie dikwijls al zo ver voortgeschreden dat zelfs met het grootste krediet op de kracht van het Evangelie elke hoop op herstel illusoir lijkt. Wat kan de ambtsdrager zieh in zulke situaties machteloos voelen. Alleen het stellen van de juiste diagnose is in zulke gevallen al moeilijk, laat staan het vinden van een goed reeept voor de toe te passen geestelijke therapie.

Conflicten waarin de ambtsdrager partij is

Tot nu toe noemde ik conflictsituaties waarbij de ambtsdrager wel kan worden betrok-ken, maar waarin hij in elk geval zelf geen partij is. Van dat laatste kan echter ook spra-ke zijn. De samenwerking met de broeders in de kerkeraad verloopt niet altijd even harmonieus. Zeker wanneer het om controversieel geladen zaken gaat, kunnen ook broeders van de kerkeraad geërriteerd of door krenkende uitlatingen beledigd tegenover elkaar komen te staan. Hoewel minder dan vroeger - althans naar mijn indruk - komt het ook nu nog voor dat op het huisbezoek geestelijke kortsluiting ontstaat doordat de bezochte broeders en zusters geen antenne blijken te (willen) hebben voor de geestelijke golflengte waarop de ouderling uitzendt (of omgekeerd). Snel geëmotioneerde ambtsdragers kunnen zieh in zulke situaties soms tot uitspraken en kwalificaties laten verleiden, die een huisbezoek in het tegendeel kunnen doen verkeren dan waartoe het bedoeld is. Op het betrokken adres wordt de goodwill van de ambtsdrager dan vaak tot onder nul geredueeerd. Van conflicten in de volle zin van het woord kan hier misschien niet altijd worden gesproken, maar in elk geval wel van een schadelijke verstoring van de harmonie tussen mensen.

Het zal duidelijk zijn dat op de vraag welke bijdragen van de ambtsdrager mag worden verwacht om conflicten in de gemeente van Christus te voorkomen, te verzachten of op te heffen, geen antwoord kan worden gegeven dat voor alle gevallen als een alge-meen reeept toepasbaar is. Elke situatie heeft eigen factoren en omstandigheden en de vraag hoe daarop door de kerkeraad als geheel of als ambtsdragers persoonlijk moet worden ingespeeld, zal geval voor geval onder ogen moeten worden gezien. Wel kunnen enkele algemene gedragslijnen, zo men wil gedragsregels worden aangereikt, waaraan de ambtsdragers zieh in conflictsituaties zullen dienen te houden. Ik wil een poging doen er enkele op een rij te zetten.

Niet buiten schot blijven

In de eerste plaats geldt ingeval van conflictsituaties, zeker wanneer deze het geestelijk welzijn van de gemeente als geheel raken, voor elke ambtsdrager persoonlijk als eerste voorwaarde dat hij, na zieh een duidelijk oordeel over de situatie te hebben gevormd, in alle eerlijkheid en duidelijkheid laat blijken waarin naar zijn mening een verantwoor-de aanpak en een heilzame oplossing gelegen zou kunnen zijn. Hij drage naar het hem door God verleende inzicht gedachten aan om daartoe te geraken. Wie al wat langer in het kerkewerk bezig mag zijn, weet dat elke kerkeraad altijd wel bemand is met enkele broeders die zieh bij moeilijkheden in de gemeente uit een zekere angst partij te zullen moeten kiezen, liever wat op de achtergrond houden. Men heeft misschien wel een mening, maar men spreekt die liever niet uit. Men ziet misschien wel wáárin de aanpak of de oplossing van een conflict gelegen zou kunnen zijn, maar men partieipeert liever niet in een besluit daartoe, omdat men persoonlijk naar de gemeente toe alle opties (moge-lijkheden) liever openhoudt. Of men is het volstrekt oneens met het door de kerkeraad te volgen beleid, maar men dürft daarvoor niet rondweg uitte komen. Elke ambtsdrager bidde om en streve naar oprechtheid en vroomheid, ook als het gaat om een duide-lijke en eerlijke standpuntbepaling in conflictueuze situaties.

Zonder aanzien des persoons

Voor een verantwoorde behandeling van conflicten die betrekking hebben op de in-richting van het kerkelijke leven, de liturgische vormgeving, de funetionering van de predikant en van diens prediking in de gemeente, is nodig dat de ambtsdragers beschik-ken over het vermogen om de dingen die in geding zijn, te toetsen aan Schrift en belij-denis. Voorzover het gaat om zaken waarvoor door de kerken in breder verband onder-ling afspraken zijn gemaakt, zal een goede kennis van de kerkorde een adequate behandeling ten goede komen. Wat een algemene eis voor de uitoefening van het bijzondere ambt in de gemeente van Christus is, is in elk geval ook voorwaarde voor het onder ogen zien van controversiës zaken in de gemeente, namelijk goede kennis van het Woord van God en een goed inzicht in de belijdenissen der kerk. Met enige spijt moet men wel eens vaststellen dat het meedenken en meespreken in moeilijke zaken bij som-mige broeders te weinig gedrenkt is in bijbelse wijsheid en daardoor meer gevoelsmatig dan gefundeerd is.

