+ Meer informatie

GELOOFSGESPREK GEMEENTEBREED, EEN BIJZONDERE ERVARING

8 minuten leestijd

Er gebeurt heel veel in een gemeente. Op de eerste dag van de week komt ze samen voor de eredienst. En in de ouerige dagen urordt er in een zekere regelmaat vergaderd door kerkenraad, commissies, uerenigingen en clubs. Aan jongeren wordt catechisatie gegeven. Er uinden bezoeken plaats. Daarnaast zijn er af en toe ook uerstrooiende actiuiteiten zoals een spelletjesmiddag of een barbecue. AI met al ueel bedrijuigheid, maar…

GENADE ALS DE KERN WAAROM HET GAAT

Soms kun je het gevoel hebben dat je met elkaar niet tot de kern komt. We zeggen dat we van genade mogen en moeten leven, maar in hoeverre speelt dat ook daadwerkelijk een rol in ons kerkelijk bezig zijn? We zijn druk doende, maar zijn we wel met de juiste dingen bezig?

Vanuit zulke vragen ontstond in de gemeente van Leiden bij de evangelisatiecommissie het idee om als hele gemeente nu eens extra stil te staan bij die kern. Het idee werd bij de kerkenraad gebracht. Heel concreet werd ook een handvat aangedragen dat als leidraad zou kunnen dienen: 40 dagen: feest van genade. Werkboek voor een verdiepend gemeenteproject, samengesteld door Aad Kamsteeg en Ronald Westerbeek.

BESLUIT OM VAN OPHOUDEN TE WETEN

Na ampele overwegingen, zoals dat heet, gaf de kerkenraad groen licht. Dat betekende dat we als gemeente in een periode van veertig dagen stilgezet zouden worden en ons alleen maar bezig zouden houden met de kern: het wonder van de genade in de Here Jezus Christus. Er zouden geen vergaderingen worden gehouden; activiteiten van jeugdvereniging, clubs, catechisaties, en andere activiteiten zouden worden gestaakt. Hooguit ging het bezoeken van gemeenteleden gewoon door. De titel van het boekje gaf aanleiding om met dit project bezig te zijn in de zgn. veertigdagentijd, of lijdenstijd. Maar het uiterlijk – een fris groen kaft met daarop een relaxte jongedame die zichtbaar en vrolijk geniet van het leven – en de thema’s maakten het geheel niet zo passend voor die tijd. Gekozen werd voor het begin van het kerkenwerkseizoen in september/oktober.

ORGANISATIE

Het besluit was vroeg in het voorjaar genomen. Daarna moest er nog veel werk verzet worden: een stuurgroep ging aan het werk; regelmatig werd de gemeente geïnformeerd over de bedoeling en de stand van zaken; kringleiders moesten worden gevraagd en geïnstrueerd en gesprekskringen samengesteld, etc. etc.

Ieder adres kreeg een werkboek, zodat ook degenen die niet aan een gesprekskring meededen, er wel persoonlijk mee bezig konden zijn. Bovendien zou ook in de morgendienst het thema van de komende week aan de orde zijn, zodat in principe de hele gemeente er op een of andere manier bij betrokken was.

WERKWIJZE

In zes weken hielden we ons bezig met enkele thema’s die van belang zijn voor het geloofsleven en voor het gemeentelijke leven naar binnen en naar buiten. De eerste dag van zo’n week, de zondag, kwam ‘s morgens in de verkondiging het thema aan de orde. In de middagdiensten konden vragen aan de orde komen die in de week daarvoor in de gesprekskringen boven waren gekomen.

De kinderen waren via de kinderkring (kindernevendienst) met hetzelfde thema bezig. De jongeren kwamen tijdens de middagdienst apart bij elkaar om rond de thema’s in gesprek te zijn. Activiteiten van jeugdvereniging, clubs en catechisaties werden in die zes weken gestaakt.

Op een door elke gesprekskring vastgestelde avond kwamen de gesprekskringen iedere week een keer samen. Rond het betreffende thema konden we dan met elkaar delen wat we geloven of niet geloven, waarover we twijfelen of niet, wat ons blij maakt of verdrietig, welke vragen er leven, wat voor zekerheden er zijn etc. etc. We konden op die manier met en van elkaar leren. Ieder bepaalde zelf wat hij/zij met de ander wilde delen. Er was geen enkele dwang. We gunden elkaar de ruimte om open naar de ander te zijn. Maar de maat van de openheid bepaalde ieder zelf. Uitgangspunt voor elk gesprek was altijd een Bijbelgedeelte.

Daarnaast kon ook ieder persoonlijk ermee bezig zijn. Voor elke dag was er meditatief materiaal en werden suggesties gedaan voor een persoonlijke verwerking. Het hele project is afgesloten met een bijzondere dienst, waarin alle thema’s nog een keer de revue passeerden en waarin elke kring een bijdrage had.

How dit is ervaren

Verschiliende aspecten kunnen hierbij onder de loep genomen worden. Te denken valt o.a. aan het materiaal dat is gebruikt; de wijze waarop daarmee is omgegaan; de doorwerking in het persoonlijke en gemeentelijke leven.

Materiaal

Van tevoren was te kennen gegeven dat het materiaal niet meer is dan een hulpmiddel. Ieder persoonlijk en elke kring kon het op een eigen manier gebruiken. Deze opmerking was gemaakt omdat bij de voorbereiding al gebleken was, dat bepaalde terminologieën en sommige opdrachten vragen zouden oproepen.

