+ Meer informatie

HET LIED IN DE EREDIENST

6 minuten leestijd

12.

Is de nieuwe berijming een verbetering? 4.

De psalmen, die we in onze Bijbel aantreffen, zijn van verschillende dichters. Vele liederen zijn van David. Alle dichters zijn geïnspireerd door Gods Geest, zodat de psalmen ook behoren tot het Woord van God. We bezitten van de psalmen een berijming. In de loop der tijden zijn er vele verschenen. We hebben daar al reeds op gewezen.

De berijmers van de nieuwe psalmberijming zijn ook bekend. Onder de berijmers treffen we ook de naam aan van Ds. Jan Wit. Hij is de auteur van de psalmen 84, 118 en 149. Aan 54 andere psalmen heeft hij zijn medewerking verleend. In de tot standkoming van de nieuwe psalmberijming was zijn inbreng dus groot. Door zijn optreden voor de tv heeft genoemd predikant diepe ergernis gewekt bij velen. In een televisieuitzending van I.K.O.R. en het Convent van kerken heeft Ds. Wit „schuttingwoorden” gebruikt en „schaamteloosheden” en „banaliteiten” gedebiteerd.

Dit hebben we vorig jaar in ons dagblad kunnen lezen. Voor ons hebben we een blad, waarin gepubliceerd staat het gedicht „De invaliden” van Jan Wit. Het gaat over: de lamme, de dove en de wijze. Het lust me niet, daar iets van te citeren. Wanneer we dit gedicht naast zijn psalmen leggen, dan komen we tot de konklusie, dat deze dichter van alle markten thuis is. Hij kan voor iedereen „dichten”. Hij kan „alles” in dichtvorm vastleggen. Wij onderstrepen niet wat een predikant schreef over de dichters, werkend aan de nieuwe berijming, in het konferentie-oord „De Pietersberg” te Oosterbeek: „Zes dichters zijn ambachtelijk aan het werk. Begenadigde lieden, verkoren weinigen en in dit geval geroepenen tot bijzondere dienst. Traditioneel als reizenden in de voetsporen van profeten en apostelen”.

Bij een Psalmberijming gaat het om een gelovig weergeven van het Woord in dichterlijke woorden. Het woord gelovig mag niet ontbreken. Daar komt het juist op aan. Prof. v.d. Meiden heeft in zijn dagen al gezegd: „Om tot een goede berijming te komen, hebben wij allereerst de beste exegese nodig van de Psalmen en daarna de meest bekwame godzalige dichters”.

Een psalmberijmer moet de diepten van de zonde kennen en de grootheid van Gods genade beleven om daar van te kunnen zingen. Godvrezende dichters, die kunnen ons alleen een nieuwe psalmberijming bezorgen. Hebben we kritiek op het verleden, dan mag men heden niet kritiekloos zijn. Wij menen het tegen alle onder ons normale regels ingaande, deze berijming, waaraan Ds. Wit zo’n groot aandeel heeft gehad, in onze eredienst op te nemen. Wat hij gesproken heeft voor het „oor van de wereld” is in flagrante strijd met zijn roeping als predikant en dit is ook door te trekken tot zijn werk voor de psalmberijming, waaraan hij meewerkte. Duidelijk gaf hij door zijn optreden voor de tv op zondag 26 januari 1969 blijk van een onchristelijke levensopvatting.

