+ Meer informatie

WIE ZIJN MOND BEWAART, BEHOUDT ZIJN ZIEL…….

6 minuten leestijd

Voor veel mensen, waarschijnlijk voor de meeste, zou het leven eentonig en saai zijn als zij zich niet zouden kunnen bezighouden met het doen en laten van anderen. De menselijke samenleving zit trouwens zó in elkaar, dat niemand bang hoeft te zijn van dat voorrecht ooit verstoken te zullen raken. Op allerlei manier hebben we deel aan el-kaars leven, binnen de meer intieme kring van familie en vrienden heel direct en in een wat verder verwijderd verband met heel veel andere mensen die we in de samenleving kennen. En over wat uit dat leven van al die anderen, over hun doen en laten, binnen onze waarneming komt, praten we met elkaar. Over mooie dingen en verdrietige, over tegenslag in zaken en over voorspoed, over bedenkelijke dingen en twijfelachtig gedrag, over ontsporingen en uitspattingen, over alle dingen bij anderen, die vallen buiten wat onder mensen normaal wordt gevonden, beter gezegd: wat wij zelf normaal vinden. In het aanhoren van, praten over en doorgeven van verhalen over anderen zit een prikkel, die sommige mensen een hoge graad van levensvreugde geeft. Ze kunnen er niet buiten en staan er alert voor open om informatie over het leven van medemensen op te vangen en deze aan anderen door te geven. Dat is zo buiten de kerk, het is niet anders in de kerk. Elke kerkelijke gemeente kent wel één of meerdere adressen die garant staan voor snelle doorgifte van informatie die men ergens opdeed. Al of niet aangelengd met de ingrediënten van eigen fantasie. Over de psychologie van de menselijke nieuwsgierigheid en de drang over anderen met anderen te converseren is al veel gezegd en geschreven.

Opwaardering van zichzelf

Het is niet alleen een prikkelende tijdspassering. Praten over anderen, over hun moeiten, teleurstellingen, verdrietelijkheden, misgrepen, falen, misrekeningen en tekortkomingen, kan in zijn ergste vorm ook iets hebben van verlustiging, van het stille genoegen dat men beleeft aan wat anderen, door welke oorzaak dan ook, tegenzit. Voor sommigen is het zelfs een soort troost. Het leed gaat anderen niet voorbij. En dan is er ook het gevoel van zelfbevestiging. Als in de gesprekken of in berichtgeving en commentaar die ander in waarde daalt, betekent dat voor sommige mensen opwaardering van zichzelf. Wie kent op dit punt de diepste verborgenheden van de menselijke ziel?

Het puntje van een ‘gauwe’ pen In de samenleving en - het moet met verdriet en schaamte worden gezegd - ook in de-kerk vallen mensen van tijd tot tijd genadeloos in handen van mensen. Mensen op belangrijke posities in de samenleving zijn daarbij al heel erg kwetsbaar. Er hoeft maar van een klein tekort in functioneren, een onbetekenende nalatigheid en van een gering falen te goeder trouw sprake te zijn of het puntje van de gauwe pen (het felste wapen dat ik ken zoals Vader Cats dichtte) geeft de eerste aanzet tot de ontluistering van mensen, wier inzet en verdienstelijkheid voor de samenleving zeer groot waren. Nu gelden hier nog omstandigheden en factoren die samenhangen met plaats en doelstelling die de pers in het publieke leven inneemt. In de wijze waarop de publieke pers functioneert, spelen factoren mee die haar ongewild, dus niet opzettelijk bedoeld, tot een onbarmhartig en soms diep leed veroorzakend maatschappelijk instrument maken. Daaraan zal niet altijd te ontkomen zijn, maar de primeur willen hebben, de sensationele prikkeling, de woorden en de koppen die men kiest voor de klinische signalering van de feiten, het suggestief aanduiden van dingen waarvan nog slechts een licht vermoeden bestaat maar waaraan lezers en kijkers al snel conclusies en waardeoordelen verbinden, het zijn dingen waarvan men zich maar al te weinig bewust is hoezeer men er mensen en hun omgeving voor altijd schade mee kan bezorgen.

