+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste jongelui!

Het is me steeds weer een genoegen orn met jullie in kontakt te treden. Ik weet dat gelezen wordt datgene, wat we jullie mogen voorhouden. De Heere laat Zich omtrent al die arbeid niet onbetuigd.

Het wordt niet alleen door jonge mensen gelezen, maar ook door ouderen, ja zelfs door heel ouden.

Nu is dit wel een rubriek voor de jeugd, maar mijn jonge vrienden en vriendinnen zullen het mij niet kwalijk nemen als ik even de aandacht vraag voor een heel oude Vr. Vanmorgen kreeg ik daar een kort schrijven van. Het was niettemin zeer hartelijk en het kan van betekenis zijn voor jullie allemaal. Het was een schrijven, zo stond het er althans boven: „Uit het dal van Ootmoed”. Ik hoop dat jullie allemaal dat dal kennen. Want als het goed is moet iedereen daar terecht komen in zijn leven. Ook jonge mensen. Die plaats is al wel heel oud, alle bijbelheiligen zijn er meer dan eens geweest, maar deze plaats is nog niet verouderd. Houdt het ook niet voor een „ouderwets” plaatsje, waar je in deze „moderne” tijd niet meer naar toe kunt gaan. O zeker, ik weet wel, heel velen komen daar liever niet. Rijke jongelingen en alien die met zichzelf nog al ingenomen zijn, gaan er maar liever aan voorbij. Maar de armen en ellendigen verkeren er gaarne. Ze noemen het een van de beste plaatsen die er zijn. En degenen, die er geweest zijn, kunnen je het uit ervaring vertellen, dat je nergens beter verkeren kunt dan in „het dal des ootmoeds”. En dat is ook zo. Want in het dal des ootmoeds daar wil de Heere Zijn heil openbaren en verklaren in de harten van arme zondaren. Ook van jonge zondaren. Hij zegt Zelf in Zijn woord dat Hij de hovaardigen wederstaat en dat Hij de nederigen genade geeft. Jullie kennen wellicht ook deze schone Psalm: Hij slaat toch, schoon oneindig hoog, Op hen het oog, Die need’rig knielen. Maar ziet van ver met gramschap aan de ijd’le waan der trotse zielen. De laatsten verkeren niet in het genoemde dal. De eersten wel. Wat is het dan goed daar te zijn. Want daar is men klein en nederig voor God. Daar doet de Heere aan dezulken Zijn gunst ervaren. Door het dal des ootmoeds vloeien de wateren van vrije genade heen. Daar wordt beleefd: Hij verkwikt mijn ziel, enz. Ps. 23.

Ik kan hier nu niet over uit gaan wijden want dat zou me te ver afvoeren.

Jullie herinneren je nog wel dat we de laatste keer iets geschreven hebben over vakantie. Nu, n.a. daarvan schreef die oude Vr. „uit het dal des ootmoeds”. Aan mij werd een paar jaar geleden ook de vraag gedaan: Bent u al met vakantie geweest? Deze vraag mocht bevestigend beantwoord worden. De wedervraag luidde: Bent u ver weg geweest? En weer mocht het antwoord bevestigend gegeven worden. Toen klonk voor de derde maal de vraag: Waar bent u dan geweest? En toen luidde het antwoord: In Elim. Wat een rust, schreef die oude Vr., mocht ik daar genieten. Ik zat daar met de bruid onder de appelboom, ik mocht zeggen: En Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet. Het viel haar zo maar in schoot. Ze behoefde er niets voor te doen. Ze mocht daar echt proeven en smaken dat de Heere goed is op de reis door dit leven. Nogmaals, hartelijk dank voor het schrijven van deze oude Vr. (Vriend, vriendin, vrouw? ja dat rnoeten jullie maar uitzoeken.) Ik wilde het alleen maar even doorgeven, als je soms eens een vakantieadres zoekt. Zie eens een keer in „Elim” te komen. Alsje behoefte aan rust hebt, kun je daar op adem komen „alle tijden van het jaar”. Deze plaats kent geen „seizoen-drukte”.