Nu zegt de Schrift, dat een goede boom geen kwade vruchten kan voortbrengen en een kwade boom geen goede vruchten, Matth. 7 : 18. En Jakobus zegt: dat uit dezelfde mond geen zegening en vervloeking mag voortkomen. Welt ook een fontein uit eenzelfde ader het zoet en het bitter? Kan ook, mijn broeders, een vijgeboom olijven vóórtbrengen, of een wijnstok vijgen? Alzo kan geen fontein zout en zoet water vóórtbrengen”, Jak. 3 : 10-12. Ook kan gedacht worden aan wat we lezen in 2 Tim. 3 : 1-10. Nu kan de opmerking gemaakt worden, dat niet de levenshouding, de levensovertuiging of de incidentele uitlating van één der dichters, maar de materiële inhoud van de berijming voor de beoordeling bepalend is. Hiertegenover stellen we allereerst de vraag, die Prof. Itterzon gelanceerd heeft: „Wat moet men zeggen tegen hen, die na deze „aanraking met Jan Wit” een afkeer hebben gekregen om één van zijn kerkliederen te zingen? ” Die afkeer is zeker gegrond. Ds. A. Vroegindeweij schreef terecht in het Geref. Weekblad: „Moet dit nu de dichter zijn van de psalmen, die Gods kerk op de lippen moet nemen om de Heere te loven? ” Er is zeker niemand, die niet in woorden struikelt. Niemand is volmaakt, ook niet een dichter. Maar een kenmerk van de Godsvreze is rechtlijnigheid en geen dualisme. Men wil niet dualistisch leven, denken en spreken.

Het apostolisch vermaan luidt ook: „Uw woord zij te allen tijd in aangenaamheid, met zout besprengd”. Alle gesprekken moeten in overeenstemming zijn met de belijdenis. Zelfs het alledaagse gesprek moet het stempel dragen van godsvrucht. Het moet altijd christelijk zijn. Met zout besprengd. Elk gesprek moet doortrokken en bezield zijn van het levensbeginsel, waaruit de gelovige leeft. Het beginsel des Geestes. Wie daarbij leeft, bidt: „Laat de overdenkingen van mijn hart en de redenen van mijn mond U welbehagelijk zijn”. Petrus schrijft ook: „Indien iemand spreekt, die spreke als de woorden Gods”. Een exegeet tekent hierbij aan: „Indien iemand spreekt, als Evangeliebode optredende, en het Woord Gods brengende, hetzij als leraar, hetzij als profeet, hetzij op andere wijze, 1 Kor. 14, doe hij het in het besef en op die wijze, als sprekende woorden van God en niet eigen of mensenwoorden”.

Wanneer dit nu blijkt, dan is er respekt. Dan is er het vertrouwen. Dan zullen ook allen, die bij de Schrift leven, iemands woorden au serieux nemen. Aanvaarden! Nu we het dualisme ontdekken bij een psalmberijmer, kunnen we zijn berijmde psalmen niet accepteren. Nu zou gezegd kunnen worden: gebruik en zing dan zijn psalmen niet. Selektie uit de nieuwe bundel is niet mogelijk. De bundel moet in zijn totaliteit aanvaard worden. De uitgave van twee berijmingen, de berijming van 1773 en 1967 impliceert, dat dan alle psalmen aanvaard zijn geworden. Wanneer de synode onzer kerken in 1971 daartoe zou besluiten, dan kan daarop de zegen des Heeren niet verwacht worden. De eenheid der kerken zal er ernstig door geschaad worden. Laten we lering trekken uit hetgeen reeds geschied is. Meer dan eens heeft een kerkeraad een deel van’ de gemeente van zich en van de kerk vervreemd door niet dringend noodzakelijke veranderingen aan te brengen. We handhaven het oude niet omdat het oud is en verwerpen het nieuwe niet omdat het nieuw is. Het „nieuwe” zal echter moeten bewijzen, dat het beter is dan het „oude”. Daar nu duidelijk blijkt, dat de nieuwe berijming niet beter is dan de berijming van 1773, prefereren we ook nu nog de laatste. We zijn het eens met wat Ds. A. Vroegindeweij schrijft: „Er zullen dichters moeten komen, die weten van zonde en genade, van recht en gerechtigheid, van toom Gods en liefde Gods, opdat ze in hun berijming dit alles uit kunnen zeggen en kunnen vertolken wat de Heere in het boek der psalmen aan Zijn kerk gegeven heeft. Daarom staan wij ook revisie van de bestaande berijming voor. Laat men maar eens gaan trachten of men met behoud van de mooie klassieke verzen uit de berijming van 1773, een nieuwe berijming kan maken, die in zijn geheel kan worden gebruikt. Wanneer dit mogelijk zou blijken, zou dit een rijke vrucht voor het kerkelijk en geestelijk leven kunnen afwerpen”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.