+ Meer informatie

OPGRAVINGEN

MIZPA

5 minuten leestijd

Toen togen alle kinderen Isalëls uit en de vergadering verzamelde zich als een enig man, van Dan af tot Berseba toe, ook het land van Gilead, tot den Heere te Mizpa. (Richteren. 20 : 1)

Mizpa betekent: uitkijk, wachtpost of wachttoren. Afgaande op deze betekenis, mogen we dus verwachten, dat de stad, die allang niet meer bestaat, maar

door de opgraving weer is opgezocht, gelegen moet hebben op een hoogte, waarvan men een ver uitzicht had over het omringende land. Dit bleek inderdaad het geval te zijn. Er loopt van Jeruzalem noordwaarts een oude weg, waarover vele geslachten gedurende eeuwen getogen zijn. Volgen we ook deze weg, dan ontdekken we ongeveer 13 km van Jeruzalem af aan de linkerhand een ruïneheuvel, met stenen bezaaid. (Teil en Nasbe) Dit is, onderzoekingen hebben dat aangetoond, het oude Mizpa, dat bij de verdeling van Kanaan aan de stam van Benjamin werd toegewezen.

Beklimmen we deze heuvel, dan worden we dadelijk al getroffen door het schitterende uitzicht, zodat de naam Mizpa hier wel zeer toepasselijk is. Vooral een blik in de richting van de hoofdstad Jeruzalem is prachtig.

Herhaalde malen heeft Mizpa in het middelpunt van de belangstelling gestaan in oude tijden. Doordat de plaats zo mooi gelegen was en tevens zo gunstig in het midden van het land, w r as het de aangewezen plek voor het houden van volksvergaderingen, wat toen zeer gebruikelijk was. Daar stroomde het volk samen om te spreken over de strafexpeditie tegen Benjamin, wat bijna de uitroeiing van deze stam tengevolge had (R.ichteren 20.)

Samuël verzamelde het ganse Israël te Mizpa, waar plengoffers gebracht werden, voordat de strijd tegen de Filistijnen begon. Trouwens, Samuël kwam ieder jaar in Mizpa, om daar te richten, terwijl later, al weer op een volksvergadering, Saul tot koning werd uitgeroepen. (1 Samuël 10.)

Niet alleen als vergaderplaats verwierf Mizpa grote bekendheid, ook werd het een vesting van betekenis, vooral in de dagen van koning Asa, die er een versterkte 'grensvesting voor het rijk van Juda van maakte. Zoals we vaker gezien hebben, was de watervoorzieningen van vestingsteden een moeilijk punt en daar heeft Asa dan ook zijn aandacht aan geschonken, want daartoe liet hij putten uithouwen om het kostbare water te bewaren. Later is zo'n put gebruikt om dienst te doen als massagraf. „De kuil nu, waarin Ismaël al de dode lichamen der mannen, die hij aan de zijde van Gedalia geslagen had, henenwierp, is dezelfde, die de koning Asa maakte vanwege Baësa, de koning Israëls; deze vulde Ismaël, de zoon van Nethanja, met de verslagenen." (.Ier. 41 : 9.) Nu zijn er bij de opgravingen inderdaad van die putten te Mizpa gevonden en misschien mogen we één van die putten in verband brengen met deze gruwelijke geschiedenis.

Zelfs werd na de val van Jeruzalem in 586 v. Chr. Mizpa de residentie van de stadhouder Gedalja, die aldaar vermoord werd. „Ook sloeg Ismaël al de Joden, die met hem, namelijk met Gedalia te Mizpa waren, en de Chaldeen, de kx-ijgslieden, die aldaar gevonden werden. (Jer. 41 : 3)

De opgravingen hebben uitgewezen, dat het oude Mizpa een kleine, doch sterke vesting was, ongeveer 3, 2 ha oppervlakte, omringd door een sterke muur van 600 m lengte, die op sommige plaatsen 4, op andere plaatsen 6 m dik was, terwijl de zware onderbouw 6 m hoog geweest moet zijn. Op de hoeken van deze muur waren een tiental torens of bastions gebouwd ter versterking. Deze muur moet gebouwd zijn omstreeks 900 v. Chr., d.i. in de dagen van Asa. „Toen liet de koning Asa door gans Juda uitroepen (niemand was vrij), dat zij de stenen van Rama, en het hout daarvan, zouden wegdragen, waarmede Baësa gebouwd had; en de koning Asa bouwde daarmede Geba Benjamins en Mizpa." (1 Kon. 15 : 22)

„Blijkbaar is de muur van Mizpa opgebouwd door een aantal naast elkaar werkende en tegelijkertijd zwoegende ploegen, waarvan ieder een deel van de muur moest bouwen; daardoor komt het, dat de sectoren van de muur verschillen wat het metselwerk en de dikte betreft en bovendien is de muur een samenvoeging van aan elkaar sluitende stukken, die met stompe hoeken elkaar naderen" (Dr. A. v. Deui'sen in: Glansen uit het morgenland). In deze muur is slechts één stadspoort geweest. (Kenmerk van oude vestingsteden: zo weinig mogelijk poorten.)

Bekijken we verder de fundamenten van de opgegraven huizen, dan vallen een drietal gebouwen dadelijk op. In het rapport over de opgravingen in Mizpa worden ze genoemd de „four-room buildings"; de gebouwen met vier vertrekken. Ieder van deze gebouwen was 10 bij 12 bij 13 m groot en bestaat uit 3 evenwijdig aan elkaar grenzende kamers en loodrecht daarop een voorgebouw. Men is geneigd, om deze gebouwen als voorraadschuren te zien, maar zekerheid daaromtrent bestaat (nog) niet.

Onder de verschillende vondsten, die er verder gedaan zijn, willen we wijzen op een zegel met de naam Jaazanja er op. Jaazanja, dienaar des konings, staat er op. Deze naam wordt ook genoemd in 2 Kon. 25 : 23 onder de mannen, die bij Gedalja te Mizpa waren. Zou dit zegel inderdaad aan deze Jaazanja „de zoon eens MaËLchathiets, " hebben behoord?

Tenslotte heeft men er veel zegelafdrukken gevonden met 3 letters: m-z-p, zijnde de letters men, tsade en pe (Zie ps. 119 onberijmd, waar in de Statenveitaling deze letters voorkomen). Deze 3 letters beschouwde men als een afkorting van het woord Mizpa en dit gaf de aanwijzing, dat men hier inderdaad met het oude Mizpa te doen had.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.