+ Meer informatie

Het Corps Consulaire

11 minuten leestijd

Aan de muur van de met veel Afrikania versierde werkkamer van de consul van Benin in Amsterdam hangt nog steeds een portret van liet inmiddels afgetreden staatshoofd van dit Westafrikaanse landje. De consul, Lambertus van Rooij, in het dagelijks leven cacaohandelaar, geeft toe dat het tijd wordt dat een beeltenis van de huidige president wordt opgehangen. Maar hij moet het inlijsten wel uit eigen zak betalen, zoals hij ook ooit op eigen kosten een Beniner naar zijn vaderland moest laten terugvliegen. Ach, een rechtgeaard honorair consul kan dat niet deren. Hij zou deze erebaan niet graag missen. „Het geeft natuurlijk een tikkie status, laten we eerlijk zijn".

Van Rooij is zo Hollands als het maar zijn kan, en dat leidt soms tot verbaasde reacties van mensen die ervan uitgaan dat een consul van een ver land ook daadwerkelijk daarvandaan gekomen moet zijn. Mis dus. Veel kleinere landen worden in Nederland vertegenwoordigd door een gewone Hollander, al moet die natuurlijk wel van een zekere affiniteit met het land in kwestie blijk hebben gegeven. Van Rooij is er naar eigen zeggen „via de cacao ingerold" en heeft die voorgeschiedenis gemeen met drie collega-consuls. En wat die betrokkenheid met het land betreft, dat lijkt wel snor te zitten.

Ongeveer de helft van de consulaire vertegenwoordigers van vreemde mogendheden in het Koninkrijk der Nederlanden is 'beroeps', de andere helft is, zoals Van Rooij dus, honorair. Dan zijn er ook nog consuls-generaal die tegelijkertijd honorair consul kunnen zijn. Ze zijn veelal advocaat, notaris, bankier, en er is zelfs een consul die zijn brood verdient als geneesheer-directeur van een ziekenhuis. In principe is het een baan voor het leven, waarbij het geen uitzondering is dat het ambt overgaat van vader op zoon. En verder is het een van de meest gedecoreerde functies. moet een béétje van goeden huize komen, daarmee bedoel ik niet een dure familie of zo hoor, maar je moet echt van onbesproken gedrag zijn".

De statussymbolen bestaan uit een wapen op de gevel en een fraai naambordje, maar let wel, er staat geen cent aan onkostenvergoeding tegenover. „Je moet het echt zien als een erebijbaan. Dat je dat mag worden". Wie deel wil uitmaken van het Corps Consulaire, moet gevoelig zijn voor kleine extraatjes, een reisje hier en een uitnodiginkje daar. net die privileges die hem het idee geven iets meer te zijn dan een modale Nederlander. Van Rooij doet er niet geheimzinnig over dat hij dat soort zaken op hoge prijs stelt. Met verve kan hij vertellen over de „aardige dingen" die voor hem en zijn ambtsbroeders worden geregeld, vaak door bemiddeling van de uiterst ondernemende secretaris van het corps, de advocaat Willem Russell, tevens consul van Brazilië.

Of het nu gaat om een speciale plaats op een schip tijdens de manifestatie Sail, een concert door de Militaire Kapel in de Oude Kerk in Naarden of een rondleiding door een kasteel verzorgd door de president van een rechtbank — hij geniet er met volle teugen van. „Het geeft echt een tikkie status hoor, laten we eerlijk zijn". Grinnikend laat hij erop volgen: „Helaas hebben we niet het voordeel van duty-free winkelen".

Een wèl tastbaar profijt van zijn functie wordt geleverd door de letters CC op zijn auto. „Gereserveerd voor de consul van Benin", vermeldt het bordje bij het voor hem bestemde parkeervak. Klinkt dat of klinkt dat niet? Natuurlijk niet te verwarren met CD, corps diplomatique, waarachter trouwens een „totaal andere wereld" schuilgaat. „De CD-auto's zijn te tellen, een CC-plaatje kan iedereen zomaar in de winkel kopen. Of dat ook gebeurt? Nee, want niemand weet het... Maar die gratis parkeerplaats in Amsterdam, „daar alleen al zou je 't voor doen...".

Huiskamereffect

Van Rooij kent de enkele tientallen Beniners hier -velen van hen zijn getrouwd met een Nederlandse vrouwvrijwel allemaal persoonlijk. Laatst heeft hij ze nog een keer allemaal over de vloer gehad, ter gelegenheid van de verkiezingen'in hun vaderland. Iedereen zag het een beetje als een reünie, de kinderen kwamen mee, „echt een huiskamereffect. Gezellig hoor, maar op een gegeven moment dacht ik: Nu mogen jullie welgaan".

