+ Meer informatie

EEUWIGHEIDSERNST

3 minuten leestijd

Een column dient iets luchtigs te hebben; je mag er af en toe eens een glim-lach bij krijgen.

Daar leent zich het bovengenoemde onderwerp nu bepaald niet voor. Toch waag ik het erop. In een toerustings-blad voor ambtsdragers misstaat het immers niet om ons steeds weer het perspectief voor ogen te stellen waarin we ons ambtelijk werk verrichten.

Waar gaat het om? Het kan haast niemand ontgaan zijn: de korte, maar he-vige (open) briefwisseling in het dag-blad Trouw tussen ds. H.J. Hegger en prof. dr. H.M. Kuitert, dan wel: Herman en Harry. Hegger haakte in een open brief aan Kuitert in op diens opvatting over openbaring: ‘alle spreken over boven komt van beneden’- een slogan die al jarenlang van Kuitert bekend is. Hegger wordt in zijn brief heel per-soonlijk en wijst erop dat Kuitert en hij gezien hun leeftijd beiden dichtbij de eeuwigheid staan. In dat kader stelt hij indringende vragen over Kuiterts eeuwige bestemming en daagt hij hem voor de hemelse Rechter.

Kuitert reageerde furieus. Hij vraagt Hegger te stoppen met ‘het bedreigen van mensen met het oordeel van God’. ‘Erger kunt u het niet maken! Schaam u met ze bang te maken voor de dood. Mij hebt u er niet mee’.

TIJDSOPNAME

Het gaat me er nu niet zozeer om in te gaan op deze briefwisseling. Wel is te zeggen — en dat is vaker opgemerkt — dat Kuitert feilloos weet te verwoorden wat de geseculariseerde mens denkt en voelt. Dat denken wordt gekenmerkt door een volstrekt gebrek aan eeuwig-heidsperspectief. Of het moest hooguit nog een re’incarnatiedenken zijn. Maar het leven is voor velen zo plat als een pannenkoek. Anders gezegd: zo opper-vlakkig als een surfplank die over het water scheert. Eenvoudigweg genie-tend. Kom alsjeblieft niet aan met een boodschap van eeuwig wel en al he-lemaal niet met woorden van eeuwig wee. En denk alsjeblieft niet dat ik er van onder de indruk kom. ‘Mij heb je er niet mee’.

BEWOGENHEID

Al zijn er her en der opmerkingen gemaakt over de benadering van Hegger, één ding staat vast: hij is diep bewogen over de eeuwige bestemming van Kuitert.

Kennen wij die eeuwigheidsernst nog als ambtsdragers? De mens van deze tijd zit voor ons in de kerk en tegenover ons op huisbezoek. Sterker: die leeft in ons eigen hart. Is ook bij ons het besef dat wij allen op reis zijn naar onze eeuwige bestemming (hemel of hel!) niet bezig uit te slijten? Doortrekt de ernst daarvan onze preken en onze gesprekken? Zeker, ik weet het: het evangelie is niet alleen een boodschap voor straks, maar ook voor nu. Zoals een weduwe eens tegen mij zei: ‘Ik moet niet alleen straks het leven uit, ik moet het ook dóór’.

Dat neemt niet weg dat in ons werken en spreken als ambtdragers de klemmende ernst van eeuwig wel of wee op ons hart dient te wegen. Wie zelf ‘als een brandhout uit het vuur is gerukt’ (Zach. 3 : 2), zal bewogen zijn met hen die aan onze zorgen zijn toevertrouwd. We zullen immers eens rekenschap af-leggen over ons ambtelijk werk (Hebr. 13 : 17). Het gaat om de laatste ernst!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.