+ Meer informatie

SAMENLEVING EN POLITIEK IN DE ZONDAGSE DIENSTEN

7 minuten leestijd

Opschrijven dat wij leven in een snel veranderende wereld heeft iets van het intrappen van een open deur. Toch is het een belangrijk uitgangspunt wanneer we nadenken over het thema samenleving en politiek in de zondagse diensten. Want juist ten aanzien van de plaats van de kerk in politiek en samenleving veranderen de dingen in hoog tempo. Wie daar een illustratie van wil, hoeft slechts het recente boek van E.P. Meijering te lezen.1 De laatstgehouden verkiezingen hebben in dat opzicht ook wel wat te zeggen. De kerk wordt op deze manier meer en meer bepaald bij haar vreemdheid in deze wereld. In die zin kan het ook winst zijn wat vandaag de dag gebeurt. Want de gedachte te leven in een christelijke natie kon het besef van vreemdelingschap naar de achtergrond drukken. Bezinning op de plaats van de kerk in de samenleving is opnieuw urgent. Nu is die vraag natuurlijk nooit van tafel geweest. Zolang de kerk een kerk onderweg is, zal die vraag steeds weer op de één of andere manier aan de orde zijn.

ZICHTBARE KRITIEK

Velen zoeken vandaag antwoorden in de bestudering van de geschiedenis van de vroege kerk. Begrijpelijk. Want in een heleboel opzichten is er veel gemeenschappelijks tussen de situatie van christenen toen en christenen vandaag in het postchristelijk Europa. Wat maakte – we spreken nu menselijk – de wervingskracht van de jonge kerk uit? De kracht lag niet zozeer in wat de kerk zei, maar vooral in wat christenen deden. Anders gezegd: het was niet allereerst hun boodschap die de aandacht trok, maar hun gedrag op grond van die boodschap. Zij verzorgden zieken, begroeven doden, keken om naar de armen, zodat één van de Romeinse keizer vertwijfeld de priesters van zijn eigen godsdienst aanspoorde datzelfde te doen, omdat de christenen de andere religies beschaamden. Maar er was meer dat de aandacht trok: christenen schroomden niet om uit te komen voor hun geloof. Zelfs niet als dat het martelaarschap met zich mee bracht. De aanbidding van de keizer weigerden zij en ze stierven liever dan hun Here te verloochenen. Zo stelden zij vragen bij de structuur van die Romeinse samenleving waar genotzucht en eigenbelang (ten koste van armen en zieken) hand in hand gingen met grote ongelijkheid in de samenleving (de aanbidding van de keizer). Hun leven was één zichtbare kritiek. Hun vreemdelingschap verdoezelden zij niet.

WAT IS GOED?

Het lijkt me dat daar een belangrijk punt zit. De jonge kerk stelde – eenvoudig door kerk te zijn – vele vanzelfsprekendheden van de vigerende cultuur ter discussie. Sterker zelfs: de fundamenten van die cultuur werden onder kritiek gesteld. Wij bewijzen onze samenleving een dienst wanneer we op dezelfde manier vragen stellen bij wat vanzelfsprekend is geworden. En me dunkt dat die vragen aan kracht winnen wanneer ze – net als in de vroege kerk – gesteld worden met handen en mond. Wat zouden voor vandaag dan punten zijn? Twee zaken lijken me van het allergrootste belang. De eerste is de moderne autonomiegedachte. Over dat dogma valt met velen niet meer te praten: de moderne mens is een zelfbewuste mens die zijn eigen wetten wel kan ontwerpen en zelf kan vaststellen wat goed en wat kwaad is. Het is nodig dat de kerk kritisch vraagt of de mens de verantwoordelijkheid die hij naar zich toetrekt eigenlijk wel aankan. Al te vanzelfsprekend wordt aangenomen dat hij dat inderdaad kan. En heel gemakkelijk wordt aangenomen dat alle deelnemers aan het democratisch proces hetzelfde nastreven: een goede samenleving. Maar is dat echt zo? Zien we vandaag de dag niet hoe partijen ongegeneerd het eigenbelang tot programma maken? En weten mensen inderdaad wat goed is? Liggen de dingen in onze wereld niet zo gruwelijk door elkaar heen, dat je oprecht kunt menen iets goeds te doen, terwijl je iets kwaads doet? Om één voorbeeld te noemen: de landbouwsubsidies van de EU maken verschillende kleine boeren in Afrika brodeloos. Wat is goed? De Bijbel zegt ons dat wij dat nu juist niet weten, dat wij geméénd hebben de kennis daarover aan onszelf te kunnen trekken, maar dat die kennis te groot voor ons is. En dat slechts voor Gods aangezicht ons leven tot zijn bestemming komt.

ECONOMIE ALS KOMPAS?