Dergelijke evenementen horen nu eenmaal bij het consulschap. Zoals ook het op sleeptouw nemen van een groep jeugdige dansers en zangers uit Benin die ooit hun kunsten in Nederland kwamen vertonen en tot schrik van hun begeleider in de ontbijtzaal van hun hotel de melkkuipjes stuk voor stuk leegdronken.

Er ^aan „dagen voorbij dat er niets gebeurt". Maar je kunt bij wijze van spreken ook uit bed gebeld worden voor een Beniner die door de vreemdelingenpolitie is opgepakt of die van zijn paspoort is beroofd. Met genoegen denkt Van Rooij aan een akkefietje dat hij ooit had met de ANWB. „Die moesten plotseling naar Benin om iemand op te halen uit de rimboe, dokter mee. Binnen 24 uur was het voor elkaar", blikt hij tevreden terug.

Hij laat zich overigens niet overal voor gebruiken. Een Nederlands bedrijf dat anderhalf jaar op geld uit Benin zat te wachten, klopte tevergeefs bij de consul aan. „Ja, hoor eens, we zijn geen incassobureau".

Benin is geen moeilijk land voor een consul. Je kunt heel wat naardere staten vertegenwoordigen. „Je moet er niet aan denken dat je consul bent van bij voorbeeld Ghana. Je moet alleen al 3000 visa per jaar verstrekken, waar nog eens bijkomt dat de problemen van de Ghanezen in Nederland enorm zijn". Wat Benin betreft zijn die volgens hem op één hand te tellen. „Het zijn fijne en aardige mensen, die doorgaans niet in aanraking komen met criminaliteit. Zelfs die ene keer dat iemand vastzat op het politiebureau, ging het om een man die door een Nederlander was beduveld".

Mère du Bénin

Zoals gezegd, over de kosten van het consulaat en zijn activiteiten maakt noch het desbetrefende land, noch de ambassade -in het geval van Benin is die, ook voor ons land, in Brussel gevestigdzich druk. Ook de arbeidsuren worden uiteraard niet in rekening gebracht. Mevrouw Van Rooy (die inmiddels liefkozend Mère du Bénin wordt genoemd) verzorgt geheel belangeloos de administratie. Nu zijn de meeste consuls allesbehalve armlastig. Bovendien kan meestal gebruik worden gemaakt van de bestaande kantoorfaciliteiten. (Wel eens een beetje lastig voor consuls die met pensioen gaan en wel graag hun erebaantje willen houden, maar daar thuis niet altijd de ruimte voor hebben.) Het consulaat van Benin en Van Rooijs bedrijf kennen niet eens een gescheiden telefoonrekening. Vinden personeel en aandeelhouders dat allemaal goed? „Ja hoor", stelt de consul gerust. „We hetsen het natuurlijk wel gevraagd en men had er geen enkel probleem mee".

De koersverandering van de regering in Benin heeft de ambassades en consulaten aardig op kosten gejaagd. Genoemd is al het portret van de president, dat aan vervanging toe is, en verder moesten er onder meer nieuwe naambordjes en briefopdrukken komen. Het land is geen volksrepubliek meer en dus is de aanduiding „populaire" komen te vervallen. De reguliere uitgaven betreffen vooral representatie. „Een minister uit Benin bezoekt de ambassade in Brussel, en wil ook naar Amsterdam komen. Je betaalt dan de treinreis, eventueel de hotelkosten, en je moet zo'n man mee uit eten nemen. Zoiets betaal je uit eigen zak, dat moét je zien als een stuk service. Het wordt trouwens buitengewoon op prijs gesteld en je wordt dan ook uitvoerig bedankt".

De consul ligt er niet wakker van. „Als het maar niet te gek wordt. Men moet het niet té vanzelfsprekend gaan vinden dat je dit soort dingen zelf betaalt".

Eén keer moest Van Rooij een ticket kopen voor een uit de Sowjet-Unie afkomstige jongeman uit Benin die hier niet mocht blijven en terug naar huis zou worden gevlogen. „Hij heeft beloofd dat hij me het bedrag zou terugbetalen, 1250 Nederlandse guldens". Het geld is nog steeds niet binnen, maar de consul blijft erop vertrouwen dat dat ooit gebeurt. „Laatst kreeg ik nog een brief van die jongen. Drie kantjes, de tranen sprongen je in de ogen".

De enige inkomsten verkrijgt het consulaat via de uitgifte van visa. Daarvoor wordt 60 gulden gevraagd, „een redelijk bedrag". Maar daar heb je het weer: de gewijzigde naam van het land vereiste ook een ander stempel. „Het laten maken van een nieuw stempel kost wèl 500 sulden oer stuk, en we hebben er drie".

