+ Meer informatie

Zoogdieren te water, te land en in de lucht

6 minuten leestijd

In het woord zoogdier ligt de eigenschap opgesloten waarmee het beest zich onderscheidt van andere dieren: zoogdieren worden levend geboren, zijn warmbloedig, hebben een wervelkolom of ruggegraat en worden door hun moeder gezoogd. Maar verder hebben zoogdieren vaak niet veel gemeen.

In de zeeën, op het land en in de lucht, zowel in poolgebieden als in woestijnen, overal hebben zoogdieren zich gevestigd en ze zijn zo aangepast dat ze zelfs in extreme klimatologische omstandigheden kunnen overleven. Al zijn er onderling grote verschillen in levenswijze die de dieren er op na houden. Sommige soorten leven in eenvoudig gegraven holen, zoals konijnen; dassen daarentegen graven enorme burchten, die tal van kamers bevatten en verschillende inen uitgangen hebben. Vleermuizen en vleerhonden, de enige vliegende zoogdieren, voelen zich net als eekhoorns thuis in boomholten, terwijl de blauwe vinvissen -de grootste zoogdieren die er zijn- de zee als leefruimte hebben, evenals dolfijnen. Het levenselement van bevers is het zoetwatermileu. Daar bouwen ze dammen in riviertjes en beken en graven ze burchten langs dichtbegroeide oevers met ingangen onder de waterspiegel.

Uiterlijk
Uit de bouw van een dier is heel goed af te lezen hoe het leeft, 'n Giraf heeft niet voor niets zo'n lange nek: daarmee is hij in staat dat voedsel tot zich te nemen waar hij op gedijt, net zoals een muis in staat is een graantje mee te pikken en daardoor kan overleven. Voor ieder levend wezen geldt het basisgedrag: voedsel zoeken is zijn belangrijkste doel, daardoor kan hij in leven blijven en als gevolg daarvan kan hij zich voortplanten ten, waardoor de instandhouding van de soort gewaarborgd blijft. Het uiterlijk -zoals de vorm van zijn lichaam, zijn huid, zijn pels, zintuigen en staart- is geschikt voor het leven dat het beestje leidt: een eekhoorn, die in bomen klimt, heeft heel andere poten dan een mol, die ondergronds gangen graaft. Het wilde Przewalskipaard, dat moet kunnen overleven in de steppen, waar het gras eet, heeft een totaal andere bek en een ander gebit dan de zeehond, die in zee leeft en die zich voedt met vissen en kreeftachtigen.

Kudde of solitair
Een aantal zoogdieren, over het algemeen graseters, leven niet solitair, maar in (grote) kudden. Het leven in kudden kan diverse voordelen hebben; wellicht verschaft het de dieren een gevoel van gezelligheid, maar aannemelijker lijkt het dat er een gevoel van veiligheid of geborgenheid aan ten grondslag ligt, hoewel een kudde als geheel veel meer opvalt. Logisch dat er in een kudde altijd wel een paar oplettende slimmeriken zijn die hun zorgeloze maatjes alarmeren als er wat aan de hand is. Nooit zijn alle dieren in de kudde even waakzaam, zeker de jongen (nog) niet en degenen die maar zo'n beetje staan te doezelen. Om die reden belandt een aantal van de kuddedieren vroeg of laat toch in de maag van een jagend, vleesetend zoogdier dat ook wil overleven. Een solitair levend dier als de egel moet een groot gebied afzoeken om voedsel te vergaren. Als in hetzelfde gebied meer egels leefden, zou geen van allen genoeg voedsel kunnen vinden. Daarom zoeken egels elkaar alleen in de paartijd op en leven ze voor de rest van het jaar als solitair.

Uitstel
Dieren die in kudden in zee leven zijn onder andere de zwa- o re, lompe walrussen, die ondanks hun enorme stoottanden (die overigens wel een halve meter lang kunnen worden) er toch zo goedmoedig en onbehouwen uitzien. Walruswijfjes hebben een vertraagde innestehng: het bevruchte eicelletje zet zich pas na vier of vijf maanden vast in de baarmoeder. Zo'n uitgestelde implantatie kennen meer dieren. Kangoeroewijfjes die in perioden van extreme droogte geen melk meer kunnen produceren voor hun jong, verdrijven hun baby uit de buidel, waarna het sterft. Breekt er daarna een vruchtbaarder periode aan waardoor het voedselgebrek wordt opgeheven, dan nestelt zich een reserve-embryo in de baarmoeder en is het kangoeroewijfje opnieuw zwanger zonder dat ze opnieuw bevrucht is.

