+ Meer informatie

Justinus de bastaard

3 minuten leestijd

(2)

In het jaar 1581 trad Justinus voor de eerste maal in het openbaar op. Hij moest de Hertog van Anjou op zijn tocht naar Engeland vergezellen. Als telg van de Nassau's droeg zijn vader hem op, om in de vreemde de belangen van het volk te behartigen. De besprekingen in Engeland liepen op niets uit. Onverrichterzake keerden zij naar de Nederlanden terug. Justinus ging zich nu toeleggen op de kustverdediging. Vooral Zeeland, de Schelde en Antwerpen hadden zijn warme belangstelling. Hij zag op de Schelde de moed van de Zeeuwen. Hij maakte kennis met de dappere geuzenkapitein Joos de Moor. Weldra voelde hij zich aan Zeeland verbonden. Het was dan ook geen wonder dat hij kort na de dood van zijn vader tot admiraal van Zeeland werd benoemd.

Samen met Joos de Moor maakte Justinus soms gevaarlijke tochten op de Schelde en deden zij de Spanjaarden afbreuk, waar zij maar konden. Zeeland had weer een admiraal waarop het, naast God, kon vertrouwen. Een man met Nassaubloed in de aderen.

Admiraal van Zeeland

Op 28 februari 1585 werd Justinus van Nassau in de plaats van Treslong, die uit zijn ambt was ontzet, tot Admiraal van Zeeland aangesteld. De taak, die hij aanvaardde was eervol maar moeilijk. Zowel ter zee als op het land moest hij waken en vechten. Maatregelen van allerlei aard moesten er genomen worden. Wegens het misnoegen tegen Treslong en de geschillen die tussen de afgezette admiraal en de Raad der Regering van Middelburg waren gerezen, was er veel verzuimd en verwaarloosd. Zeelands toestand was hachelijk. Onder deze netelige omstandigheden kwam de bastaardzoon van Willem cle Zwijger aan het bewind.

Parma had zijn veroveringen in Brabant en Vlaanderen vervolgd en sloot het cloor Marnix van St. Aldegonde verdedigde Antwerpen steeds nauwer in. Van deze zijde zowel als van de Vlaamse zijde bedreigde hij nu ook Zeeland. Het eerste officiële werk van de nieuwe admiraal was om te trachten Antwerpen te ontzetten. Het was echter moeilijk Antwerpen te bereiken. De Spaanse veldheer had een schipbrug over de Schelde bij Antwerpen geslagen en die brug met kanonnen versterkt. Justinus stuurde branders op de brug af die de schipbrug erg beschadigden, maar de stad bleef in Parma's handen. Déï 25e mei zette Justinus alle manschappen op de Kouwentijnschen dijk aan wal. Men zou het over land proberen, maar de dappere Zeeuwen moesten weldra voor de Spaanse overmacht wijken.

Meesterlijk werd de terugtocht door Justinus geleid, maar hij werd er zelf bijna het slachtoffer van. Zijn vertrouweling Filips de Zoete, gouverneur van Walcheren sneuvelde. Ternauwernood kon hij ontvluchten. „De Admiraal Justinus van Nassau hem vromelijk quytende, werd van den vijand overvallen en tot in cle Schelde gedreven, waar hij zich in het lis (wier) van zijn harnas wist te ontdoen en zwemmende de overzijde te bereiken." Daar gekomen verzamelde de onversaagde admiraal zijn manschappen en scheepte ze in bij cle met het wassende water aankomende schepen. Intussen was na deze vergeefse poging tot ontzet, het lot van Antwerpen beslist. Voordat Justinus opnieuw hulp kon bieden, was Aldegonde genoodzaakt de stad over te geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.