+ Meer informatie

Geen uitspraak over landbouwprijzen

EP komt op voor kleine en middelgrote boeren

4 minuten leestijd

STRAATSBURG — Het Europees Parlement heeft gisteren in Straatsburg geen uitspraak gedaan over het percentage waarmee de prijzen van landbouwprodukten in de Europese Gemeenschap voor het komende seizoen zouden moeten worden verhoogd.

De Europese Commissie, het „dagelijks bestuur" van de gemeenschap, heeft vooral met het oog op de overschotten voorgesteld de prijzen op het niveau van het afgelopen seizoen te handhaven. De COPA, het samenwerkingsverband van Europese boeren, wil een prijsverhoging met 4,9 procent. De landbouwministers zullen begin volgende week in Luxemburg proberen overeenstemming te bereiken over de commissievoorstellen.

Het parlement meende wel dat de inkomens van de boeren „een dramatische ontwikkeling" doormaken, en dat de inkomens van met name de kleine en middelgrote boeren niet verder mogen worden verminderd.

Het parlement stemde gisteren over meer dan 400 wijzigingsvoorstellen op een ontwerpresolutie waarop in de landbouwcommissie al 300 wijzigingsvoorstellen waren ingediend.

Bij de laatste stemming over het geamendeerde ontwerp stemden onder andere christendemocraten, Franse communisten en gaullisten, Engelse Labour-afgevaardigden en groenen tegen, en socialisten, Italiaanse communisten en conservatieven voor. Landbouwcommissaris Frans Andriessen had voor de stemming een aantal socio-structuurmaatregelen aangekondigd om de gevolgen van het prijsbeleid op de positie van de boeren te verzachten.

De commissie, aldus Andriessen, wil meer greep krijgen op de produktie van melk, granen en vlees, teneinde de vorming van nieuwe voorraden te voorkomen. Zij wil dat bereiken op zo'n manier dat niet alleen de boeren offers moeten brengen: zij zijn niet als enigen verantwoordelijk voor de huidige stand van zaken.

Melk

De Europese Commissie had voorgesteld de richtprijs van molk onveranderd te laten, de interventieprijs van boter met 4 procent te verlagen en die van magere melkpoeder met 3,5 procent te verhogen.

Volgens het parlement dient het quotum voor^ boeren die jaarlijks meer dan 60.000 liter melk produceren en wier bedrijven niet in voor de landbouw weinig geschikte gebieden liggen, met gemiddeld 2 procent te worden verminderd. Ter compensatie zou de medeverantwoordelijkheidsheffing van 2 procent moeten worden afgeschaft. Omdat ondanks het quotasysteem nog steeds meer melk wordt geproduceerd dan wordt verbruikt, zouden de quota in het algemeen met,3v,i,«iS«» procent worden vermmderd. . .sists*

Bij elke nieuwe quotaverlaging moet, vooral ter bescherming van de kleine familiebedrijven, rekening worden gehouden met de nationale situatie. Als de quota worden vastgesteld op een niveau dat het marktevenwicht redelijk herstelt, moeten de prijzen voor de producenten ook op een redelijk niveau komen. De interventieprijs voor magere melkpoeder is volgens Tiet parlement te hoog.

„Niet redelijk"

Het is volgens het parlement „niet redelijk" van de graanboeren in de EG te vragen hun produktie te verminderen, terwijl hun concurrenten de export opvoeren. Do invoer van giaansubstituten zou moeten worden beperkt.

De modevcranlwoordelijkhcidsheffing voor granen komt in feite neer op een prijsverlaging. Sommige producenten zijn bereid een minimale heffing te aanvaarden om de afzet van overschotten te bevorderen, op voorwaarde dat ook graansubstiluten aan een heffing worden onderworpen.

De opbrengst van do heffing moet in de eerste plaats worden gebruikt om nieuwe afzetmogelijkheden te vinden. Do huidige vrijstelling van 25 ton is echter onaanvaardbaar en moet aanzienlijk worden verhoogd, en de producenten moeten worden betrokken bij het beheer van de opbrengst van de heffing.

Het parlement was het ermee eens dat de oriëntatieprijs voor rundvlees onveranderd blijft. De interventie moet niet voordelig worden afgeschaft, maar moet alleen worden opengesteld om te grote seizoenschommelingen te voorkomen, en voor de beste kwaliteit. De overgang van een op interventie gebaseerde regeling tot een op rechtstreekse steun gegrondveste regeling moet geleidelijk gebeuren.

Vertrouwen

Europarlementariër Van der Waal (SGP/RPF/GPV) merkte op dat „een programma tot zeer drastische vermindering van de voorraden weinig bezwaren zou ontmoeten, wanneer het vertrouwen bestond dat door produktiebeperkende maatregelen voorkomen zou kunnen worden dat de voorraden opnieuw zouden aangroeien."

Verkleining van het landbouwarsenaal is volgens hem niet alleen onontkoombaar, „het is eveneens van groot belang dat het onderzoek naar betere rassen en grotere opbrengsten zodanig wordt gestuurd dat dit leidt tot teelten waaraan de markt daadwerkelijk behoefte heeft."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.