In geval van conflicten rond of met de predikant kan het een kerkeraad al zéér moeilijk worden gemaakt. Hoewel de plaats die de predikant in de gemeente inneemt, niet mag worden verabsoluteerd, hangt met zijn persoon en werk wel een zeer wezenlijk element van het leven van de gemeente samen, namelijk de ambtelijke verkondiging van het Woord van God. Verstoorde verhoudingen tussen predikant en leden der gemeente, die in de regel ook buiten de kring van de direct betrokkenen bekendheid krijgen, hebben op de een of andere wijze altijd negatieve invloed op de prediking. Het is een heilige plicht van elke kerkeraad alles in het werk te stellen de verhouding tussen predikant en gemeente zo zuiver mogelijk te houden en bij verstoring ervan al datgene te doen wat tot herstel kan leiden, eenvoudig omdat anders de prediking van het Woord er onder te lijden kan krijgen.

De gedachte dááraan en de bescherming daarvan moet bij alles centraal staan. Dit laat overigens onverlet dat in bepaalde situaties ook de predikant tot de orde kan moeten worden geroepen. Ook hij is mens en niets menselijks is hem vreemd. Een geërriteerde uitval, een misplaatste opmerking, een al te scherpe karakterisering, negatie van broeders en zusters van wie hij tegenspraak te duchten heeft, het versluierd uitdelen van re-primandes via de preekstoel, snelle opvliegendheid wanneer de dingen in de gemeente een andere loop nemen dan men zieh had voorgesteld, het zijn allemaal dingen waaraan ook de predikant zieh schuldig kan maken en niet zelden leiden zulke dingen tot con-flicten. In broederlijke liefde en uit besef van verantwoordelijkheid voor het heil van de hele gemeente, zal een kerkeraad dan de moed moeten hebben ook de predikant onder correctie te stellen en hem in positieve zin bij te sturen. Zonder aanzien des per-soons. In de kerkeraad wordt de geest van broederlijke samenwerking alleen maar be-vorderd wanneer men elkaar als broeders in het onderlinge opzicht steeds eerlijk in de ogen kijkt. Met onuitgesproken gedachten over elkaar rondlopen (hoewel het ons duur te staan zou komen wanneer alles hardop zou worden gezegd) schept in het algemeen een sfeer van onoprechtheid in de onderlinge omgang.

Behoedzaamheid in huwelijks- en andere persoonsconflicten

Voor de ambtsdrager die met deze conflicten te maken krijgt, is grote behoedzaamheid om méér dan één reden een belangrijke voorwaarde. Hij mag en moet het tot zijn roe-ping rekenen oorzaken van de verstoorde verhouding op te sporen, verwijten op juist-heid te toetsen, achtergronden te analyseren en vanuit het Evangelie en zijn eigen ge-zonde inzichten zo mogelijk remedies tot verbetering aan de hand te doen. Maar dat alles wel met een zekere terughoudendheid. Men treedt in zulke situaties namelijk over de drempel van de discretie de intimiteit van het leven van de ander binnen en dan past ook de ambtsdrager een zekere afstandelijke opstelling. Vragen die de intimiteit van het leven tussen twee mensen raken, zullen pas aan de orde kunnen en mogen komen wanneer een sfeer van goed vertrouwen is ontstaan. De ambtsdrager tone zieh in elk ge-val niet nieuwsgierig door op handig verkapte of duidelijk opgelegde wijze te trachten pikante details van het huwelijksconflict aan de oppervlakte te brengen. En hij zij vooral behoedzaam in woorden die hij in zulke situaties spreekt. Ondoordacht uitgesproken oordelen of conclusies kunnen zieh tegen de ambtsdrager keren. Zo ergens dan geldt ook hier de waarheid van wat in Spreuken 21 :23 Staat: „Wie zijn mond en zijn tong bewaakt, bewaart zieh zelf voor benauwdheden”.

