+ Meer informatie

Naar de Katechisatie

5 minuten leestijd

85

DE NATUREN VAN CHRISTUS (1)

De namen van de Middelaar, welke we nu besproken hebben, leiden tot de belijdenis van de twee naturen in Christus: tot Zijn Godheid en tot Zijn mensheid.

De kennis van deze beide naturen van de Middelaar is noodzakelijk tot zaligheid. Want de Middelaar moest beide naturen bezitten om zowel de zaligheid te verwerven als toe te passen.

De Middelaar Jezus Christus is verordineerd van de Vader tot Zijn Middelaarswerk. Hierop wijst de naam Christus. Gezalfde, zoals we reeds besproken hebben.

Die zalving met de Heilige (leest en de volheid van Zijn gaven houdt in: de verordening en de bekwaammaking. De verordening naar de beide naturen en de bekwaammaking alleen naar Christus’ menselijke natuur, omdat de Goddelijke natuur geen bekwaammaking nodig heeft.

Christus moet waarachtig en rechtvaardig mens zijn en tevens ook waarachtig God. Alzo: twee naturen in een persoon. Geen twee personen dus, want dan zouden er twee Middelaars zijn. Er is maar één Middelaar, de mens Christus Jezus. 1 Tim. 2 : 5.

Over de leer van de naturen van Je Middelaar is de eeuwen door veel strijd geweest, ja, tot vandaag toe. De Schrift getuigt er duidelijk van, dat Christus waarachtig mens is en waarom Hij dit moest zijn en dat Hij waarlijk de Zoon van God is. Zelfs de hoofdman bij het kruis beleed dit. Ook verklaart de Bijbel waarom de Middelaar tevens waarachtig God moest zijn. Hierover straks.

De Zoon van God is mens geworden. D.w.z. Hij heeft de menselijke natuur aangenomen, vlees en bloed uit de maagd Maria.

„Vlees”. „En het Woord is vleesgeworden en heeft onder ons gewoond”. Joh. 1 : 14.

Christus heeft niet de zondige natuur aangenomen, maar de on-zondige, wel onderworpen aan alle zwakheden. Zo lezen we, dat Jezus vermoeid zat bij de fontein Jakobs; dat Hem hongerde in de woestijn; dat Hij sliep; dat Hij dorstte aan het kruis. En daarin heeft Hij als Borg al de zwakheden en krankheden van Zijn volk op Zich genomen om als de medelijdende Hogepriester te hulp te komen. Hebr. 2:18. Christus had een waar, echt menselijk lichaam, ook dus een ware menselijke ziel. Hij sprak in de hof van Gethsémané: „Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe”. Aan het kruis riep Hij: „Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest”. Zo lezen we ook in Luk. 10 : 21, dat Jezus Zich verheugde in de geest. Dat Jezus een waar menselijk lichaam had en een ware menselijke ziel is geloochend.

De zgn. doceten uit de eerste eeuwen leerden dat Christus een schijnlichaam had, dat Hij als het ware door het lichaam van Maria heengegaan was als water. Een zeer dwaze ketterij. Want dan zou de verlossing, door Hem teweeggebracht, slechts een schijnverlossing zijn geweest.

Zo leerden de anabaptisten (de dopersen) dat Jezus Zijn lichaam uit de hemel had meegebracht. Ook zulk een ketterij, waardoor geloochend werd, dat Hij vlees en bloed heeft aangenomen uit de maagd Maria. Sprak de engel Gabriël niet duidelijk tot Maria: „dat Heilige, Dat uit u zal geboren worden”?

Apollinaris, bisschop van Laodicea (plm. 390 n. Chr.) leerde, dat Christus geen echte menselijke ziel had, maar dat Zijn Godheid de plaats van de menselijke ziel had ingenomen. Waarom is nu noodzakelijk tot zaligheid te weten, dat Jezus een waar menselijk lichaam en een ware menselijke ziel had?

Onze Heidelberger geeft een duidelijk antwoord. Zij zegt in zondag 6: „Omdat de rechtvaardigheid Gods vorderde, dat de menselijke natuur, die gezondigd had, voor de zonde betaalde”. God zoekt de zonde thuis, waar zij gedaan is.

Christus moest een waar mens zijn om het verzoenende offer te kunnen zijn, dus om te kunnen lijden en sterven in de plaats van Zijn volk.

Had Christus dus de verzwakte menselijke natuur aangenomen, zo was dit niet een zondige natuur. Want, zo antwoordt de Catechismus, „en dat een mens, zelf zondaar zijnde, niet voor anderen kon betalen”. Daarom moest Jezus ook zijn een rechtvaardig mens, d.i. zonder zonde. En dit was Hij. Getuigde Hij Zelf niet: „Wie van ulieden overtuigt Mij van zonde? “ De boodschap van Gabriël zegt: „Dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden”.

Maar hoe kon Jezus dan zonder zonde zijn, aangezien Hij toch ware menselijke natuur heeft aangenomen uit Maria? zo vraagt u.

Het antwoord op deze vraag vindt u in dezelfde boodschap van de engel Gabriël, wanneer hij zegt: „De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen”. Het is de Heilige Geest, Die Jezus vrijwaarde voor de erfsmet der zonde. Het is een ondoorgrondelijk mysterie, dat nooit met het menselijk verstand is te begrijpen en te verklaren. Enerzijds was Christus uit Adam, omdat Hij geboren is uit Maria. Anderzijds was Hij niet uit Adam door het feil. dal Hij geboren is zonder toedoen van Jozef! Jozef was dus niet zijn vleselijke vader, want dan was Hij wel in Adam begrepen, zoals wij allen. Had Jozef dan heel geen betekenis bij de geboorte van Jezus? Zeer zeker, liet was noodzakelijk, dat hij naar de wet de vader van Jezus was. Dit hield verband met het feit, dat Jozef als kroonpretendent uit het koninklijk geslacht van David de kroon zou kunnen overdragen aan Christus, in Wie dan ook het koningschap van David vervuld is geworden. Jn de tweede plaats was het noodzakelijk, dat Jezus de wettelijke zoon van Jozef was om deel te ontvangen aan de bepalingen en verrichtingen van de ceremoniële wetten.

We moeten eindigen. D.V. volgende maal een en ander over de Goddelijke natuur van Christus.

Urk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.