+ Meer informatie

„In Nederland kan Gyöngy op de been worden geholpen"

Comité start actie medische hulp twee Roemeense kinderen

4 minuten leestijd

SCHOONHOVEN - Het "Comité voor blijvende hulp aan Roemenië" wil een eenmalige actie starten om twee Roemeense gehandicapte kinderen een medische behandeling te laten ondergaan in ons land. De kinderen zijn afkomstig van twee gezinnen uit de plattelandsbevolking rondom Sighisoara. Het comité verleent daar al lange tijd materiële hulp.

De 11-jarige Tünde Chiss en de 7-jarige Gyöngy Nathyus kunnen in Roemenië niet worden behandeld. „Kinderen met handicaps zoals zij brengen hun hele leven door in een klein armoedig kamertje of in een kindertehuis, waar de leefomstandigheden ook allerbelabberdst zijn", zo vertelt comitélid mevr. G. van der Heiden uit Schoonhoven.

Tünde lijdt aan een ernstige spasticiteit. Zij kan zich, plat op de grond liggend, slechts langzaam verplaatsen door zich met haar ellebogen voort te duwen. Zo glijdt ze tussen wat stoelen door. De bank in het kleine woonkamertje van de familie Chiss is haar permanente verblijfplaats. Trieste bijkomstigheid noemt mevr. Van der Heiden het, dat twee maanden geleden Tündes moeder is overleden aan kanker. Ze was 34 jaar.

Gyöngy heeft een rugaandoening en ernstig vergroeide beentjes. Haar rug vertoont een uitstekende knobbel, waarschijnlijk de oorzaak van veel ellende. Zoals een aapje kan lopen, steunend op één arm, zo verplaatst Gyöngy zich ook. Haar voetjes zijn kromgegroeid, haar beentjes staan in een permanente 'kleermakerszit'.

Mogelijkheden

Volgens artsen van het Utrechtse Wilhelmina kinderziekenhuis zijn er voor beide kinderen in Nederland wèl mogelijkheden. Tünde zal na intensieve therapieën, met gebruikmaking van een rolstoel zich kunnen voortbewegen en bij voorbeeld gewoon een school bezoeken. Gyöngy zal vrijwel zeker letterlijk weer op de been geholpen kunnen worden. Wel moet zij een viertal operaties ondergaan. Vier artsen van liet Utrechtse kinderziekenhuis hebben zich bereid verklaard de twee kinderen medisch te behandelen. Een dergelijke behandeling zal ongeveer drie tot vier maanden in beslag nemen. Deze tijd kunnen de kinderen ondergebracht worden bij de fam. Van der Heiden. Het comité moet zich, aldus het Utrechtse ziekenhuis, wel garant stellen voor de kosten van de medische behandelingen.

Mevr. Van der Heiden hoopt 100.000 gulden bijeen te kunnen brengen. „Dan zouden we niet alleen de operaties kunnen betalen, maar ook tie huisarts van beide kinderen, dokter Lotsi, verder kunnen helpen. Hij moet zijn praktijk uitoefenen zonder de meest nodige medicijnen als penicilline. Graag helpen wij hem aan medicijnen, injectiespuiten, handschoenen en verbandmiddelen".

Het Comité voor blijvende hulp aan Roemenië is geboren uit een privé-initiatief van mevr. Van der Heiden. „Al vanaf 1982 kom ik regelmatig in Roemenië, in eerste instantie om daar te kuren. Ik kreeg (toen nog geheime) contacten met diverse mensen. Hun levensomstandigheden waren zeer slecht. Er was gebrek aan goede voeding, kleding en vooral medicijnen. Steeds meer ging ik het kuren combineren met koerieren".

Inmiddels is het werk van het comité uitgegroeid, maar zal, aldus mevr. Van der Heiden, klein blijven. Mevr. Van der Heiden prijst het werk van de grote stichtingen, maar kleinschalige hulpverlening vindt zij in bepaalde gevallen beter. We verzamelen de goederen hier zelf, transporteren ze naar Roemenië en delen ze daar uit. Het blijft allemaal zeer inzichtelijk en geeft een sterke betrokkenheid. Van iedere gulden die wij binnenkrijgen, proberen we één gulden en één cent uit te geven. En een secretaresse/telefoniste hebben we niet nodig.

Werkgroep

Veel steun ondervindt de Schoonhovense hulpverleenster van de Vrije Evangelische Gemeente in Gouda, waartoe zij behoort. „Er is een vaste groep vrijwilligsters die meehelpen kleding te wassen, te strijken en zo nodig te verstellen en schoenen te poetsen. Wij vormen met recht een werkgroep".

Contacten zijn inmiddels gelegd met een gehandicaptentehuis in Dumbraveni en (kinder)ziekenhuizen in Sighisoara, Tirgu-Mures en Timaveni. Via een predikant kwam mevr. Van der Heiden in contact met een kleine zigeunergemeenschap in Purumbeni-Mici. „Deze mensen, de verachten in de samenleving daar, leven in gammele woninkjes zonder goed dak en zonder glas in de ramen. Bij barre winterse temperaturen dragen de kinderen wat afgesleten zomerkleding. We hebben inmiddels wat kleding daar naartoe laten brengen en hopen in maart golfplaten mee te nemen, waarmee hun daken wat afgeschermd kunnen worden".

Mevr. Van der Heiden beschouwt het hulpverleningswerk ook als zendingswerk. „Als wij Bijbels krijgen -andere stichtingen helpen ons daar soms aan— nemen we die ook mee. Alles wat door ons Roemenië wordt binnengebracht, wordt verdeeld via de plaatselijke kerkelijke gemeente. Meestal is dat dan de Roemeense hervormde kerk. In het uitdelen wordt geen onderscheid gemaakt. Christus kwam voor alle mensen, ik ga ook naar alle mensen".

„Dit werk komt op uit mijn hart" zo vertelt de Schoonhovense. „Als kind al wilde ik zendeling worden. Op vijftienjarige leeftijd kreeg ik echter een hartinfarct en mijn wens vervloog in rook. Toen ik achttien jaar was, volgde een zware hartoperatie. Ik kwam zelfs in een rolstoel terecht. Langs wonderlijke wegen ben ik lichamelijk weer gezond geworden; ik rij nu zelf naar Roemenië. Mijn liefde voor het zendingswerk vindt nu toch een uitweg. Alleen op een heel andere manier dan ik vroeger gedacht had".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.