Ik denk nu ten deze weer aan een jongere vr. die mij er over schreef van binnen maar niet tot rust te kunnen komen. Nu die zijn er misschien wel meer. Men gevoelt dan dat men z’n hele leven wel zou kunnen wenen omdat men een zondaar is. Men zou dat wel willen ook. Maar men moet dan ervaren dat men zelfs geen traan voort kan brengen. Genoemde Vr. heeft al zo dikwijls gebeden om de Heilige Geest, Die het alles werken moet. Maar als dan op het bidden gezien wordt, dan lijkt dit ook al nergens op. Het gebeurt zo menigmaal gedachteloos. Het is zo dikwijls alleen maar een sleur, De vrees kan dan het hart bekruipen of men niet overgegeven is aan het oordeel der verharding. Te meer daar er andere tijden in het leven geweest zijn. Tijden waarin men er iets van voelde dat de Heere „gewillig” is om alle zonden te vergeven. Maar is Hij dan bij ons wel welkom? Ja, dan wordt ervaren, dat er in de mens eigenlijk niets is wat wezenlijk naar God vraagt. Men gevoelt dan wel de noodzakelijkheid van het tot-God-bekeerdmoeten-worden. Doch de dodelijke onmacht wordt ingeleefd. Men kan zich niet tot God bekeren. En, schreef m’n jeugdige Vr. „nu moet het juist schuld worden, dat we ons niet bekeren kunnen”. En dat kan men dan ook al niet maken. En zo wordt er dan voortgetobt. M’n Vr. schreef: Niet dat deze dingen alle dagen even zwaar wegen. Was het maar zo. Doch de beslommeringen van het leven nemen zoveel weg. Je moet elke dag weer naar je werk. Dat vraagt je aandacht. En toch, door alles heen komt het iedere keer weer terug. Geen rust! Vele roepstemmen die kennelijk worden opgemerkt, n.l. als God jonge mensen plotseling oproept. Zo had het vergaan van die Urker Kotter, m’n Vr. zeer getroffen. Het had hem/haar ook kunnen overkomen. En wat zou het dan geweest zijn? Zo voor Gods rechterstoel te rnoeten verschijnen en geen Borg voor de schuld te hebben.

Op deze wijze heeft zij/hij (ik schrijf met opzet zij/hij om het geschrevene zo veel mogelijk in de anonimiteit te houden) haar/zijn hart gelucht. Waarom? Daar kan eigenlijk geen verklaring van worden gegeven. Toen het uit de pen was, gaf het echter wel een opluchting. Nu dat kunnen we ons levendig voorstellen. Jonge mensen kunnen zo lopen te tobben. Ze zouden het willen vertellen. Ze durven het niet te vertellen. Ze zijn bang dat een ander er wat van maken zal. Ze widen vooral niet voor „bekeerd” aangezien worden, al zouden ze het wel graag widen wezen. Hoe moet dat nu allemaal?

Het is niet zo eenvoudig om in zulk een labirint van gedachten altijd de juiste weg te wijzen. In het algemeen zou ik al m’n jonge en ook oudere vrienden widen zeggen: Als jullie zo lopen te tobben en te bidden, wat je zelf niet eens tobben of bidden durft te noemen, weet dan dat de Heere je hoort en ziet. Weet ook dat geen mens je helpen kan, maar dat de Heere je alleen helpen kan en wil. Zoekt het daarom alleen bij Hem. Zoekt Zijn aangezicht geduriglijk. En als het oprecht om de Heere te doen is, dan zal de Heere uitkomst geven. Dat zegt Hij zelf in Zijn Woord. En nu is Hij aan ons niets verplicht. Hij is recht als Hij ons voor eeuwig zou voorbijgaan. Zeg Hem dat ook maar. Doch houdt Hem dan ook voor: Heere als U het nu aan Mij niet verplicht bent, U bent het toch aan Uw Woord verpdcht. Heere U hebt het toch gezegd: Al wie Mij aanroept in de nood, Die vindt Mijn gunst oneindig groot. En daar pleit ik op. Daar kunt U niet meer van af. U bent geen man dat U Uegen zoudt, noch eens mensenkind dat U iets berouwen zou. Wijs Hem maar op de gelijkenis van die weduwe en die onrechtvaardige rechter, die God niet vreesde en geen mens ontzag. Maar, al hoorde die rechter „lange tijd” niet, die vrouw hield vol en werd door de teleurstellingen, iedere keer weer, gaande vuriger. Als de rechter haar niet eindelijk geholpen had, zij zou hem het hoofd gebroken hebben.

De Heere Jezus maakt Zelf de toepassing. Lees het maar in Luk. 1 8 : 1-8.

Er staan zoveel beloften in Gods Woord, die ons zeggen dat de Heere een hoorder der gebeden is. Doch om de troost van al deze beloften te ervaren, is er geloof nodig. En dat is een gave van God. Zeker! Maar dat wil de Heere ook geven. Want, en dit geldt naar alle kanten:


De Heer’ betoont Zijn welbehagen;
Aan hen die needrig naar Hem vragen;
Hem vrezen, Zijne hulp verbeiden,
En door Zijn hand zich laten leiden.
Die Hoe het ook moog tegen lopen,
Gestadig op Zijn goedheid hopen.


En wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.

Jullie aller vriend Ds. H.C. v.d. Ent.

P.S.

Nog even iets voor studerenden. Ik heb gelezen in de krant dat de wetenschap een „opzienbarende ontdekking” heeft gedaan: De aarde is ongeveer even oud als de maan.

Toen ik dit las, dacht ik als eenvoudig mens: Dat heb ik m’n hele leven al geweten, want er staat in de bijbel dat ze beiden in een week geschapen zijn. Zou de wetenschap nu gaan buigen voor Gods Woord?

Ik hoop dat jullie, jongens en meisjes, het allemaal doen.

Tot de volgende keer D.V.

N.B. Tot onze spijt was het niet mogelijk dit artikel eerder op te nemen. We hopen, dat in het vervolg de bijdragen Voor de jeugd regelmatig een plaats in ons blad kunnen vinden. Velen, zo blijkt ons, zien er naar uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.