Eén van de thema’s was bijvoorbeeld: hartstocht voor God. Het woord ‘hartstocht’ heeft in de Bijbel over het algemeen een negatieve klank en functioneert meer in de sfeer van de afgoden dan van de God van de Israël. Is dit woord wel geschikt om daarmee de omgang met de Here aan te duiden? Eén van de opdrachten luidde: Schrijf een liefdesbrief aan God waarin je vertelt waarom je van Hern houdt. Uit de toelichting bleek dat het wel erg sterk op gevoel betrokken was. Voor sommigen was het de vraag of je zo over het liefhebben van God kunt spreken.

Kort samengevat zou je kunnen zeggen dat in het materiaal het relationele – en daarmee soms ook het emotionele – sterkere nadruk kreeg dan het rationele en cognitieve. Dat heeft wellicht ook te maken met het doel van dit materiaal. Dat was niet zozeer Bijbelstudie, als wel het bevorderen van het onderlinge geloofsgesprek. Daarbij ging wel de Bijbel open, maar als aanleiding voor het gesprek. De een heeft dat als een weldaad ervaren, de ander juist als een verenging.

Dit heeft ons er niet van weerhouden om het materiaal toch te gebruiken. Juist die verschillen van inzicht gaven soms aanleiding tot gesprekken van hart tot hart. De één zat soms bij een bepaalde passage met kromme tenen, de ander vond die passage nu juist geweidig. Het heeft nooit aanleiding gegeven tot spanningen.

Omgang met het materiaal

Als zeer positief werd het ervaren dat iedereen op dezelfde dag met hetzelfde Bijbelgedeelte bezig was in zijn persoonlijk leven. Er werd op die manier een vorm van gemeenschap beleefd. Het gaf ook aanleiding om er met elkaar over te praten en elkaar te laten delen hoe een bepaald gedeelte was overgekomen.

Juist de wetenschap dat ook anderen met dezelfde dingen bezig waren, stimuleerde menigeen voor de zogenaamde stille tijd.

Een groot deel van de gemeente deed mee met de gesprekskringen. De samenstelling was zoveel mogelijk gekoppeld aan de wijken. Door het wekelijks bij elkaar komen werd ook een band opgebouwd. Er waren momenten dat geloof en twijfel, blijdschap en verdriet, ontspanning en zorg met elkaar werden gedeeld. Het kon ook in dankzegging en gebed voor God worden uitgesproken.

Velen hebben het als een intensieve periode ervaren waarin ze werden gestimuleerd om zich actief in te zetten in de gemeente. Sommigen vonden het wel wat te intensief. Zes weken was goed, maar het had voor hen ook niet langer moeten duren.

Doorwerking in het persoonlijk en gemeentelijk leven

Sommigen, zowel van jongere gemeenteleden als van senioren, deden voor het eerst van hun leven mee aan een gesprekskring. Een enkeling vond deze periode ook wel voldoende. Anderen gaven te kennen dat het naar meer smaakte.

Elke dag bezig zijn met Bijbelgedeelten en thema’s waarvan je wist dat ook de andere broeders en zusters ermee bezig waren, gaf aan de gemeenschapsbeleving een extra glans. Het bood de mogelijkheid om het gesprek over het geloof aan te gaan, ook op die momenten, dat gemeenteleden elkaar zomaar even ontmoetten. In pastorale bezoeken kon meteen ingehaakt worden op het bijbelgedeelte of het thema dat die dag aan de orde was.

De methode leende zich ervoor om intensief naar elkaar te (leren) luisteren, een niet onbelangrijk aspect in het kerkelijke leven. Er zijn mensen met elkaar in gesprek gekomen over hoe de kern van het christelijk geloof in hun eigen leven functioneert. Zonder dit project hadden ze elkaar misschien wel even vluchtig ontmoet, maar hadden ze elkaar niet op deze manier leren kennen.

TERUGBLIK MET VERWACHTING

Uiteraard liep niet alles even gesmeerd en waren er dingen die duidelijk anders hadden gemoeten. Maar het geheel overziende, kijken we terug op een goed begin van het kerkenwerkseizoen 2010/2011. De veertig dagen werden beleefd in een sfeer van ontspanning, terwijl we intensief bezig waren met wat genade voor ieder van ons betekent of mag betekenen.

Tegelijk moet gezegd worden dat dan na die veertig dagen er weer Stapels kerkenwerk lagen te wachten. Hoe nuchter en zakelijk ook: vergaderen en dingen regelen en organiseren is ook kerkenwerk dat niet los van de Geest van Christus beleefd hoeft te worden.

Hoe dan ook, de smaak naar meer was er en is gebleven. Reden waarom we besloten hebben om ook het kerkenwerkseizoen 2011/2012 op een dergelijke manier te beginnen. Dit keer hebben we gekozen voor een project rond enkele psalmen. We gebruiken daarbij een boek uit de bijbelstudieserie Luisterend Leven. De veertig dagen (6 weken) hebben we teruggebracht naar 3 weken. Maar wie daarna door wil gaan in een zelf te bepalen frequentie, heeft daartoe uiteraard de vrijheid. Graag zelfs.

ds. J. Groenleer (1949) is predikant van de gemeente van Leiden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.