Met name bij huwelijksconflicten in de gemeente kan de ambtsdrager die erin gemengd wordt, een gevoel van onmacht bespringen. Zoals eerder al is opgemerkt, kan de destruetie soms al zo diep ingevreten zijn, dat de beste pogingen om de huwelijkspart-ners vanuit de noties van het Evangelie weer naar elkaar toe te buigen geen soelaas meer lijken te kunnen bieden. Het is erg soms te moeten constateren dat de kracht van het Evangelie daartoe niet meer toereikend lijkt te zijn. Toch moet men als ambtsdrager de handen niet al te snel in de lucht steken. Menige ambtsdrager heeft mogen ervaren dat in een goede samenhang tussen de verwijzingen naar het Evangelie en het gebed om Gods genadige medewerking twee mensen, wier verhouding door en door te lijden had onder de corrosie van verstarring, verveling en wederwijze irritatie, weer geheel op een spoor met elkaar werden gebracht.

Altijd zal mij bij blijven hoe ik als jonge ouderling te hulp werd geroepen in een jong gezin waarvan de vader en de moeder vanwege een naar buiten goed verborgen gehou-den diepe verstoring van hun huwelijksverhouding, op het punt stonden uit elkaar te gaan. Na enkele uren over en weer verwijten te hebben aangehoord en geen begin of einde aan de zaak meer ziende, zond ik ter plekke hetsignaal omhoog: „Here, als het me ergens niet lukt dan hier; Uw medewerking zal er aan te pas moeten komen. Geeft U alstublieft wijsheid aan mijn kant en ontvankelijkheid voor Uw Woord aan de andere kant……” Nog altijd ben ik er dankbaar voor dat God zieh in die situatie niet onbetuigd heeft gelaten. God hielp. Zijn Geest moet het Woord in het hart van de betrokkenen kracht van argument hebben verleend en het gezamenlijke gebed beslag hebben laten leggen. De verhouding heeft zieh mogen herstellen en is tot nu toe gaaf gebleven. Als God in zulke situaties wijsheid geeft dan mag men als ambtsdrager bevestigd zien wat in Spreuken 16 : 23 Staat: „Het hart van de wijze maakt zijn mond verstandig en versterkt het betoog op zijn lippen”.

Menselijke getuigen

Bij lang lopende conflicten, waarbij de ambtsdrager direct of alleen ambtshalve is be-trokken, gebeurt het niet zelden dat in de vervolggesprekken wordt teruggekomen op eerder gedane uitspraken. De ervaring leert dat het geheugen de partijen dan nog wel eens in de steek laat. „Dat heb ik niet gezegd” of „dat heb ik zó niet gezegd” of „ja, dat heb ik wel gezegd, maar dat sloeg op heel iets anders”, zijn dan veel gehoorde uit-latingen. Aan zulke welles-nietes-spelletjes wordt ook in de kerk onder broeders en zusters maar al te vaak de indruk van draaierij en leugenachtigheid bij de tegenpartij overgehouden. Met alle nare gevolgen van dien. Want doorverteld, gaan zulke dingen in de gemeente en in het brede verband van de kerken snel een eigen leven leiden.

In situaties waarin elk woord nauw luistert of waarin een op handen zijnd gesprek al bij voorbaat met wantrouwen is omgeven, kan het gebeuren dat de ambtsdrager achter-af wordt geconfronteerd met de omstandigheid dat een gesprek, waaraan hij als direct betrokkene of als bemiddelaar deelnam, door onzichtbare apparatuur op de band werd vastgelegd. Soms gebeurt dat ook met telefonische conversaties. Ik weet van gevallen waarin dit voor de betrokkenen bij een conflict achteraf uiterst pijnlijke momenten op-leverde. Een querulante ouderling, die vaak met dubbele tong sprak, is door zijn predikant met behulp van deze feilloze technische registratie eens op ontdekkende wijze onderuit gehaald.

Kan dat? Mag dat? In het algemeen niet, naar ik meen. Al kan er reden tot wantrouwen zijn, nimmer zal men - in elk geval nooit zonder medeweten en goedvinden van alle betrokkenen - zijn toevlucht mogen nemen tot methoden, die doen denken aan Systemen in landen waar het met de persoonlijke vrijheid niet zo nauw wordt genomen. Wie de oogopslag van de ander niet rechtuit vindt en twijfels heeft aan het ja en neen van de ander, hale menselijke getuigen bij het gesprek. Die zijn méér bijbels dan het gebruik van opnameapparatuur.

Er zou over dit alles meer te schrijven zijn. In breder verband hoop ik over niet al te lange tijd op dit onderwerp terug te komen. Tot besluit nog dit: veel kerkelijke en persoonlijke conflicten zouden kunnen worden voorkomen en in elk geval goed kunnen worden beheerst, wanneer men bij het aan de dag treden van tegenstellingen en moei-lijkheden de tong, door de Schrift als een onbedwingelijk kwaad aangemerkt, méér onder de tucht van Gods Woord zou stellen. Ten prooi aan emoties maakt zij van mensen roerloze schepen, soms met de meest catastrofale onderlinge aanvaringen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.