+ Meer informatie

Mien, de regelaar

De dagelijkse beslommeringen van Jolanda, moeder van vier kinderen. Haar oudste dochter maakt de tekeningen.

3 minuten leestijd

„Jongens, een beetje opschieten, hoor, anders zijn we weer zo laat in de kerk", begin ik direct na het ontbijt al te roepen. Elke keer opnieuw is het een hele toer om met z'n zessen gevoed, gekleed, gekamd en gepoetst op tijd de deur uit te komen. Elke zondag weer blijven we te lang aan de ontbijttafel zitten. En de kleren die de avond tevoren zo keurig klaargehangen waren, blijken de volgende morgen steevast te koud of te warm te zijn, zodat er in allerijl weer andere kledij gepakt moeten worden.

Wat Stefan betreft is dit geen enkel probleem. We nemen gewoon de volgende broek en trui van de stapel. En Rebekka redt zich ook prima. Maar met Anne-Ruth en Esther duurt het nogal even voordat we de juiste combinatie te pakken hebben. Meestal is één van de benodigde kledingstukken net in de was en al met al ben ik telkens weer degene die als laatste het huis uitrent. Zo ook deze week.

Als we de kerk binnenkomen zie ik met één oogopslag dat het hoekje waar wij altijd zitten maar vier stoelen telt. Twee te weinig dus. Gelukkig zien de gemeenteleden die al zitten het ook en er wordt gedienstig aangeboden: „Zullen we allemaal een plaatsje opschuiven. Dan kunnen jullie er tussen."

Vlug kijk ik de rij langs en zie dan naast een jong echtpaar met drie kleine kinderen nog een lege stoel. Met ogen, handen en voeten sein ik: „ Willen jullie opschuiven, dan kunnen wij ook zitten." Gelukkig, ze hebben het begrepen. De moeder pakt het driejarige dochtertje op, dat zich gewillig een stoel verder laat zetten. Zelf schuift ze een plaats op. De vader gaat daarnaast zitten en gebaart tegen zijn vierjarige zoon: „Kom maar. Kom hier maar zitten."

En dan gebeurt het. Het jongetje slaat heel kalm en bedaard zijn mollige armpjes stijf over elkaar en met een ernstig geluid: „Nee", laat hij precies weten hoe hij erover denkt De hele gemeente heeft geamuseerd toe zitten kijken en op het overduidelijke antwoord van dit gedecideerde ventje volgt dan ook een zacht geproest en gegniffel.

De ouders zelf kijken me gegeneerd aan en zijn zichtbaar verlegen met de zaak. En naast me fluistert een eveneens zeer gegeneerde Rebekka me in het oor: „Mam, u ook altijd met uw geregel." Want wat ik, met al mijn geregel, niet in de gaten had, was dat Jelle inmiddels een paar stoelen gepakt had en die op de opgeschoven plaatsen naast ons had gezet, zodat er voor ons allemaal ruimte was.

En dan moet ik ondanks alle heisa en drukte die ik weer eens te weeg heb gebracht, inwendig grinnikend aan mijn twee zussen denken. We hebben er namelijk alledrie een handje van de dingen op "onze manier" te regelen. Zo erg zelfs dat er een familiewoord door is ontstaan: "Mien, de regelaar". Het is een titel die we elkaar regelmatig toekennen. En eerlijk gezegd ben ik er niet zo bijster trots op. Voor de zoveelste keer neem ik dan ook ernstig voor om me nooit, nooit, nooit meer ergens mee te bemoeien. Of dit lukken zal?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.