De tweede vanzelfsprekendheid van vandaag waar vragen bij gesteld moeten worden betreft de manier waarop de economie leidend is geworden voor het beleid. We stellen in ons land eerst vast hoeveel er bezuinigd moet worden – en gaan dan het beleid ten aanzien van gezondheidszorg, sociale voorzieningen, woningbouw etc. uitwerken. En bij al deze thema’s leggen de economische argumenten opnieuw het meeste gewicht in de schaal. Marktwerking maakt de zorg goedkoper… maar ook beter? Veel medisch-ethische discussies worden gevoerd vanuit de gedachte dat een zieke de samenleving geld kost – al is men zo kies om dat argument niet expliciet te noemen. De economie is onze afgod geworden. En het is een god die geen menselijk gezicht heeft.

ZONDAG

Maar dan nu de vraag hoe deze dingen in de zondagse diensten aan de orde moeten komen. Daarmee ben ik een eerste vraag al voorbij, namelijk de vraag òf ze in de zondagse dienst een plek moeten hebben. Ik ga daar in dit artikel van uit, al zou het best mogelijk zijn daar over te discussiëren. Er zijn drie punten die me wezenlijk lijken.

VOORBEDE

Om te beginnen zal de gemeente bidden voor de samenleving waarin zij staat. En dus ook voor de politiek. Bewust noem ik de voorbede als de eerste verantwoordelijkheid van de kerk richting de samenleving. Het bidden voor volk en overheid is het meest kritische optreden dat denkbaar is (Koopmans). Maar dan kritisch in twee richtingen: naar onszelf en naar de wereld. Wanneer we voor de troon van God komen, gaat het oordeel van God ook over ons en onze opstelling in de maatschappij. Het gebed voor de wereld bewaart ons op die manier voor een gelijkhebberige, farizeïstische trek. En bovendien houdt het gebed het besef levend dat wij deze wereld niet verlossen zullen, maar dat de Here dat doet. We bidden daarom om de komst van het Koninkrijk.

VERKONDIGING

Het tweede moment waarop de vragen rond samenleving en politiek aan de orde moeten komen, is in de prediking. De woorden toerusting en bewustwording lijken me dan van groot belang. De autonomiegedachte en de economie als leidend principe sijpelen ook de hoofden van christenen binnen. Wij staan niet in een afgeschut gedeelte van de samenleving. En de zaken worden met zo’n vanzelfsprekendheid gepresenteerd, dat bij velen de gedachte om er vragen bij te stellen eenvoudigweg niet opkomt. Het Woord van de Here God echter trekt zich van onze vanzelfsprekendheden niet veel aan, maar het doorkruist die. Het Evangelie van onze Here Jezus Christus onthult dat wij leven in een wereld waar allerlei mensonterende machten zich breed maken.

Moet dat elke zondag expliciet? Nee. De belangrijke vraag is of de tekst er aanleiding toe geeft. Bij de behandeling van het vijfde gebod of wanneer gepreekt wordt over artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis kan het natuurlijk niet achterwege blijven. En er zijn ook verschillende momenten dat de tekst alle aanleiding geeft. Als we bedenken dat Baal een vruchtbaarheidsgod was, dan liggen daar al lijnen naar de economie. En als we de geschiedenis van de genezing van de bezetene lezen en horen dat de omwonenden aan Jezus vragen te vertrekken omdat hun varkens het meer in gestort zijn, zien we daar een schrijnend voorbeeld van het stellen van economisch belang boven menselijk welzijn.

De kerk doet er overigens verstandig aan in de zondagse verkondiging terughoudend te zijn in het geven van een expliciet stemadvies. Laat de verkondiging zulke vragen en overwegingen aanreiken dat de leden van de gemeente zelf voor Gods aangezicht hun keuze maken. Al lijkt het me overigens wel denkbaar dat vanaf de kansel van bepaalde partijen gezegd wordt dat een stem daarop zich niet laat verenigen met de belijdenis van onze Here Jezus Christus.

DIACONAAT

Het derde moment na voorbede en verkondiging lijkt me het bijeenbrengen van de gaven in Gods dienst – oftewel: het diaconaat. Die lijn komt natuurlijk in de verkondiging ook aan de orde, maar het wordt concreet zichtbaar in het inzamelen van de gaven. Aan de diakonie de taak om de gemeente voorlichting te geven over de doelen waarvoor de gaven ingezameld te worden. En verder de taak om niet te volstaan met het vragen om een geldelijk offer (!), maar de gemeente bovendien te vragen tijd beschikbaar te stellen om in onze samenleving de liefde van Christus zichtbaar te maken. Juist nu vandaag steeds meer verantwoordelijkheid teruggelegd wordt in de samenleving, is het van belang dat we bedenken dat de oorsprong van veel sociale voorzieningen in de kerken ligt. Laten die kerken het nu dan ook weer oppakken om zo de verbinding van verkondiging en diaconaat weer terug te vinden die in de eerste eeuwen zo gezegend is.

Ds. Den Hertog (1974) staat sinds 2007 in zijn tweede gemeente, Surhuisterveen. Hij bereidt een proefschrift voor over de theologie van dr. J. Koopmans.

1 E.P. Meijering, Hoe God verdween uit de Tweede Kamer. De ondergang van de christelijke politiek, Amsterdam 2012.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.