Vos bij das
Wolven leven normaal gesproken in een troep, hoewel een aantal reuen nogal eens als solitair rondzwalkt. In tijden van voedselschaarste verenigen wolven zich tot grote groepen om gezamenlijk op jacht te gaan. Door de grootte van de groep zijn ze dan in staat een groot dier aan te vallen en zodoende over voedsel te beschikken, terwijl één wolf alleen een veel groter dier niet zou kunnen overmeesteren. Vossen en dassen leven meestal met hun familie in één burcht en soms trekt de vos zelfs in bij een dassenfamilie, wat de das mateloos irriteert omdat hij de vos als voordeurdeler maar een smeerpoets vindt. Dassen staan bekend om hun hygiënische levenswijze. Veel dieren moeten tijdens het fourageren niets van concurrentie hebben, ook niet van soortgenoten, vandaar dat families zich verspreiden en in hun eentje op pad gaan om voedsel te bemachtigen.

Communicatie
Van vleermuizen is al heel lang bekend dat ze hoogfrequente geluidssignalen uitzenden om te vermijden dat ze tegen obstakels vliegen die zich in hun vliegroute of-baan bevinden. Na een onderzoek op vossen in de duinen is gebleken dat vossen eveneens op geluidstriUingen reageren. Jonge konijnen produceren kennelijk geluiden die voor een vos hoor- of voelbaar zijn. Dat kan de reden kan zijn dat een vos in "no time" een bewoond konijnenhol weet te vinden en vervolgens dit zo snel mogelijk en via de kortste weg uitgraaft. Bijna alle zoogdieren beschikken over een min of meer uitgebreid communicatiesysteem om soortgenoten en vijanden iets duidelijk te maken. Hiertoe gebruiken ze niet alleen hun zintuigen en mimiek. Ook met hun staart kunnen ze allerlei signalen uitzenden. Dat een dier een bepaalde gemoedstoestand met zijn staart kan uitdrukken is bekend: honden die vrolijk kwispelen of de bange hond die met zijn staart tussen de benen maakt dat hij weg komt (in feite probeert hij zich hierdoor zo klein mogelijk te maken in de hoop dat hij minder opvalt).

Staartgebruik
De gracieuze, kwieke eekhoorn met zijn volle, dichtbehaarde staart, die veel meer op een prachtig gekrulde veer lijkt, vouwt zijn staart in de slaaphouding meestal zo dat deze tevens als warmhoudertje dienst doet, wat overigens meer dieren doen. De staart heeft tevens de functie om het evenwicht te helpen bewaren, waardoor de staart als stuur een belangrijk onderdeel van het dier is en tijdens rare sprongen voor de nodige stabiliteit zorgt. De bevermoeder is wel heel creatiefin het gebruik van haar staart. Als ze haar jongen zoogt, drapeert ze haar staart zo dat de kleintjes op haar staart kunnen zitten, zodat ze minder snel afkoelen tijdens het zogen. Moet zij, in geval van gevaar, haar kroost verslepen naar een veiliger plekje, dan vervoert zij hen terwijl ze op haar brede, platte staart zitten!

Pels
Dieren zijn er natuurlijk voor uitgerust om in alle weersomstandigheden te kunnen leven. De sneeuwhaas, die alleen 's winters zijn witte vacht krijgt, heeft grotere overlevingskansen dan wanneer zijn vacht bruin zou blijven, zoals hij die 's zomers heeft. In de bittere koude van de poolcirkel kan de poolvos zich uitstekend handhaven dank zij zijn geweldige pels, die hem zelfs bij min vijftig graden nog lekker warm houdt en doeltreffend isoleert. De instinctieve vecht-/vluchtreactie is enorm sterk ontwikkeld; voor alle dieren is het van levensbelang dat ze dag en nacht op hun hoede zijn, want letterlijk overal loert gevaar. Hoe lager het dier in de rang van de voedselketen zit, hoe groter de kans dat hij niet oud wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.