+ Meer informatie

Prot. Documentatiecentrum VU ziet archieven als basis geschiedschrijving

Collectie in twintig jaar verbreed naar algemeen-protestantse wereld

4 minuten leestijd

AMSTERDAM — Archieven zijn een levend iets. Ze zijn basis voor het schrijven over het verleden. Wie geen gebruik maakt van archiefmateriaal, legt ook geen nieuwe gegevens op tafel. Echter, naast de vrijheid van onderzoek moet ook een zekere kiesheid in acht worden genomen. Zeker voor hen die nog leven, geldt het recht op privacy. Dat zegt dr. J. de Bruijn over 'zijn' Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden), het instituut aan de Vrije Universiteit dat gisteren zijn twintigste verjaardag vierde.

Het documentatiecentrum beschikt over vele meters kerkelijke en politieke geschiedenis van de laatste tweehonderd jaar. Naast de archieven van organisaties als de Antirevolutionaire Partij en het blad De Standaard, beschikt het instituut over de persoonlijke archieven van A. Kuyper, Th. Heemskerk, H. Colijn, A. S. Talma, A. W. F. Idenburg, F. L. Rutgers, J. J. Buskes, C. Rijnsdorp en vele tientallen meer of minder bekende personen.

Rond 1800

De verzameling begint rond 1800, „omdat toen in Nederland als gevolg van de Franse bezetting een nieuwe constellatie zich begon af te tekenen", aldus dr. De Bruijn. Ook is het aandachtsveld van aanvankelijk het gereformeerd protestantisme verbreed naar het Nederlands protestantisme in het algemeen. „Toen het centrum in 1971 werd opgericht, was de VU nog overwegend gericht op de traditionele achterban. Nu proberen we zo veel mogelijk schakeringen op te nemen. We hebben bij voorbeeld een symposium over Hoedemaker en Schilder georganiseerd. Maar we kunnen ook luthersen en doopsgezinden insluiten".

Dr. De Bruijn constateert met voldoening dat er een toenemende belangstelling is voor het verleden. Dat geldt ook voor de activiteiten van het Documentatiecentrum. „Bij protestanten is er altijd wel belangstelling voor het verleden geweest en werd het historisch besef altijd wel op een of andere manier gevoed. Er is wel een ontwikkeling in het verstaan van de geschiedenis geweest. Tot 1960 was alles goed wat in het verleden gebeurde. Toen kwam een erg kritische periode, vooral met betrekking tot Kuyper en Colijn. Maar de laatste tien jaar is het weer wat genuanceerder geworden".

De Bruijn vindt dat, gezien de ontwikkeling op het terrein van de Europese integratie, de eigen traditie en taal juist weer verzorgd moeten worden en we moeten komen tot „een gezonde, zelfbewuste nationale identiteit. Een heel andere reden om aan historische bezinning te doen is gelegen in de snelle technologische ontwikkelingen, die levensbeschouwelijke en dus ook historische reflectie juist des te noodzakelijker maken".

Soms bijgesteld

Soms moeten beelden van historische personen na archiefonderzoek worden bijgesteld. De Bruijn noemt de studie van dr. W. Fieret over ds. Kersten, die nu „voor het eerst op een evenwichtige wijze is beschreven". „Men bestudeert de archieven in ieder geval kritischer dan in de tijd toen het nog apologetisch gebeurde".

Soms komen er nieuwe dingen op tafel, zoals de correspondentie tussen de jonge Kuyper en zijn verloofde Jo, vier jaar geleden gepubliceerd in het eerste deel van een Kuyperbiografie van de hand van dr. G. Puchinger, oud-hoofd van het Documentatiecentrum. Daaruit wordt op aardige manier duidelijk dat achter Jo het gereformeerde volksdeel opdoemt wanneer Kuyper zijn verloofde prest om te gaan studeren. Ook de publikatie van de briefwisseling tussen Kuyper en Idenburg heeft geleid tot nieuwe gegevens over Kuyper.

Achterstand

„Helaas is er een grote wetenschappelijk achterstand bij het inventariseren en bestuderen van archieven", zo verzucht dr. De Bruijn. „Er zijn hier nog wel tientallen boeken te schrijven. Een grote schat van gegevens wacht hier op zorgvuldig nauwgezet onderzoek. Bovendien komen er ook elk jaar weer nieuwe archieven bij".

Het aantal medewerkers van het Centrum bedraagt voor dr. De Bruijn „slechts" drie en een halve formatieplaats. Het Documentatiecentrum is een wervings- en inzamelingsactie gestart om -onder meer- het personeelsbestand uit te breiden. Het vermeerderen van formatieplaatsen is erg lastig in een tijd van bezuinigingen. Een aantal jaren geleden is er een stichting in het leven geroepen die het draagvlak van het Centrum probeert te vergroten en tracht te zorgen voor een extra geldstroom.

In dit jubileumjaar probeert men in ieder geval het aantal donateurs (nu 400) te verdubbelen. De steun die van deze achterban komt, kan aangewend worden voor het financieren van ten gedeelde arbeidsplaats en voor andere doelen, zoals de aanschaf van een computer, alsook voor de verbetering van de tentoonstellingsruimte. Het Documentatiecentrum timmert aan de weg met symposia (met als hoogtepunt 800 bezoekers tijdens het Schilder-symposium vorig jaar) en geeft tal van publikaties uit. „We hebben de achterliggende jaren een actief beleid gevoerd. Als je niet van je laat horen, word je wegbezuinigd", zo is de ervaring van dr. De Bruijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.