Geen krediet

Zoals meer Arikaanse landen, maakt ook Benin enerverende tijden door: met het marxisme heeft men gebroken, de presidentsverkieingen leidden opmerkelijkerwijze tot een vertrek van het zittende staatshoofd, en de democratie wint steeds meer terrein. Van Rooij is met dat alles zeer gelukkig, maar het feit dat het woord kameraad niet meer bestaat en dat de dag van de martelaren is afgeschaft, houdt natuurlijk nog geen economisch herstel in. De vooruitzichten zijn wat dat betreft nog steeds zorgelijk. „Een van de belangrijkere punten was de laatste tijd dat de Nederlandse kredietverzekeringsmaatschappijen Benin niet meer accepteerden. Dus mensen die daar wat grotere zaken zouden willen doen, anders dan in tweedehands autobanden, tweedehands schoenen en kleding - daarvoor wilde men toch altijd wel een verzekering afsluiten, maar ja, Benin kwam niet meer voor op het lijstje. Ook al omdat ze indertijd, vele jaren geleden, een Fokker Friendship hebben gekocht en nooit afbetaald. Dan ga je meteen op de zwarte c.q. rode lijst".

Er worden nu, ook door het consulaat, pogingen ondernomen om het tij te keren. Wellicht kan de huidige president, Soglo, een bijdrage leveren aan een wending ten goede. „Hij heeft Wereldbank en IMF als achtergrond, heeft daar jarenlang gewerkt en contacten gelegd, en heeft dus ook geregeld dat er nieuwe leningen kunnen worden afgesloten op basis van de veranderingen die er zijn.

Alles wordt nu gericht op de vrije handelsbenadering, men probeert bedrijven te promoten zich daar te gaan vestigen, men heeft natuurlijk vreselijk veel in de aanbieding, net als in de DDR. Allerlei bedrijven wil men van de hand doen waar heel weinig belangstelling voor is, want tegelijkertijd moet je ook de mensen erbij nemen. En daarom zal het ook allemaal niet zo snel gebeuren. Je ziet dat ook in Ghana, waarvan we op een gegeven moment dachten: „Oké, economisch gaat het daar redelijk". Maar de mensen zelf zijn in een dal gestort en de mensen zitten daar nog steeds in. Terwijl Ghana vroeger een mooi, rijk land is geweest".

Van Rooij is „erg bang voor de toekomst van zwart Afrika. Dat ze weer, en zonder dat ze zich dat echt realiseren, tot halve of misschien hele koloniën worden gedegradeerd. Alles wat ze hebben moeten ze aan ons verkopen, aan het Westen, alles wat ze nodig hebben moeten ze weer van ons kopen, en dan ben je economisch natuurlijk al een slaaf geworden.

De know-how en de folluw-up moeten nog voor een heel groot deel uit het Westen komen hoor, want het is jammer maar waar, je ziet heel snel dat de boel helemaal gaat verloederen. Je draait je om en het is zo weer een puinhoop, dat is zó iets triests. Ik heb daar de grootste en mooiste fabrieken gezien, die na een paar maanden dienst gedaan te hebben dicht gingen en na een jaar heeft de jungle ze weer helemaal ingekapseld. Alles staat er verroest bij - niets meer. Kleine dingen, kleinschalige dingen, waterwerkjes, pompen, dat soort dingen, prima, pri-ma. Maar ga daar niet allerlei sophisticated projecten opzetten".

Ramp

Zorg vervult hem als hij denkt aan de grote groepen Afrikanen die naar ons toe komen. „Verwacht wordt dat er volgend jaar zo'n 300.000 zwarten naar West-Europa komen, bijna allemaal illegaal. De ramp voor West-Europa is niet te overzien. We weten niet wat ons boven het hoofd hangt". Voorzichtig formulerend: „Ik mag niet zeggen: een gevaar, maar wel: een probleem".

Dat laat onverlet dat hij ze wel mag, die Afrikanen. En hij gelooft, nee, hij weet zeker, dat hij bij hen ook wel een potje kan breken. Hetgeen hem uiteraard geen windeieren legt in zakelijk opzicht. „Afrikanen uit andere landen, of het nu Kameroen is of Nigeria, vinden het prachtig als ze horen dat je consul van Benin bent, dan heb je een streepje voor. Het werkt altijd in je voordeel. Laten we eerlijk zijn, wij westerlingen denken altijd: „Je weet nooit wat je aan hen hebt". Maar vergis je niet, zij denken precies zo over ons. Als ze dus horen dat je consul bent van en Afrikaans land, weten ze: „Die is te vertrouwen"".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.