+ Meer informatie

HET VEILIGE MIDDEN

3 minuten leestijd

PPR-lijsttrekker Ria Beckers heeft zaterdag op het voorjaarscongres van haar partij aan de PvdA en D'66 verweten dat zij de wezenlijke politieke veranderingen niet aandurven en angstig terugwijken naar het veilige midden. Veelal is het het CDA dat van verschillende kanten verweten wordt dat het geen kleur durft te bekennen en kiest voor een veilige centrumpositie waarin men nog alle kanten uit kan. Ditmaal kregen PvdA en D'66 dit verwijt te horen.

Daarbij is het natuurlijk wel zo dat de plaats die je zelf inneemt, voor een groot deel bepaalt welke partij of groep je in het midden waarneemt. In de ogen van een communist neemt de PPR zelf waarschijnlijk een middenpositie in.

Voor hem is de PPR een partij die enerzijds wel progressief en radicaal wil zijn en waar men af en toe Karl Marx met instemming citeert. Maar aan de andere kant is deze partij beslist niet consequent marxistisch en zelfs bereid om in de politiek samen te werken met een partij als D'66, die in geen enkel opzicht een proletarisch of revolutionair karakter draagt.

En is een centrumpositie per definitie verkeerd? Waarom dan eigenlijk? Alleen omdat veel mensen graag in zwart-wit termen denken en daarbij de nuances die zich daar tussen bevinden, „gemakshalve" maar verwaarlozen?

Getuigt een middenpositie inderdaad van het onvermogen om, een duidelijke keus te maken? Of weerspiegelen dergelijke verwijten alleen maar de frustraties van hen die zich in de marge bevinden van het politieke strijdtoneel? Zit het hen vooral dwars dat een partij die een centrumpositie inneemt en daardoor de doorslag kan geven, een onevenredig groot aandeel in de politieke macht heeft?

Daarbij is het natuurlijk wel van belang, hoe men in het politieke midden is terecht gekomen. Heeft men als partij of als policitus bewust gekozen voor de centrumpositie om alle kanten uit te kunnen en een fors aandeel in de macht te veroveren, dan getuigt dat inderdaad van een verwerpelijk opportunisme. Dan zal men ook met alle politieke golfbewegingen en modestromingen meegaan om die middenpositie maar te behouden. Grote partijen als PvdA en CDA lijden wel eens aan die kwaal.

Het is echter niet altijd uit opportunisme dat men in het politieke midden terecht komt. Een confessionele partij, die mensen van verschillende sociale lagen en beroepsgroepen in haar gelederen heeft, zal in de sociaal-economische politiek gauw een middenpositie innemen tussen partijen als VVD en PvdA. Die recruteren hun aanhang immers voor het overgrote deel uit één bepaalde maatschappelijke klasse.

Die sociaal-economische middenpositie van een confessionele partij vloeit dan niet voort uit opportunisme, maar uit het streven van die partij om de maatschappelijke belangentegenstellingen te overbruggen.

Het mag niet het vooropgezette doel van een politieke partij zijn om een kleurloze middenpositie in te nemen. Maar het is eveneens verkeerd wanneer zij bewust gaat zoeken naar een extreme positie om maar op te vallen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.