Op het brede vlak van het maatschappelijk leven is dat misschien ook wel onontkoombaar. Wie zich op kwetsbare plaatsen in het publieke leven wil opstellen, moet kwetsbaarheid en negatieve waardering incalculeren, maar het wordt anderzijds door niet weinig mensen op pijnlijke wijze ervaren dat de publieke opinie door de pers soms wordt bespeeld op een wijze waarbij alle gevoel voor goede verhoudingen uit het oog wordt verloren.

Wie zijn mond bewaarti behoudt zijn ziel…..

Hoe wordt in de gemeente van Jezus Christus over elkaar gesproken? Gaat het daar bedachtzamer, meer ingehouden en weloverwogener toe dan in de wereld? Zit dáár op doorgifte van informatie over anderen naar anderen de rem van de consignes die het Evangelie op dit punt bevat? De tong als vuur, als wereld van ongerechtigheid, als iets dat het hele lichaam bezoedelt en het rad der geboorte in brand zet, als onberekenbaar kwaad, vol dodelijk venijn, wordt daarmee in de onderlinge verhoudingen binnen de gemeente werkelijk ernst gemaakt?

Hoe praten we, hoe geven we dingen door, hoe is de toonzetting en op welke manier leggen we in of tussen de woorden gedachten, die bij degenen die naar ons luisteren, een beeld oproepen dat niet strookt met de werkelijkheid en de ander schade toebrengt? Van Louis Cuperus (een niet-christelijke literator) zijn de woorden: ‘Conversatie-aandrang is een menselijke zwakheid; het bewegen der kaken en het voortbrengen van min of meer beduidenis hebbende woorden, zinnen en peroraties is een fysieke behoefte, zo goed als eten en slapen’. Die zwakheid manifesteert zich bij alle mensen, maar bij de christenen wordt het toegeven aan die zwakheid wel aan banden gelegd. ‘Wie zijn mond en zijn tong bewaakt, bewaart zichzelf (en ook anderen) voor benauwdheden’, zegt Spreuken en in datzelfde bijbelboek staat te lezen: ‘Wie zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn lippen wijd opendoet’.

Selectief zondebesef

Met deze wijsheid wordt maar al te weinig rekening gehouden. Veel verstoorde kerkelijke verhoudingen zouden kunnen worden voorkomen als dit wel zou gebeuren. Over anderen praten of schrijven in kritische of veroordelende zin kan en mag alleen als men eerst met degene die het raakt zelf heeft gesproken; als men eerst van de betrokke-ne(n) zelf heeft gehoord waarom dit of dat werd gedaan of nagelaten, welke omstandigheden en motieven aan een daad of keuze ten grondslag lagen; waarom die gedachte of visie wordt gehuldigd en wat de diepste beweegredenen tot een gewraakte beslissing zijn geweest. Bijna alle verscheurdheid in plaatselijke kerken gaat terug op loslippigheid en op gebrek aan evenwichtige oordeelsvorming. Als de geoefendheid in het bevorderen van het goede gerucht over elkaar groter zou zijn, zouden de kerkelijke problemen kleiner zijn. Het heeft er soms de schijn van dat de gemeente van Christus er een selectief zondebesef op na houdt. De zonden van de tong wegen daarin - naar het lijkt - in elk geval niet het zwaarst. Bij die zonden dan overigens niet alleen te denken aan de ordinaire roddel over de huis- tuin- en keukenpraktijken van medemensen maar ook aan het verfijnde onderuithalen van mensen door hun geestelijke of maatschappelijke integriteit ter discussie te stellen.

In Mattheüs 12: 36 en 37 staat te lezen: ‘Maar ik zeg u: van elk ijdel woord dat de mensen zullen spreken, zullen zij rekenschap geven op de dag des oordeels, want naar uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en naar uw woorden zult gij veroordeeld worden’.

Als deze woorden werkelijk ernstig zouden worden genomen, zou het in de gemeente van Christus in menig opzicht anders en beter toegaan. Ook hier ligt een zwaar stuk verantwoordelijkheid voor de ambtsdragers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.