+ Meer informatie

Regek voor gebruik lichaamsmateriaal nodig

„Commercialisering van menselijk lichaam"

2 minuten leestijd

AMSTERDAM - Er vindt een geleidelijke verzakelijking en commercialisering plaats van het menselijk lichaam. Van wettelijke voorschriften waarin het gebruik van lichaamsmateriaal wordt geregeld, is echter nauwelijks sprake.

De enige manier om te voorkomen dat samenleving en gezondheidszorg nog langer van incident naar incident worden gestuurd, zo oordeelt prof. mr. J. Gevers, is het ontwikkelen van een rechtsregime waarin de zeggenschap over het eigen lichaam en daaruit afkomstig materiaal wordt geregeld. Gevers zei dit gisteren in de rede die hij uitsprak ter gelegenheid van zijn aanvaarding van .het ambt van hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

De lacune in de wetgeving komt vooral duidelijk naar voren na het overlijden van de mens. Voor het uitnemen van cellen of weefsels is altijd toestemming nodig van de betrokkene. Over de status die in de rechtsleer aan een lijk wordt toegekend, bestaat minder eenstemmigheid, concludeert Gevers. Er bestaat een spanningsverhouding tussen het gegeven dat het recht zelf over het lichaam te beschikken ook na de dood doorwerkt en de praktijk. Een discrepantie die slechts ten dele wordt overbrugd door de bestaande wetgeving.

Prikkel

Ook aan het afstaan van lichaamsdelen of -stoffen bij leven kleven problemen, aldus Gevers. Het geven van toestemming om cellen of weefsel af te staan is van weinig waarde als je niet precies weet met welk doel het wordt gebruikt.

De toenemende commerciële waarde die aan het lichaam wordt toegekend, roept bovendien de vraag op of het grondwettelijk recht dat de mens zelf over zijn lichaam mag beschikken automatisch een onbegrensde vrijheid inhoudt om over het eigen lichaam overeenkomsten te sluiten. Prof. dr. Gevers is van mening dat die vrijheid beperkt is. Het afstaan van lichaamsmateriaal mag niet tegen betaling plaatsvinden, *lndt hij. „Niet alleen omdat dit een zaak van ideële motieven dient te zijn, maar ook om een oneigenlijke prikkel tot medewerking te vermijden". Gevers geeft echter toe dat dat uitgangspunt door de nieuwe ontwikkelingen onder druk is komen te staan. Het recht laat op dat gebied eveneens ongewenste onzekerheid bestaan, aldus de hoogleraar.

Geen voorstander

De nieuw te ontwerpen wettelijke regels moeten naast bescherming van de rechten van de mens ook een optimale beschikbaarheid van cellen en weefsels voor wetenschap en gezondheidszorg waarborgen.

Gevers is echter geen voorstander van de invoering van een systeem waarbij ervan uitgegaan wordt dat mensen na hun overlijden geen bezwaar hebben tegen het gebruik van lichaamsdelen, tenzij ze daar bij hun leven nadrukkelijk stelling tegen hebben genomen. „Daarmee wordt het recht zelf over het lichaam te mogen beschikken miskend", aldus Gevers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.