+ Meer informatie

EEN ZAAK DIE HAAST HEEFT

3 minuten leestijd

Haast U, o God! om mij te verlossen.

Ps. 70 : 2a

Hier ontmoeten wij een bidder, wiens zaak geen uitstel meer kan lijden.

Het is David. Blijkens de inhoud van deze Psalm dreigt hij onder de verdrukking van zijn vervolgers te bezwijken.

Zijn toestand is als onhoudbaar geworden. Daarom roept hij in die nood tot zijn God. „Haast U, o God! ” Hij gebruikt hier de naam Elohim. De betekenis van deze naam van God wijst op toevluchtnemen in nood.

Ook het feit, dat David hier bijna hetzelfde bidt als in Ps. 40, maar dan zelfs nog korter (hij laat verschillende uitdrukkingen weg, zoals „Het behage U, Heere! mij te verlossen”) wijst op Davids nood. De woorden „De Heere denkt aan mij” in Ps. 40, verwisselt hij met: „O God, haast U tot mijn hulp”.

Als gevolg van zijn verdrukking roept David: „Ik ben ellendig en nooddruftig”. Opmerkelijk is ook hier weer, dat David zich vergelijkt met de armen des lands, met de beroofden, met de vreemdelingen, die als rechtlozen onder het volk verkeerden!

Moet dit alles nu David gelden? David, de man naar Gods harf? Ja! Maar het allerergste is echter, dat Gods eer hiermede gemoeid is! Want wat zal er nu van de belofte terechtkomen?


Zouden Zijn beloftenissen
Verder haar vervulling missen,
Vrucht’loos worden afgewacht
Van geslacht tot geslacht?


Dit alles bracht David tot de bede: „Haast U, o God! om mij te verlossen! ”

Zulk een bede is ook Gods kind niet vreemd Vele zijn de bestrijders. De schuld benauwt, de wet dreigt. Uit vroegere vertroostingen geen steun meer te hebben, dat wordt bang. En daarbij de vrees een heilig en rechtvaardig God te moeten ontmoeten en geen Borg te hebben voor het zielsbesef!

Wanneer dan de nood nood wordt, is het de uitroep van de ziel: „Haast U, o God! om mij te verlossen”.

We leven in een „haastige” tijd! We hebben het allemaal ontzettend druk. Maar, hoe staat het met de belangen vin onze ziel? We zijn misschien enkele dagen of weken met vakantie geweest. Maar..... hebben we er bij stilgestaan, dat we te allen tijde bereid moeten zijn voor de eeuwigheid?

Hoevelen zijn er al weer opgeroepen om voor God te verschijnen en rekenschap af te leggen? We denken daarbij aan de vele ongevallen, welke de dood ten gevolge hebben gehad. Ja, de dood wenkt ieder uur!

Daarom, hebben we „haast” gemaakt met het éne nodige?

Nóg is het de welaangename tijd, de dag der zabgheid! „Zoekt de Heere terwijl Hij te vinden is, roept Hem aan, terwijl Hij nabij is! ”

Is het al eens „nood der ziel” bij u geworden? Te menen een verloste, een kind van God te zijn, maar nooit eens uit de zielenood te hebben geroepen tot God, is zo zelfmisleidend!

Maar ook anderzijds zal het voor allen, die in der waarheid zich als een nooddruftige, als een rechteloze, als een schuldige voor God leren kennen, gelden: „Deze ellendige riep, en de Heere hoorde, en Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden! ”

U.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.