+ Meer informatie

VOOR DE VERANDERING

3 minuten leestijd

Gemeenteopbouw is een ‘hot item’. Gemeenteleden tonen er belangstelling voor en theologen produceren er een gestage stroom literatuur over. Ongetwijfeld geeft het een vermoeiend gevoel om elke vijf jaar de nieuwste trends uit te proberen. Het kan ook afschrikken: al die nieuwe ideeën, praktijkmodellen, benaderingen. Gemakkelijk kan het gevoel ontstaan dat men door de bomen het bos niet meer ziet. De lust om met gemeenteopbouw bezig te zijn kan dan zomaar verdwijnen. Het boek van Sake Stoppels is van een ander kaliber. Veel literatuur over gemeenteopbouw blijft steken in theorie en abstractie. Dit boek slaat een praktische toon aan met humor en relativeringsvermogen. Er komt wel allerlei literatuur voorbij, maar de lezer krijgt het niet als een vloedgolf over zich uitgestort. Nuchter wordt inzicht geboden in methoden die niet altijd werken, maar in bepaalde omstandigheden juist weer wel. Dat is een van de zeer waardevolle elementen van dit boek: het maakt duidelijk dat gemeenteopbouw maatwerk is. Iedere gemeente is anders: heeft een andere (geestelijke) historie achter zich, bevindt zich op een specifieke plaats en mensen van vlees en bloed maken er deel van uit (een mix van ouderen en jongeren, hoogopgeleid of niet, met een bepaalde welstand enz.). Die bonte veelheid van situaties en achtergronden doet de vraag rijzen: kun je wel adviezen geven voor gemeenteopbouw als de plaatselijke situaties zo verschillend zijn? Met inachtneming van het eigene van elke gemeente, laat Stoppels zien dat veranderingsprocessen toch ook bepaalde overeenkomsten hebben zodat gemeenten van elkaar kunnen leren. Hij brengt deze veranderingsprocessen onder in een wetenschappelijk model dat voortbouwt op het werk van zijn leermeester, J. Hendriks.

Wat mij erg aanspreekt is dat het gebed een grote plaats krijgt naast de nuchtere insteek en de wetenschappelijke aanpak. Zo wordt heel duidelijk dat gemeenteopbouw niet opgaat in een vorm van managementtheorie. Het gaat erom de gemeente te zien als een geestelijk bouwwerk. Wie dat niet doet, is bij voorbaat ongeschikt als opbouwwerker. Een ander punt dat ongetwijfeld veel herkenning geeft bij kerkenraadsleden is dat de gemeente meer heeft van een grote familie dan van een groep werknemers van een bedrijf. Dat maakt het onmogelijk de gemeente heel zakelijk te benaderen. Familieleden zijn meer of minder betrokken, of leven een bepaalde periode meer mee dan op andere momenten. Toch blijven ze familie. Soms zijn er in een familie bepaalde voorvallen gepasseerd die nog jaren een stempel drukken. Zo kan het in een gemeente ook gaan. Het is geen excuus om goed te praten wat verkeerd is, maar het biedt houvast om het opbouwwerk met geestelijke fijngevoeligheid en met beleid aan te pakken, zodat het effect heeft op de langere termijn. Wat dat laatste betreft: predikanten doen er volgens Stoppels goed aan wat langer in een gemeente te blijven, want dan hebben zij voldoende overzicht en voldoende vertrouwen om de gemeente echte geestelijke leiding te kunnen geven.

Kortom: een boek waar elke kerkenraad zijn voordeel mee kan doen.

n.a.v. S. Stoppels, Voor de verandering. Werken aan vernieuwing in gemeente en parochie. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2009,243 blz., € 22,50

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.